Voor me ligt een stapeltje brieven van Dirk, allemaal handgeschreven en boordevol gestempelde diagrammetjes in verschillende formaten. De eerste dateren uit het midden van de jaren zeventig, de laatste van enkele jaren geleden. Het zijn de stille getuigen van een vijfendertigjarige bilaterale geschiedenis, of beter: een unilaterale geschiedenis. Dirk schreef brieven, ik dankte hem hartelijk voor zijn noeste arbeid als ik hem ergens tegen het lijf liep, meestal op een reünie van de KVD.
Ik was (en ben) geen brievenschrijver, aan de andere kant is Dirk op zijn beurt consequent en van harte om het digitale tijdperk heengelopen. Wanneer ik hem ontmoette was hij steevast de hartelijkheid zelve, maar nu en dan meende ik toch onder die borstelige wenkbrauwen iets van een mild verwijtende blik te bespeuren. En gelijk had hij. Dirk, jongen, ik heb je in dit opzicht verwaarloosd.
Medialandschap
Als de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw op één vlak aanzienlijk kleurrijker zijn geweest dan het huidig tijdsgewricht, dan was dat het medialandschap in de damwereld. We kenden Het Damspel (dat overigens uitgerekend in deze periode door weinig doordachte besluiten binnen de KNDB aardig in de versukkeling was geraakt) en De Problemist; daarnaast verschenen populaire, inmiddels ter ziele gegane tijdschriften zoals Dam Eldorado, Het Nieuwe Damspel, De Vriendendamkring en vanaf 1984 het majesteitelijke Dammen van Ton Sijbrands. En dan was er het recalcitrante, bijzonder lezenswaardige De Brouwerij onder leiding van Herman van Westerloo, Herman Groeneveld en de in 1994 op slechts 49-jarige leeftijd overleden Willem Jurg. Ik vrat dit blad om drie redenen: de vaak hilarische verhalen van Van Westerloo en Jurg, de eindspelrubriek van Johan Bastiaannet en de onregelmatig verschijnende artikelen van Dirk over, uiteraard, de damproblematiek.
In 1977 werd De Brouwerij omgezet in DB Magazine. Een van de redenen was de verwarring die de oude naam kennelijk voortdurend met zich meebracht, een andere lag in het gegeven dat het de nederige status van clubblad van het Amsterdamse VAD al lang ontstegen was en landelijke bekendheid genoot. Samen met Piet Lauwen mocht ik de probleemrubriek in dit blad verzorgen.
Vanaf het begin van de jaren tachtig kachelde het blad in kwaliteit langzaam maar zeker achteruit. Op het laatst was het in feite een tweemanszaak: het werd volgeschreven door Willem Jurg en door in het bijzonder de damjournalist Jan de Kluijver. Een opmerkelijk man, die De Kluijver. Hij was, na een rijk damleven, door zijn ontembare liefde voor de fles aan de zelfkant van de maatschappij terechtgekomen. Daar had Willem Jurg hem opgeraapt en in de vorm van een redacteurschap nog enig zelfrespect meegegeven. Met problematiek had De Kluijver overigens net zo weinig affiniteit als - laat ik eens een knuppeltje in het hoenderhok gooien - Piet Roozenburg met elegante omgangsvormen. Als ik me niet vergis is De Kluijver in 2001 in volstrekte eenzaamheid gestorven. DB Magazine was geruime tijd daarvoor al, in 1984, van het toneel verdwenen.
Motieven
In mei 1988 lanceerden Herman van Westerloo, Harm Wiersma en Nico Leemberg het blad Hoofdlijn dat nog altijd vooral onder partijspelers gretig aftrek vindt. Vanaf het allereerste moment is Dirk vaste leverancier geweest van vaak uitgesproken kunststukjes voor mijn probleemrubriek in dat blad. Het moeten er alles bijeen honderden zijn geweest waarvan minstens de helft was gefundeerd op nieuwe motieven. In dat opzicht beschikt Dirk over een grenzeloze creativiteit. Geen twijfel mogelijk dat hij alleen al met zijn motiefvondsten een volstrekt unieke positie inneemt in de damproblematiek. Een geliefd thema van Dirk is daarnaast het damoffer.
