Krekwekdogt en echtgenote hebben er even schoon genoeg van. Van de kou, de sneeuw, het verbijsterende onvermogen en krankzinnige communicatiegedrag van NS en ProRail, het strooibeleid van de gemeente Tilburg - hoewel, het zij gezegd, de lokale bestuurderen eigenlijk nog gelijk hebben ook omdat de overheid weer eens rotzooi heeft ingekocht: het strooizout doet niet wat het moet doen - vrouwke Schultz die voor de zoveelste keer opheldering wil (maar ondertussen wel dat rotzout heeft ingekocht) en nu ineens allerlei deskundigen uit de Alpen wil inhuren (blond hè), en natuurlijk niet te vergeten onze grote nationale pias, ook blond hè, die ongetwijfeld wel weer een aantal stompzinnige vragen weet te bedenken over de rol die de islam heeft gespeeld in het plotseling invallen van de winter.
Waarmee maar gezegd wil zijn dat het de komende weken wat stilletjes zal worden op deze pagina's. Want we gaan eens even lekker de botten opwarmen. Maar voelt u zich, waarde lezer, vooral niet geremd om heel erg te genieten van de kou!
Oh ja, een klein woord voor het gespuis onder ons: achterban is promi- & permanent in onze stulp aanwezig en zorgt voor huis, have en goed.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Krekwekdogt woont in 'de schôônste stad van et laand' volgens de autochtonen en een verzameling rampspoed volgens vrijwel ieder ander. Hij schrijft over Brabant, de toestand in de wereld, heden en verleden, dammen en schaken, politiek, literatuur, Willem II (koning, voetbalclub en de sigaren), het dorp Helvoirt waarin hij is opgegroeid en wat er zoal nog meer op zijn weg komt. En dat allemaal vanuit de schôônste stad van et laand, waar ze nog weten hoe het leven geleefd moet worden.
Posts tonen met het label NS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NS. Alle posts tonen
zaterdag 4 februari 2012
vrijdag 7 oktober 2011
Plaszak
Gezeten in een van de beruchte Sprinters van de NS mocht ik het onuitsprekelijk genoegen smaken getuige te zijn van de conversatie van twee NS-employees (dat schrijf ik nu wel met zoveel aplomb, maar voor hetzelfde geld waren het twee exemplaren van dat vermaledijde leger armzaligen van geest in dienst van ProRail). Hoe het ook zij, één van de twee wist smeuïg te verhalen over de miskoop van de eeuw: de Sprinter Lighttrain, het treintje dus waarin ik op dat moment genoeglijk getuige zat te wezen.
Hij had er geen hoge pet van op, van de Sprinter. “Het is een softwarematige ramp”, vertelde hij. “Er zijn vierbakken en zesbakken. De vierbakken worden geproduceerd door Bombardier, de zesbakken door Siemens. Omdat de software niet goed op elkaar is afgestemd, leveren ze voortdurend problemen op. Loskoppelen van de vier- en zesbak veroorzaakt grote vertragingen, vastkoppelen ook.”
Vertel mij wat, dacht ik. In de tijd die ik met het vruchteloos aan- en afkoppelen de laatste jaren heb verprutst, had ik met succes een doorwrochte geschiedenis van de opkomst en ondergang van het Nederlands koningshuis kunnen schrijven.
“Ze schieten bij een beetje smeltwater onmiddellijk in de storing, de deuren zijn van bordkarton en weigeren doorlopend te sluiten of open te gaan, de intercom produceert alleen maar een hoop gekraak en gepiep, de stoelen bezorgen je een hernia, de airco functioneert matig en zo kan ik nog een tijdje doorgaan.”
“En je kunt er ook nergens piesen”, deed zijn maat een duit in het zakje.
Maar dat wordt opgelost. We krijgen plaszakken, werd vandaag bekend, waarin we onder de neus van de machinist – in vakjargon: de werkplek - ons plasje af kunnen leveren. De plaszakkenproducent wist de NOS bovendien te vertellen dat hij desgewenst ook poepzakken kan leveren. Wat een weelde, waarde lezer! Ondanks dat: grote verbazing, afkeer en hilariteit in heel Nederland.