Voor deze bijdrage heb ik alle nummers van Hoofdlijn doorgenomen en daaruit een dozijn problemen van Dirk opgediept die stuk voor stuk herpublicatie verdienen. Ik had dit aantal trouwens moeiteloos kunnen vervijfvoudigen, want Dirk is een fenomeen, een man die mag worden gerekend tot de allergrootste broeders in de kunst.
1) 12 (18) 471, 31, 27, 493, 48, 3, 22, 37, 37 (22) 32. Een verrukkelijk bloedbad en ook nog eens lastig op te lossen vanwege de talrijke dwaalsporen die stuk voor stuk in remise verzanden. Zo lijkt 34, 483, 12 (18) 16, 5 (34, 40) 14 (38) 22, 3 (42) 20 (48) 25 heel wat, maar het is niet te winnen. Hoofdlijn 12, mei 1990.
2) 21, 16, 7, 2, 44, 3 (317) 30 (46, want op (24) volgen de mokerslagen 42 en 10), 42, 10, 47. Wat een heerlijk motief! En let ook op de wijze waarop wit met een paar linke zetjes ineens zeeën aan vrije tempo’s wint. Hoofdlijn 14, sept.1990.
3) 33, 29, 282, 3, 6, 32, 33, 43, 44, 5. Een dijk van een stand en een daverend damoffer juist op het moment waarop de toeschouwer zich verbijsterd afvraagt waar het in hemelsnaam naartoe moet. Hoofdlijn 24, mei 1992.
4) 26, 44, 41, 33, 2 (48) 37, 37. Ongecompliceerd buitelwerk. Hoofdlijn 33, nov. 1993.
5) 12, 5 (19) 14, 41 (20, 42) 47 (48) 41, 14, 35. Wederom zo’n mooie motiefvondst. Opmerkelijk is natuurlijk de bijzondere wijze, zeker gezien de aanvangsstelling, waarop Dirk de eindslag 15x35 voor elkaar krijgt. Daarvoor moest eerst een witte schijf naar 15 worden gebracht. Dirk realiseert dit huzarenstukje door dwang in het maximotief. Hoofdlijn 40, jan. 1995.
6) 9, 37, 4, 36 (21, 12, 13) 4 (30, 24) en nu het grandioze 29!! (een zet waarvan behalve Dirk bij mijn weten alleen A. Moiseev zich eens heeft bediend) (32) 10 en de rest is gesneden koek. Hoofdlijn 44, sept. 1995.
7) 33, 43, 7, 1, 30, 45, 34, 24. Kort maar zéér krachtig. Hoofdlijn 50, sept. 1996.
8) 23, 9 (4x13A) 20, 18, 2 (30, 50) 49, 27 (45) 40, 27. We vallen van de ene verbazing in de andere. Een grootse bewerking op een poepmoeilijk motief. A. (18x) 2 (3), een verrassend trapje terug, maar niet voldoende voor de remise. Hoofdlijn 63, nov. 1998.
9) 43, 45, 272, 21, 34!!!, 5, 49, 40, 17, 17 (21, 7) 21 met een bijtrekkertje. Godallemachtig, wat een juweel! De zet 34 is van een onaardse schoonheid: nog nooit zo’n mooie gezien. Hoofdlijn 64, maart 1999.
10) 227, 6, 34, 32 (49) 44, 20, 1, 45 (29, 14, 14) 12 met een bekend afspel. Humor van de bovenste plank. De slag 45x1 is al zo’n tienduizend keer toegepast, maar de omgekeerde slag 1x45 over exact dezelfde stukken, voor zover ik weet, nog nooit. Een bijzonder waardige manier om het nieuwe millennium in te luiden. Hoofdlijn 70, jan. 2000.
Maar... Joost de Heer geeft terecht als commentaar dat wit na 16x43 helemaal niet meer kan winnen. Doodzonde! Wie zet zich aan een reddingsactie?
11) Aanschouw het meest krankzinnige motief ooit: 194 (10x19) 11, 35x24! Zwart heeft nu niet beter dan in arren moede naar dam te sukkelen: (50) 372!, 44, 29, 29! Hoeveel problemen zouden er zijn waarin de eindslag 47x29 over een zwarte dam op 42 voert? Hoofdlijn 82, jan. 2002.
12) 18 (8, 37, 48, 33) 38, 38! Mijn commentaar destijds: “Schrijf een probleemwedstrijd uit op het thema 47, d. 21/16, d.33 met wit aan zet . Hoon en gramschap zullen u ten deel vallen.” Hoofdlijn 100, jan. 2005.
Gepubliceerd in De Problemist, augustus 2012. Surf voor een proefnummer of abonnement naar de website in aanbouw.
Foto: Siep Korteling
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Krekwekdogt woont in 'de schôônste stad van et laand' volgens de autochtonen en een verzameling rampspoed volgens vrijwel ieder ander. Hij schrijft over Brabant, de toestand in de wereld, heden en verleden, dammen en schaken, politiek, literatuur, Willem II (koning, voetbalclub en de sigaren), het dorp Helvoirt waarin hij is opgegroeid en wat er zoal nog meer op zijn weg komt. En dat allemaal vanuit de schôônste stad van et laand, waar ze nog weten hoe het leven geleefd moet worden.
Posts tonen met het label Wiersma Harm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wiersma Harm. Alle posts tonen
zondag 19 augustus 2012
Dirk de Ruiter: een bijna negentigjarig fenomeen
woensdag 15 december 2010
Dammen in Tilburg
Even vooraf: dit artikel heeft vijfentwintig jaar geleden - want het komt uit de oude doos, maar is nog prima te verteren - nogal wat stof doen opwaaien, zij het gelukkig alleen maar in Tilburg en omgeving. Een paar dagen na verschijning van het bewuste nummer van DB Magazine moest ik aantreden als speler van Excelsior voor het jaarlijkse VOS-toernooi van DAVO. Aan dit toernooi namen elk jaar de sterkste verenigingen uit Brabant deel, waaronder derhalve ook TDV. Meteen na binnenkomst werd ik besprongen door enkele doorgedraaide TDV'ers . Met name de voorzitter bleek een uiterst opgewonden heerschap dat meteen een claim van vele tienduizenden guldens op tafel legde. Mijn artikel was namelijk, beweerde hij bij hoog en bij laag en op zéér luide toon, aanleiding geweest voor een potentiële sponsor om een in het vooruitzicht gesteld lucratief contract in te trekken. Pas toen het hele team van Excelsior dreigde op te stappen, bonden de ziedende TDV'ers in. Bijna een kwart eeuw later het artikel nog eens herlezen hebbend, kan ik me de commotie hierover eigenlijk nauwelijks meer voorstellen. Er staat geen gelogen woord in.
TILBURG, juli 1985 - Toen ik een jaar of twintig geleden bij het Vughtse VDC met dammen begon, bleek me uit de daar gevoerde gesprekken (want de wekelijkse clubavond beperkte zich goeddeels tot praten, pimpelen en 'tien van de rooie' op een ijskoud biljart met een Aubisque-achtig hellingspercentage) dat ik voor écht dammen in de Randstad moest zijn. De toenmalige ereklasse bestond immers voor het grootst gedeelte uit westelijke verenigingen als GS, Joseph Blankenaar, IJmuiden, Constant en RDG. Toegegeven: ook clubs als Twente's Eerste, Huizum, Huissen en Excelsior mochten in dat walhalla zo nu en dan hun opwachting maken, maar zij werden uitsluitend temidden der groten getolereerd, omdat dat van de KNDB nu eenmaal moest.