Ben ik dan de enige die straks, als het nodig is, maar al te graag bij de machinist zijn aardappelen af zal gieten? Ooit een plasje gemaakt op een echte treintoilet? Precies, dan praat je wel anders.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Hij had er geen hoge pet van op, van de Sprinter. “Het is een softwarematige ramp”, vertelde hij. “Er zijn vierbakken en zesbakken. De vierbakken worden geproduceerd door Bombardier, de zesbakken door Siemens. Omdat de software niet goed op elkaar is afgestemd, leveren ze voortdurend problemen op. Loskoppelen van de vier- en zesbak veroorzaakt grote vertragingen, vastkoppelen ook.”
Vertel mij wat, dacht ik. In de tijd die ik met het vruchteloos aan- en afkoppelen de laatste jaren heb verprutst, had ik met succes een doorwrochte geschiedenis van de opkomst en ondergang van het Nederlands koningshuis kunnen schrijven.
“Ze schieten bij een beetje smeltwater onmiddellijk in de storing, de deuren zijn van bordkarton en weigeren doorlopend te sluiten of open te gaan, de intercom produceert alleen maar een hoop gekraak en gepiep, de stoelen bezorgen je een hernia, de airco functioneert matig en zo kan ik nog een tijdje doorgaan.”
“En je kunt er ook nergens piesen”, deed zijn maat een duit in het zakje.
Maar dat wordt opgelost. We krijgen plaszakken, werd vandaag bekend, waarin we onder de neus van de machinist – in vakjargon: de werkplek - ons plasje af kunnen leveren. De plaszakkenproducent wist de NOS bovendien te vertellen dat hij desgewenst ook poepzakken kan leveren. Wat een weelde, waarde lezer! Ondanks dat: grote verbazing, afkeer en hilariteit in heel Nederland.
Ben ik dan de enige die straks, als het nodig is, maar al te graag bij de machinist zijn aardappelen af zal gieten? Ooit een plasje gemaakt op een echte treintoilet? Precies, dan praat je wel anders.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
vrijdag 7 januari 2011
Bij NS in de aanbieding: winterbrunches (maar niet heus)
Nee, ik begin niet weer over alle ellende die NS en ProRail vanaf medio november tot eind 2010 over mijn en ongetwijfeld ook uw geteisterde hoofd hebben uitgestort. Ik zou er moeiteloos een zestiendelige encyclopedie mee kunnen vullen, maar ik ben er even over uitgeschreven. Het verwerkingsproces moet zo langzamerhand ongestoord zijn beslag kunnen krijgen zonder meteen toe te geven aan de verleiding om de pen in vitriool te dopen.
Althans, dat vond ik tot ik vanmorgen een e-mail van NS in mijn bus aantrof, bestemd voor alle houders van een OV- of trajectkaart eerste klas. Dit werd me voorgeschoteld.
"Voor u als vaste klant hebben wij ook een speciale ‘zoutactie’. Als u buiten de spits kunt reizen, bieden wij u een gratis winterbrunch aan bij de Broodzaak. Deze bestaat uit een warm drankje, een broodje en fruit naar keuze.
Wij nodigen u van harte uit elke werkdag vanaf vrijdag 7 januari tot en met maandag 31 januari 2011 tussen 10.00 en 15.00 uur deze winterbrunch in de Broodzaak op het station te komen afhalen. (...) Op vertoon van uw 1e klas Jaarabonnement ontvangt u dit alles gratis."
Ze hebben nog steeds een portie bielzen voor hun hoofd. Het is de oelewappers al dan niet bewust ontgaan dat houders van genoemde kaarten één niet onbelangrijk kenmerk gemeen hebben: zij werken. En voor de overgrote meerderheid betekent dit dat zij op last van hun werkgever geacht worden ruimschoots vóór tien uur 's morgens met hun zegenrijke arbeid te beginnen benevens ruimschoots ná drie uur 's middags daarachter een punt te zetten. Werkend Nederland kan dus nauwelijks 'buiten de spits reizen'. En dat terwijl datzelfde werkend Nederland nu juist het zwaarst getroffen is door de onuitsprekelijke onmacht van NS en ProRail om te doen waarvoor zij in het leven zijn geroepen.