In het Brabantse damleven ging het er inderdaad nog godsonmogelijk amateuristisch aan toe. In Den Bosch zetelde Excelsior en in Heusden A. de Graag, maar voor het overige, zo vertrouwden de Vughtenaren me toe, sloeg het allemaal als een tang op een varken. De dammerij in Tilburg niet uitgezonderd. De stad was weliswaar drie verenigingen rijk - DAVO, TDV en Tilburg '50 - maar die clubs rotzooiden maar wat aan. Een ontmoeting tussen Excelsior en zijn Tilburgse broeders leverde in die dagen nog vlotweg een 20-0 voor de Bosschenaren op, daar was met geen paternoster tegenaan te bidden. Het weerhield de Tilburgers er overigens niet van om na afloop van zo'n desastreuze wedstrijd welgemutst een berichtje naar de krant door te bellen, waarin gewaagd werd van kielekiele en een tegenstander die door het oog van de naald was gekropen. We konden daar bij VDC, tussen twee caramboles door, hartelijk om lachen.
Unicum
Vanaf het begin van de jaren zeventig verloor de Randstad langzaam maar zeker terrein. De provinciale universiteitssteden begonnen aan hun opmars. Groningen had enige tijd het heft in handen, Nijmegen (Lent) volgde. Had het Eindhovense Philips DC oorspronkelijk de grootste moeite om in de nationale Eerste Klasse het hoofd boven water te houden, de laatste jaren maakt het team jacht op promotie en als de schijn niet bedriegt zal men daar binnen afzienbare tijd in slagen ook.
En nu dus Tilburg, "schônste stad van ut láánd" volgens de autochtonen en een verzameling rampspoed volgens vrijwel ieder ander, voor eens en voorgoed vergiftigd door 'Kees de Sloper', alias burgemeester Becht met zijn megalomane hersenspinsels. Een stad zonder ziel, zonder cultuur, maar intussen wel met een paar ijzersterke damverenigingen: Info Engineering en TDV. Info Engineering hoefde in de hoofdklasse alleen in Huissen haar meerdere te erkennen, terwijl TDV met vlag en wimpel naar de hoogste divisie promoveerde. Twee Tilburgse verenigingen in de hoofdklasse: een unicum. De tijd dat in Tilburg pinten meer in aanzien stonden dan punten en dat als gevolg daarvan het tankvermogen heel wat beter ontwikkeld was dan het denkvermogen, lijkt definitief voorbij.
Poëtisch
De basis voor het succes werd zo'n tien jaar geleden gelegd. Er ging niets minder dan een schok door de damwereld, toen bekend werd dat DAVO als eerste damvereniging spelers 'kocht' en daarmee aantoonde dat ook in de dammerij zoiets als een transfermarkt kon worden gecreëerd. Het betrof Harm Wiersma en Ton van de Meerendonk, dankzij wier aanwezigheid DAVO zich fluitend naar de hoofdklasse wist te spelen. Een uitgebalanceerd team was het echter nog lang niet, omdat met name de staartborden vrij zwak bezet waren. Toen bovendien Wiersma elders een contract sloot en Van de Meerendonk het dammen niet meer zag zitten, vreesde men in Café Hoogardie aan de Gasthuisring dat DAVO de heen-en-weer-symptomen van Volendam zou ontwikkelen: te sterk voor de Eerste Klasse en onvoldoende geëquipeerd voor de Hoofdklasse. De komst van jong talent (De Hoon, Meijer, Haagh) en in '84 van wederom Wiersma heeft Info Engineering echter definitief op het hoogste niveau gebracht. Het is een team geworden waarin vechtlust en fanatisme gepaard gaan met gemoedelijkheid en nog altijd veel dorst, waarin spelers als Brouwers, Schippers en Van de Acker in staat zijn om ongeacht welke coryfee dan ook alle hoeken van het dambord te laten zien en waarin het spel toch nog altijd zwaarder weegt dan de knikkers: in geen enkel clubblad worden eigen nederlagen zo poëtisch bezongen als in dat van Info Engineering.
"We betalen niet"
Fons van Erve, zo'n beetje de architect van het huidige succes van Info Engineering: "We gaan in het nieuwe seizoen op de oude voet verder. Ten opzichte van vorig jaar zijn we iets sterker geworden, omdat Sally de Jong bij ons is komen dammen. Hij woont momenteel in België en dan is de keuze voor ons natuurlijk vrij logisch." Op mijn vraag of de penningmeester hiervoor zijn portefeuille heeft moeten trekken: "Hij wordt niet betaald. Echt niet. Wat dat betreft hebben we er genoeg kunnen krijgen, ze stonden elkaar op de stoep te verdringen. Maar ja, ze wilden geld zien en we betalen nu eenmaal niet. Niemand gelooft het, maar het is toch werkelijk zo: we betalen niet."