Waarde heren, ik adviseer u stante pede een bezoek aan de bedrijfsarts te brengen: u lijdt namelijk aan een collectieve, levensgevaarlijke vorm van hersenverweking of op zijn minst aan de morbide neiging om ten koste van ons voortdurend voor een dubbeltje op de eerste rang te willen zitten.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Althans, dat vond ik tot ik vanmorgen een e-mail van NS in mijn bus aantrof, bestemd voor alle houders van een OV- of trajectkaart eerste klas. Dit werd me voorgeschoteld."Voor u als vaste klant hebben wij ook een speciale ‘zoutactie’. Als u buiten de spits kunt reizen, bieden wij u een gratis winterbrunch aan bij de Broodzaak. Deze bestaat uit een warm drankje, een broodje en fruit naar keuze.
Wij nodigen u van harte uit elke werkdag vanaf vrijdag 7 januari tot en met maandag 31 januari 2011 tussen 10.00 en 15.00 uur deze winterbrunch in de Broodzaak op het station te komen afhalen. (...) Op vertoon van uw 1e klas Jaarabonnement ontvangt u dit alles gratis."
Ze hebben nog steeds een portie bielzen voor hun hoofd. Het is de oelewappers al dan niet bewust ontgaan dat houders van genoemde kaarten één niet onbelangrijk kenmerk gemeen hebben: zij werken. En voor de overgrote meerderheid betekent dit dat zij op last van hun werkgever geacht worden ruimschoots vóór tien uur 's morgens met hun zegenrijke arbeid te beginnen benevens ruimschoots ná drie uur 's middags daarachter een punt te zetten. Werkend Nederland kan dus nauwelijks 'buiten de spits reizen'. En dat terwijl datzelfde werkend Nederland nu juist het zwaarst getroffen is door de onuitsprekelijke onmacht van NS en ProRail om te doen waarvoor zij in het leven zijn geroepen.
Waarde heren, ik adviseer u stante pede een bezoek aan de bedrijfsarts te brengen: u lijdt namelijk aan een collectieve, levensgevaarlijke vorm van hersenverweking of op zijn minst aan de morbide neiging om ten koste van ons voortdurend voor een dubbeltje op de eerste rang te willen zitten.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Labels:
Broodzaak,
NS,
ProRail,
Winterbrunch,
Zoutactie
donderdag 4 november 2010
Misbakseltjes slaan weer toe
Tsjonge, dat gaat niet in je kouwe kleren zitten, dacht God op de achtste scheppingsdag. Hij was moe en verlangde naar bosvruchtenthee met spritskoeken van Verkade. Of een op eikenhout gerijpte Bokma met wat plakjes boerenleverworst uit de kop van Overijssel. Eerst echter het werk. Dat moest af. En daarom schiep Hij nog twee miezerige druiloortjes. Vergenoegd de geslaagde misbakseltjes in ogenschouw nemend zei Hij: “Jou noem ik NS en jou ProRail. En weten jullie wat nou zo grappig is? Jullie sporen niet!”, waarna Hij zich bulderend van het lachen terugtrok in Zijn rustvertrek.
Het was hedenmorgen weer een gruwel op het spoor. De misbakseltjes hadden ons er de afgelopen dagen al voor gewaarschuwd: waar in de ons omringende landen treinen onder alle weersomstandigheden met overtuiging en precisie zouden voortdenderen, daar zouden ze bij ons heel langzaam gaan rijden en misschien wel stil komen te staan als gevolg van gebladerte op de rails. Je moet in je infantiele onnozelheid toch wel zeer diep gezonken zijn om al op voorhand te kennen te geven dat je het weer radicaal zult laten afweten en ondertussen van mening te blijven dat je buitensporig bovenbalkenendige salaris nog verder omhoog moet.
Om half tien moest ik in Almere zijn. Om vijf over zeven stond ik op het knusse stationnetje Tilburg Reeshof. Ik zal de lezer niet vermoeien met de daaropvolgende hoogst onwaarschijnlijke wederwaardigheden. Laat ik volstaan met de mededeling dat ik me ruim vier uur later, om kwart over elf, bij mijn baas in Woerden meldde zonder erin geslaagd te zijn om ook maar in de buurt van Almere te geraken.