Naast De Jong valt in het komende seizoen, aldus Van Erve, bovendien de rentree van Ton van de Meerendonk te noteren. Het verhaal wil dat Van de Meerendonk indertijd teleurgesteld het dambord de rug toekeerde, omdat hij er niet in slaagde volledig door te breken en zodoende de kans om met succes een carrière als profdammer te starten door zijn vingers voelde glippen. Met Sally de Jong en Van de Meerendonk - mits deze zijn niveau van '77 weet te bereiken - gaat Info Engineering sterker dan ooit de tegenstanders te lijf. Op jacht naar het kampioenschap? Van Erve: "Ik weet het niet. Het moet zo langzamerhand maar eens gaan gebeuren, vind ik, maar er spelen zoveel factoren een rol... Voor hetzelfde geld zijn we volgend jaar blij dat we ons hebben kunnen handhaven." Een kampioenschap zou de sponsor, een in 's-Hertogenbosch gevestigd computerbedrijf, in ieder geval niet onwelgevallig zijn.
Maleier
Op een steenworp afstand van de Gasthuisring ligt Boulevard, het café van Janus van Abeelen, waar TDV sinds mensenheugenis 'thuis' is. Boulevard is bovendien het établissement waar alle provinciale damactiviteiten worden afgewikkeld. Omdat Janus - een oprecht supporter van 'zijn' TDV - er geen been in ziet om in het ene zaaltje de deelnemers aan bijvoorbeeld het provinciaal kampioenschap neer te zetten en in een aanpalend zaaltje de intocht van Sinterklaas of een carnavalsgebeuren plaats te laten vinden, wil het een en ander zo nu en dan wel eens hectisch verlopen. Het heeft natuurlijk wel zijn charme als de Heilig Man gedurende één dampartij vijfmaal door telkens vers aangerukte kinderen wordt ingehaald, zeker wanneer die Heilig Man niet in een neut blijkt te spugen en op het laatst als een ware Maleier door het café scharrelt, maar het bevordert de correcte afwikkeling van een toch al half mislukte omsingeling slechts in geringe mate. Het zal wel een kwestie van wennen zijn.
Tussen DAVO en TDV heeft het nooit echt goed willen boteren. Toen DAVO in alle openheid de transfermarkt introduceerde, stonden de TDV'ers vooraan in het koor der misprijzers, maar op het moment waarop zij merkten dat op die manier sportieve successen konden worden afgedwongen, waren zij er als de kippen bij. En zo zag Janus in de loop der jaren tot zijn verbazing telkens nieuwe gezichten binnenwandelen. Het begon met Oscar en Hugo Verpoest, allebei nog steeds goed voor dikke scores. Uit Schijndel kwamen Alex en Hans Mathijsen over, die per wedstrijd samen eveneens minimaal twee punten binnenbrengen. En ten slotte besteeg Chris Korsten, kampioen van Brabant, een van Janus' barkrukken. Samen met Ad van Tilborg en Cor Kuijstermans vormden zij in het afgelopen seizoen de basis van een uiterst gedegen team, weliswaar zonder echte hemelbestormers, maar o zo safe. Het team wordt gecomplementeerd door jeugdspelers als Mathoera, Smolders en Van de Braak.
Het kon echter nog beter, vond het bestuur. Met de harde valuta van een garagebedrijf en met de opbrengsten uit de lotto- en totopot in de achterzak reisden de heren oostwaarts. De volgende dag meldde Het Nieuwsblad:
Tilburg - De kersverse Tilburgse dam-hoofdklasser TDV heeft zich voor het komende seizoen verzekerd van de steun van Sw. Nikhilananda, de bagwannaam waarachter bondscoach Jan de Ruijter schuil gaat. Nikhilananda treedt bij TDV op als trainer en speler. In die hoedanigheid heeft hij zijn sporen verdiend (...).