“Ze sporen nog steeds niet”, mompelde God vanmorgen verheugd. “Ik heb werkelijk bijzonder veel eer van mijn werk, al zeg ik het zelf.” Hij pakte een notitieboekje, stopte een spritskoek met een chocolade randje in zijn mond en schreef: 'Niet vergeten Petrus te melden: NS en ProRail voor straf eeuwig een rondje om de kerk en geen traktement'. Hij klopte de kruimels uit zijn baard en stiefelde naar Zijn rustvertrek.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Het was hedenmorgen weer een gruwel op het spoor. De misbakseltjes hadden ons er de afgelopen dagen al voor gewaarschuwd: waar in de ons omringende landen treinen onder alle weersomstandigheden met overtuiging en precisie zouden voortdenderen, daar zouden ze bij ons heel langzaam gaan rijden en misschien wel stil komen te staan als gevolg van gebladerte op de rails. Je moet in je infantiele onnozelheid toch wel zeer diep gezonken zijn om al op voorhand te kennen te geven dat je het weer radicaal zult laten afweten en ondertussen van mening te blijven dat je buitensporig bovenbalkenendige salaris nog verder omhoog moet.
Om half tien moest ik in Almere zijn. Om vijf over zeven stond ik op het knusse stationnetje Tilburg Reeshof. Ik zal de lezer niet vermoeien met de daaropvolgende hoogst onwaarschijnlijke wederwaardigheden. Laat ik volstaan met de mededeling dat ik me ruim vier uur later, om kwart over elf, bij mijn baas in Woerden meldde zonder erin geslaagd te zijn om ook maar in de buurt van Almere te geraken.
“Ze sporen nog steeds niet”, mompelde God vanmorgen verheugd. “Ik heb werkelijk bijzonder veel eer van mijn werk, al zeg ik het zelf.” Hij pakte een notitieboekje, stopte een spritskoek met een chocolade randje in zijn mond en schreef: 'Niet vergeten Petrus te melden: NS en ProRail voor straf eeuwig een rondje om de kerk en geen traktement'. Hij klopte de kruimels uit zijn baard en stiefelde naar Zijn rustvertrek.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
woensdag 14 juli 2010
‘Geel en blauw houdt van Oranje’
Met het verbaal vermogen van voetbalpersoonlijkheden is het pover gesteld. Dat hebben we de afgelopen maand weer danig aan den lijve moeten ondervinden. Tenhemelschreiend voorbeeld : ‘Hun heb meer talent als ons’. Zes woorden, vier blunders. Bij u, waarde lezer, was ongetwijfeld ‘zij hebben meer talent dan wij’ over de lippen gekomen, maar zo niet bij deze trainer, van wie om piëteitsredenen verzwegen zij dat het Marco van Basten was.
Er zijn echter ook verbaal begaafde voetballers. Vorige week mocht ik er op de BBC een bewonderen in de nabeschouwing van een wedstrijd van Nederland. Presentator van het bewuste programma, Match of the Day, is Gary Lineker, een fenomeen in het Engelse voetbal. De gevreesde spits speelde 80 wedstrijden in het nationale elftal en scoorde daarin 48 goals, maar hij heeft zijn faam toch met name te danken aan het ongelooflijke feit dat hij in zijn achttienjarige carrière als profvoetballer nooit een gele of rode kaart heeft hoeven te incasseren. Een toonbeeld van beschaving derhalve. Ook als presentator van het genoemde programma heeft hij zijn sporen verdiend. Van Lineker is de onsterfelijke uitspraak: “Voetbal is een simpel spel. Het wordt gespeeld door 22 mannen en uiteindelijk winnen de Duitsers.”
Lineker bedoel ik echter niet. Er nam een andere voetballer deel aan de nabeschouwing, een man die perfect Oxford-English sprak en alleen maar weldoordachte dingen zei. Zijn naam: Clarence Seedorf. Het was een bijzonder genoegen om deze denker en filosoof te mogen aanschouwen. Groot voetballer, maar vooral een groot en intelligent mens.