En nog vertrouwde het bestuur de zaak niet helemaal: de selectie werd bijeengeroepen en elke speler kreeg een contract voorgelegd waarin hij zich rechtens en plichtens voor een jaar aan TDV verbond. Er werd braaf en druk getekend, want als je zoiets niet gewend bent, is het uiteraard een hele belevenis. Eens in het leven moet men immers Campari gedronken hebben. Door het actieve bestuursbeleid is echter een onverwacht probleem gerezen: de TDV-selectie is te groot geworden en minstens één speler zal verwezen worden naar een lager vertegenwoordigend tiental. Daardoor zal volgens een insider de snel gerezen ster van Chris Korsten weer even rap naar beneden komen.
Contra-effect
Twee Tilburgse verenigingen in de hoofdklasse, het kon beroerder. Of ze zich half '86 nog allebei hoofdklasser mogen noemen, is vers twee. Wat dat betreft zie ik het somber in voor de jongens van Janus en rooskleurig voor de mannen van Hoogardie, maar mijn inzicht in het damspel is te beperkt om aan mijn oordeel veel waarde te hechten. Dat wisten ze me indertijd in Vught al te vertellen, waarna ze een nieuw rondje door lieten komen en aanlegden voor een driebander met contra-effect.
(Eerste publicatie: Dammagazine DB 112, juli 1985)
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
TILBURG, juli 1985 - Toen ik een jaar of twintig geleden bij het Vughtse VDC met dammen begon, bleek me uit de daar gevoerde gesprekken (want de wekelijkse clubavond beperkte zich goeddeels tot praten, pimpelen en 'tien van de rooie' op een ijskoud biljart met een Aubisque-achtig hellingspercentage) dat ik voor écht dammen in de Randstad moest zijn. De toenmalige ereklasse bestond immers voor het grootst gedeelte uit westelijke verenigingen als GS, Joseph Blankenaar, IJmuiden, Constant en RDG. Toegegeven: ook clubs als Twente's Eerste, Huizum, Huissen en Excelsior mochten in dat walhalla zo nu en dan hun opwachting maken, maar zij werden uitsluitend temidden der groten getolereerd, omdat dat van de KNDB nu eenmaal moest.
In het Brabantse damleven ging het er inderdaad nog godsonmogelijk amateuristisch aan toe. In Den Bosch zetelde Excelsior en in Heusden A. de Graag, maar voor het overige, zo vertrouwden de Vughtenaren me toe, sloeg het allemaal als een tang op een varken. De dammerij in Tilburg niet uitgezonderd. De stad was weliswaar drie verenigingen rijk - DAVO, TDV en Tilburg '50 - maar die clubs rotzooiden maar wat aan. Een ontmoeting tussen Excelsior en zijn Tilburgse broeders leverde in die dagen nog vlotweg een 20-0 voor de Bosschenaren op, daar was met geen paternoster tegenaan te bidden. Het weerhield de Tilburgers er overigens niet van om na afloop van zo'n desastreuze wedstrijd welgemutst een berichtje naar de krant door te bellen, waarin gewaagd werd van kielekiele en een tegenstander die door het oog van de naald was gekropen. We konden daar bij VDC, tussen twee caramboles door, hartelijk om lachen.
Unicum
Vanaf het begin van de jaren zeventig verloor de Randstad langzaam maar zeker terrein. De provinciale universiteitssteden begonnen aan hun opmars. Groningen had enige tijd het heft in handen, Nijmegen (Lent) volgde. Had het Eindhovense Philips DC oorspronkelijk de grootste moeite om in de nationale Eerste Klasse het hoofd boven water te houden, de laatste jaren maakt het team jacht op promotie en als de schijn niet bedriegt zal men daar binnen afzienbare tijd in slagen ook.