Ik geef het graag toe, dit was een hele aanloop naar de taalkundige kennis van de NS. Tot mijn afgrijzen heb ik de afgelopen dagen een heleboel treinen rond zien tuffen met daarop in koeienletters de tekst: ‘Geel en blauw houdt van Oranje’. Na dagen denken bedacht door een aantal NS-onbenullen. Het kan natuurlijk ook bedacht zijn door een uitsluitend gebakken lucht en exorbitante nota's producerend reclamebureau, maar dan nog is deze vondst helemaal goedgekeurd en prachtig bevonden door de reeds gememoreerde stoethaspels, op wie een psychiater al na enkele seconden het etiket ‘ontoerekeningsvatbaar’ zou plakken.
Geel en blauw houdt van Oranje. Bart en Ad eet patat. NS en ProRail is van de pot gerukt.
Er zijn echter ook verbaal begaafde voetballers. Vorige week mocht ik er op de BBC een bewonderen in de nabeschouwing van een wedstrijd van Nederland. Presentator van het bewuste programma, Match of the Day, is Gary Lineker, een fenomeen in het Engelse voetbal. De gevreesde spits speelde 80 wedstrijden in het nationale elftal en scoorde daarin 48 goals, maar hij heeft zijn faam toch met name te danken aan het ongelooflijke feit dat hij in zijn achttienjarige carrière als profvoetballer nooit een gele of rode kaart heeft hoeven te incasseren. Een toonbeeld van beschaving derhalve. Ook als presentator van het genoemde programma heeft hij zijn sporen verdiend. Van Lineker is de onsterfelijke uitspraak: “Voetbal is een simpel spel. Het wordt gespeeld door 22 mannen en uiteindelijk winnen de Duitsers.”
Lineker bedoel ik echter niet. Er nam een andere voetballer deel aan de nabeschouwing, een man die perfect Oxford-English sprak en alleen maar weldoordachte dingen zei. Zijn naam: Clarence Seedorf. Het was een bijzonder genoegen om deze denker en filosoof te mogen aanschouwen. Groot voetballer, maar vooral een groot en intelligent mens.
Ik geef het graag toe, dit was een hele aanloop naar de taalkundige kennis van de NS. Tot mijn afgrijzen heb ik de afgelopen dagen een heleboel treinen rond zien tuffen met daarop in koeienletters de tekst: ‘Geel en blauw houdt van Oranje’. Na dagen denken bedacht door een aantal NS-onbenullen. Het kan natuurlijk ook bedacht zijn door een uitsluitend gebakken lucht en exorbitante nota's producerend reclamebureau, maar dan nog is deze vondst helemaal goedgekeurd en prachtig bevonden door de reeds gememoreerde stoethaspels, op wie een psychiater al na enkele seconden het etiket ‘ontoerekeningsvatbaar’ zou plakken.
Geel en blauw houdt van Oranje. Bart en Ad eet patat. NS en ProRail is van de pot gerukt.
zaterdag 3 juli 2010
ProRail: incompetente tuinkabouters
Het was gisteren weer feest op het spoor, met dank aan de zottenbende die als 'ProRail' door het leven gaat. Bij vorst, bij regen, bij vallende bladeren, bij sneeuw, bij wind en bij temperaturen boven en beneden 20 graden laat de complete infrastructuur het afweten, terwijl in de ons omringende landen de treinen gewoon stipt op tijd doen wat ze moeten doen. Het wordt tijd dat iemand eens geducht de kussens opschudt in dit door ernstig zwakbegaafden geleide bedrijf.
Om 17.10 uur stond ik op een snikheet perron in Woerden. Het sprintertje naar Utrecht had een vertraging van een minuut of tien, maar daar kon ik nog wel mee leven. In Utrecht begon echter de ellende. Geen treinen richting Den Bosch, Rotterdam, Deventer en nog een handvol andere plaatsen. Oorzaak: “Extreme weersomstandigheden”, zoals de digitaal ingeblikte stem van een of andere dame om de vijf minuten liet weten. Verder geen mededelingen, behalve dan dat de slachtoffers gratis water en fris kregen aangeboden. Een flinke pot bier was me liever geweest, maar allez, we mogen een gegeven paard niet in de bek kijken.