En nu dus Tilburg, "schônste stad van ut láánd" volgens de autochtonen en een verzameling rampspoed volgens vrijwel ieder ander, voor eens en voorgoed vergiftigd door 'Kees de Sloper', alias burgemeester Becht met zijn megalomane hersenspinsels. Een stad zonder ziel, zonder cultuur, maar intussen wel met een paar ijzersterke damverenigingen: Info Engineering en TDV. Info Engineering hoefde in de hoofdklasse alleen in Huissen haar meerdere te erkennen, terwijl TDV met vlag en wimpel naar de hoogste divisie promoveerde. Twee Tilburgse verenigingen in de hoofdklasse: een unicum. De tijd dat in Tilburg pinten meer in aanzien stonden dan punten en dat als gevolg daarvan het tankvermogen heel wat beter ontwikkeld was dan het denkvermogen, lijkt definitief voorbij.
Poëtisch
De basis voor het succes werd zo'n tien jaar geleden gelegd. Er ging niets minder dan een schok door de damwereld, toen bekend werd dat DAVO als eerste damvereniging spelers 'kocht' en daarmee aantoonde dat ook in de dammerij zoiets als een transfermarkt kon worden gecreëerd. Het betrof Harm Wiersma en Ton van de Meerendonk, dankzij wier aanwezigheid DAVO zich fluitend naar de hoofdklasse wist te spelen. Een uitgebalanceerd team was het echter nog lang niet, omdat met name de staartborden vrij zwak bezet waren. Toen bovendien Wiersma elders een contract sloot en Van de Meerendonk het dammen niet meer zag zitten, vreesde men in Café Hoogardie aan de Gasthuisring dat DAVO de heen-en-weer-symptomen van Volendam zou ontwikkelen: te sterk voor de Eerste Klasse en onvoldoende geëquipeerd voor de Hoofdklasse. De komst van jong talent (De Hoon, Meijer, Haagh) en in '84 van wederom Wiersma heeft Info Engineering echter definitief op het hoogste niveau gebracht. Het is een team geworden waarin vechtlust en fanatisme gepaard gaan met gemoedelijkheid en nog altijd veel dorst, waarin spelers als Brouwers, Schippers en Van de Acker in staat zijn om ongeacht welke coryfee dan ook alle hoeken van het dambord te laten zien en waarin het spel toch nog altijd zwaarder weegt dan de knikkers: in geen enkel clubblad worden eigen nederlagen zo poëtisch bezongen als in dat van Info Engineering.
"We betalen niet"
Fons van Erve, zo'n beetje de architect van het huidige succes van Info Engineering: "We gaan in het nieuwe seizoen op de oude voet verder. Ten opzichte van vorig jaar zijn we iets sterker geworden, omdat Sally de Jong bij ons is komen dammen. Hij woont momenteel in België en dan is de keuze voor ons natuurlijk vrij logisch." Op mijn vraag of de penningmeester hiervoor zijn portefeuille heeft moeten trekken: "Hij wordt niet betaald. Echt niet. Wat dat betreft hebben we er genoeg kunnen krijgen, ze stonden elkaar op de stoep te verdringen. Maar ja, ze wilden geld zien en we betalen nu eenmaal niet. Niemand gelooft het, maar het is toch werkelijk zo: we betalen niet."
Naast De Jong valt in het komende seizoen, aldus Van Erve, bovendien de rentree van Ton van de Meerendonk te noteren. Het verhaal wil dat Van de Meerendonk indertijd teleurgesteld het dambord de rug toekeerde, omdat hij er niet in slaagde volledig door te breken en zodoende de kans om met succes een carrière als profdammer te starten door zijn vingers voelde glippen. Met Sally de Jong en Van de Meerendonk - mits deze zijn niveau van '77 weet te bereiken - gaat Info Engineering sterker dan ooit de tegenstanders te lijf. Op jacht naar het kampioenschap? Van Erve: "Ik weet het niet. Het moet zo langzamerhand maar eens gaan gebeuren, vind ik, maar er spelen zoveel factoren een rol... Voor hetzelfde geld zijn we volgend jaar blij dat we ons hebben kunnen handhaven." Een kampioenschap zou de sponsor, een in 's-Hertogenbosch gevestigd computerbedrijf, in ieder geval niet onwelgevallig zijn.