Tot 19.00 uur heb ik op perron 19 vruchteloos staan wachten tot de trein richting Tilburg zich in beweging zou zetten. Toen maar uit arren moede in de intercity naar Nijmegen gestapt. Een kolossale omweg, maar je moet iets, nietwaar? Rond 20.30 uur kwamen we in Nijmegen aan, met een vertraging van 40 minuten vanwege falende overwegen en seinpalen.
Godzijdank stond daar op perron 4b de boemel naar Den Bosch al klaar. Een conducteur, in het gelukzalige bezit van nog slechts één boventand en een enorme paardenstaart, bij elkaar gehouden door een smerig elastiekje – wie kan mij uitleggen waarom de NS de representativiteitseisen voor het personeel zowat naar nul heeft teruggeschroefd en het niet meer bezwaarlijk vindt om dit soort viezige ventjes met luizenvangers tot bijna op hun ongetwijfeld ongewassen kont op ons los te laten? – stond een woedende menigte toe te spreken: de trein was er, maar helaas was de machinist er niet, die was zoek, meldde hij blijmoedig. De helft van de treinen in het land stond stil, maar in Nijmegen slaagden ze er niet in om ergens een machinistje vandaan te halen.
Om 20.50 uur sukkelde uiteindelijk een bomvolle intercity vanuit Nijmegen naar Tilburg, waar ik rond 21.35 uur aankwam. Het boemeltje dat me tot slot naar Tilburg Reeshof moest brengen, bleek ook weer een forse vertraging te hebben. Welaan, dat kon er nog wel bij. Dan maar weer een half uurtje wachten.
Toen het half uurtje bijna verstreken was, deelde de mechanische stem van datzelfde mens als in Utrecht mee dat de boemel “helaas” niet meer zou rijden en dat de volgende boemel een half uur later zou vertrekken. “Met excuses voor het ongemak”, liet het kreng er nog op volgen. Had je dat niet eerder kunnen melden, tuttebel? Van ellende heb ik toen maar de bus genomen. Die reed tenminste wel. Om 22.35 uur was ik thuis. In een kleine zes uur een afstand van hemelsbreed 75 kilometer overbrugd.
Wees gerust, ik sla genadeloos terug. De lezer kan enkele bijzonder venijnige stukjes over dit volslagen incompetente bedrijf tegemoet zien. Ik zal ze hebben, die hersenloze, arrogante tuinkabouters.
Om 17.10 uur stond ik op een snikheet perron in Woerden. Het sprintertje naar Utrecht had een vertraging van een minuut of tien, maar daar kon ik nog wel mee leven. In Utrecht begon echter de ellende. Geen treinen richting Den Bosch, Rotterdam, Deventer en nog een handvol andere plaatsen. Oorzaak: “Extreme weersomstandigheden”, zoals de digitaal ingeblikte stem van een of andere dame om de vijf minuten liet weten. Verder geen mededelingen, behalve dan dat de slachtoffers gratis water en fris kregen aangeboden. Een flinke pot bier was me liever geweest, maar allez, we mogen een gegeven paard niet in de bek kijken.
Tot 19.00 uur heb ik op perron 19 vruchteloos staan wachten tot de trein richting Tilburg zich in beweging zou zetten. Toen maar uit arren moede in de intercity naar Nijmegen gestapt. Een kolossale omweg, maar je moet iets, nietwaar? Rond 20.30 uur kwamen we in Nijmegen aan, met een vertraging van 40 minuten vanwege falende overwegen en seinpalen.
Godzijdank stond daar op perron 4b de boemel naar Den Bosch al klaar. Een conducteur, in het gelukzalige bezit van nog slechts één boventand en een enorme paardenstaart, bij elkaar gehouden door een smerig elastiekje – wie kan mij uitleggen waarom de NS de representativiteitseisen voor het personeel zowat naar nul heeft teruggeschroefd en het niet meer bezwaarlijk vindt om dit soort viezige ventjes met luizenvangers tot bijna op hun ongetwijfeld ongewassen kont op ons los te laten? – stond een woedende menigte toe te spreken: de trein was er, maar helaas was de machinist er niet, die was zoek, meldde hij blijmoedig. De helft van de treinen in het land stond stil, maar in Nijmegen slaagden ze er niet in om ergens een machinistje vandaan te halen.