Maleier
Op een steenworp afstand van de Gasthuisring ligt Boulevard, het café van Janus van Abeelen, waar TDV sinds mensenheugenis 'thuis' is. Boulevard is bovendien het établissement waar alle provinciale damactiviteiten worden afgewikkeld. Omdat Janus - een oprecht supporter van 'zijn' TDV - er geen been in ziet om in het ene zaaltje de deelnemers aan bijvoorbeeld het provinciaal kampioenschap neer te zetten en in een aanpalend zaaltje de intocht van Sinterklaas of een carnavalsgebeuren plaats te laten vinden, wil het een en ander zo nu en dan wel eens hectisch verlopen. Het heeft natuurlijk wel zijn charme als de Heilig Man gedurende één dampartij vijfmaal door telkens vers aangerukte kinderen wordt ingehaald, zeker wanneer die Heilig Man niet in een neut blijkt te spugen en op het laatst als een ware Maleier door het café scharrelt, maar het bevordert de correcte afwikkeling van een toch al half mislukte omsingeling slechts in geringe mate. Het zal wel een kwestie van wennen zijn.
Tussen DAVO en TDV heeft het nooit echt goed willen boteren. Toen DAVO in alle openheid de transfermarkt introduceerde, stonden de TDV'ers vooraan in het koor der misprijzers, maar op het moment waarop zij merkten dat op die manier sportieve successen konden worden afgedwongen, waren zij er als de kippen bij. En zo zag Janus in de loop der jaren tot zijn verbazing telkens nieuwe gezichten binnenwandelen. Het begon met Oscar en Hugo Verpoest, allebei nog steeds goed voor dikke scores. Uit Schijndel kwamen Alex en Hans Mathijsen over, die per wedstrijd samen eveneens minimaal twee punten binnenbrengen. En ten slotte besteeg Chris Korsten, kampioen van Brabant, een van Janus' barkrukken. Samen met Ad van Tilborg en Cor Kuijstermans vormden zij in het afgelopen seizoen de basis van een uiterst gedegen team, weliswaar zonder echte hemelbestormers, maar o zo safe. Het team wordt gecomplementeerd door jeugdspelers als Mathoera, Smolders en Van de Braak.
Het kon echter nog beter, vond het bestuur. Met de harde valuta van een garagebedrijf en met de opbrengsten uit de lotto- en totopot in de achterzak reisden de heren oostwaarts. De volgende dag meldde Het Nieuwsblad:
Tilburg - De kersverse Tilburgse dam-hoofdklasser TDV heeft zich voor het komende seizoen verzekerd van de steun van Sw. Nikhilananda, de bagwannaam waarachter bondscoach Jan de Ruijter schuil gaat. Nikhilananda treedt bij TDV op als trainer en speler. In die hoedanigheid heeft hij zijn sporen verdiend (...).
En nog vertrouwde het bestuur de zaak niet helemaal: de selectie werd bijeengeroepen en elke speler kreeg een contract voorgelegd waarin hij zich rechtens en plichtens voor een jaar aan TDV verbond. Er werd braaf en druk getekend, want als je zoiets niet gewend bent, is het uiteraard een hele belevenis. Eens in het leven moet men immers Campari gedronken hebben. Door het actieve bestuursbeleid is echter een onverwacht probleem gerezen: de TDV-selectie is te groot geworden en minstens één speler zal verwezen worden naar een lager vertegenwoordigend tiental. Daardoor zal volgens een insider de snel gerezen ster van Chris Korsten weer even rap naar beneden komen.
Contra-effect
Twee Tilburgse verenigingen in de hoofdklasse, het kon beroerder. Of ze zich half '86 nog allebei hoofdklasser mogen noemen, is vers twee. Wat dat betreft zie ik het somber in voor de jongens van Janus en rooskleurig voor de mannen van Hoogardie, maar mijn inzicht in het damspel is te beperkt om aan mijn oordeel veel waarde te hechten. Dat wisten ze me indertijd in Vught al te vertellen, waarna ze een nieuw rondje door lieten komen en aanlegden voor een driebander met contra-effect.
(Eerste publicatie: Dammagazine DB 112, juli 1985)
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)