Om 20.50 uur sukkelde uiteindelijk een bomvolle intercity vanuit Nijmegen naar Tilburg, waar ik rond 21.35 uur aankwam. Het boemeltje dat me tot slot naar Tilburg Reeshof moest brengen, bleek ook weer een forse vertraging te hebben. Welaan, dat kon er nog wel bij. Dan maar weer een half uurtje wachten.
Toen het half uurtje bijna verstreken was, deelde de mechanische stem van datzelfde mens als in Utrecht mee dat de boemel “helaas” niet meer zou rijden en dat de volgende boemel een half uur later zou vertrekken. “Met excuses voor het ongemak”, liet het kreng er nog op volgen. Had je dat niet eerder kunnen melden, tuttebel? Van ellende heb ik toen maar de bus genomen. Die reed tenminste wel. Om 22.35 uur was ik thuis. In een kleine zes uur een afstand van hemelsbreed 75 kilometer overbrugd.
Wees gerust, ik sla genadeloos terug. De lezer kan enkele bijzonder venijnige stukjes over dit volslagen incompetente bedrijf tegemoet zien. Ik zal ze hebben, die hersenloze, arrogante tuinkabouters.
maandag 26 april 2010
De mensen achter de plaquette in D’n Atelier
In de portiersloge van D’n Atelier hangt een gedenkteken met de sobere tekst ‘Ter gedachtenis aan hen die vielen 1940-1945’ en daaronder de namen van de slachtoffers van het oorlogsgeweld, stuk voor stuk mensen die in die jaren in dienst waren van de Centrale Werkplaats van de NS. Het betreft C.J.N.A. Bodden, A.P. Broos, H.A. Buster, H. de Jongh, S. Mozes en G.G. Rijkers.
De plaquette werd op 9 september 1948 onthuld, maar was verre van uniek. Elders in het land lieten de Nederlandse Spoorwegen op zo’n 110 andere plaatsen soortgelijke gedenktekens aanbrengen, de meeste in stations. Een mooi gebaar, geen twijfel over mogelijk, maar ondertussen ook een tamelijk doorzichtige poging om het danig geschonden blazoen wat op te poetsen. De handel en wandel van de NS tijdens de Tweede Wereldoorlog waren immers bepaald niet onbesproken gebleven: het enthousiasme waarmee de Duitse belangen werden gediend – met als dieptepunt uiteraard het vervoer van Joodse mensen naar concentratiekampen – was onthutsend geweest.
De zes gevallenen waren ‘slechts’ gewone mensen, hardwerkende personeelsleden van de Centrale Werkplaats die nauwelijks enige sporen in het stof van de geschiedenis hebben nagelaten. Zo zal men hun namen bijvoorbeeld tevergeefs zoeken in de Encyclopedie van Tilburg (2008). Op internet en in enkele andere bronnen viel er gelukkig wel wat (spaarzaam) biografisch materiaal bij elkaar te sprokkelen. Daarom hier zes biogrammetjes van zes gewone èn bijzondere Tilburgers.
C.J.N.A. BoddenCornelis Joannes N.A. Bodden werd geboren op 18 december 1894 in Tilburg. In 1922 woonde hij op het adres Berkdijkschestraat 153 en werkte als smid in D’n Atelier. In 1944 was hij bij datzelfde bedrijf in functie als bankwerker. Hij woonde toen in de Valkenierstraat. Op 26 oktober van dat jaar sloeg het noodlot toe. De Duitsers, op de vlucht voor de aanstormende geallieerden, richtten op het allerlaatste moment grote vernielingen aan. De watertoren werd opgeblazen, de generator van het Gemeentelijk Electriciteitsbedrijf en de hoofdleiding bij het Gemeentelijk Gasbedrijf gingen in vlammen op en de telefooncentrale en het spoorwegemplacement werden vernietigd. Bij de verwoesting van het spoorwegemplacement vond Bodden op 49-jarige leeftijd de dood. Een dag later, woensdag 27 oktober 1944, werd Tilburg bevrijd…
A.P. BroosAdrianus Petrus Broos, op 5 augustus 1894 in de toenmalige gemeente Roosendaal en Nispen geboren, werkte als ‘baas 2e kl.’ (‘onderbaas’ volgens het Adresboek uit 1943) in de Centrale Werkplaats. Hij woonde in de Sumatrastraat. Broos raakte ernstig gewond toen de Werkplaats op 15 september 1944 onder vuur kwam te liggen. Hij overleed krap twee weken later, op 27 september, aan de gevolgen van deze beschieting.

H.A. Buster
Bijzonder triest is wat Henricus Antonius Buster uit de Minister Talsmastraat overkwam. Buster, ketelmaker bij de NS, werd op 9 december 1893 in Tilburg geboren. Op 1 februari 1945 (en niet op 1 december 1945, zoals in de tekst bij de foto wordt gesuggereerd), dus ruimschoots na de bevrijding van Tilburg, kwam hij op 51-jarige leeftijd om het leven door de inslag van een V-1. Niet alleen Buster zelf, ook zijn vrouw (53) en maar liefst zes kinderen in de leeftijd van 15 tot 24 jaar raakten dodelijk gewond. In de periode van 27 oktober 1944 tot en met 30 maart 1945 zouden 37 vliegende bommen (V-1's en V-2's) in Tilburg neerstorten. In totaal lieten daarbij 46 Tilburgers het leven.
H. de JonghHendrik de Jongh, geboren op 6 augustus 1924 en woonachtig in de Tulpstraat, ging in april 1942 als ‘arbeidscontractant’ bij de spoorwegen aan de slag. Enkele maanden later werd hij benoemd tot loopjongen en in december 1943 tot ‘schrijver’. Ongelukkig genoeg gaf hij gehoor aan de oproep van de Duitsers om zich te melden voor de Arbeitseinsatz. Hij kwam op 19-jarige leeftijd in Leipzig om het leven bij een geallieerd bombardement.
S. MozesSalomon Mozes werd geboren op 25 november 1899. Hij woonde met zijn vrouw, twee dochters en pleegkind sinds 1929 op het adres Waterhoefstraat 33. Alle bronnen melden dat Mozes verpleegkundige van beroep was, maar hij werkte in D’n Atelier als verbandmeester. Vrijwel heel het gezin werd in het voorjaar van 1943 gedeporteerd naar Sobibor. Daar kwamen zijn vrouw Kaatje, een van zijn dochters en het pleegzoontje op 11 juni 1943 om het leven. Salomon zelf werd op 16 juli van dat jaar op 43-jarige leeftijd vergast. Alleen dochter Martha wist aan deportatie te ontkomen en overleefde de oorlog.
G.G. RijkersGijsbertus Godefridus Rijkers werd op 14 augustus 1922 in Tilburg geboren. Pas gehuwd woonde hij met zijn jonge vrouw Adriana Maria Johanna van Eijl in de Jasmijnstraat. Gijsbertus werkte in D’n Atelier, maar in welke functie hij de spoorwegen nu precies heeft gediend, wordt niet helemaal duidelijk. Net als Broos raakte ook Rijkers dodelijk gewond bij de beschieting van de Werkplaats op 15 september 1944. Rijkers overleed nog dezelfde dag.

A.W. van Kuyk
In het Centraal Station van Tilburg is nog een andere plaquette te zien, ter gedachtenis aan de gevallene Adrianus W. van Kuyk. Maar helaas ben ik er niet in geslaagd van dit oorlogsslachtoffer nadere informatie terug te vinden, behalve dan de hier afgebeelde summiere tekst. Het spreekt voor zich dat ik mij warm aanbevolen houd voor nadere biografische gegevens, niet alleen over Van Kuyk, maar evenzeer met betrekking tot de mensen die in D’n Atelier hebben gewerkt.
Bronnen
• aanhendievielen.fotopic.net
• regionaalarchieftilburg.nl
• joodsmonument.nl
• Adresboek der gemeente Tilburg 1931
• Adresboek der gemeente Tilburg 1943
• Ad de Beer, Zo maar een stad, Tilburg 1940-1945 (1994)
• Encyclopedie van Tilburg (Uitgeverij Nieuwland, 2008)
Abonneren op:
Posts (Atom)

