Meer dan tachtig minuten genieten van intriges op en naast het schaakbord. Hoofdrolspelers: Oost en West, kapitalisme en communisme, bobo's en ego's, Karpov en Kortsjnoj benevens een twintigtal andere topschakers onder wie Jan Timman. Om het maar eens in een notendop te zeggen: the good, the bad and the ugly. Met veel historische filmbeelden, een bijzonder raar mannetje met een veel te grote hoed op en gestoken in een armoedig trainingspak (zijn naam: Fernando Arrabal, kennelijk een fenomeen in Frankrijk en Spanje), met zo nu en dan hopeloos geneuzel en filosofietjes van de kouwe grond, maar ondanks dat alles: zeer de moeite waard. De documentaire dateert van 1982.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Krekwekdogt woont in 'de schôônste stad van et laand' volgens de autochtonen en een verzameling rampspoed volgens vrijwel ieder ander. Hij schrijft over Brabant, de toestand in de wereld, heden en verleden, dammen en schaken, politiek, literatuur, Willem II (koning, voetbalclub en de sigaren), het dorp Helvoirt waarin hij is opgegroeid en wat er zoal nog meer op zijn weg komt. En dat allemaal vanuit de schôônste stad van et laand, waar ze nog weten hoe het leven geleefd moet worden.
Posts tonen met het label Schaken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schaken. Alle posts tonen
zaterdag 14 januari 2012
zondag 8 januari 2012
Over zenuwslopende blitz en doping in de denksporten
Ook in denksporten worden dopingcontroles gehouden. Het lijkt potsierlijk en fenomenen als dammer Ton Sijbrands vinden het ook potsierlijk, maar ondertussen valt er wel iets voor te zeggen dat grootmeesters na afloop van een partij nog even een plastic potje dienen vol te piesen.
Met name blitzpartijen met een zeer beperkte bedenktijd voor beide spelers of partijen waarin de spelers in tijdnood geraakt zijn, vergen het uiterste van het concentratievermogen en het hart. De hartslag loopt in deze omstandigheden op naar waarden boven de 200. Een rustgevend middeltje, een bètablokker bijvoorbeeld, doet dan wonderen. Waar doping in fysieke sporten juist tot nog veel grotere krachtsinspanningen of duurprestaties moet leiden, daar dient het spul in de denksporten juist kalmte & rust te bewerkstellingen.
Zie ter illustratie onderstaande blitzpartij tussen de wereldtoppers Anand en Dreev en let op het begeleidend commentaar. Theo Koomen en Rik de Saedeleer hadden het niet kunnen verbeteren. Hoezo denksporten geen kijksporten?
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Met name blitzpartijen met een zeer beperkte bedenktijd voor beide spelers of partijen waarin de spelers in tijdnood geraakt zijn, vergen het uiterste van het concentratievermogen en het hart. De hartslag loopt in deze omstandigheden op naar waarden boven de 200. Een rustgevend middeltje, een bètablokker bijvoorbeeld, doet dan wonderen. Waar doping in fysieke sporten juist tot nog veel grotere krachtsinspanningen of duurprestaties moet leiden, daar dient het spul in de denksporten juist kalmte & rust te bewerkstellingen.
Zie ter illustratie onderstaande blitzpartij tussen de wereldtoppers Anand en Dreev en let op het begeleidend commentaar. Theo Koomen en Rik de Saedeleer hadden het niet kunnen verbeteren. Hoezo denksporten geen kijksporten?
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
zaterdag 2 juli 2011
Historische documentaires over het schaakspel op geschiedenis24.nl
Over de vraag wat nu eigenlijk de mooiste sport is kunnen we kort zijn: het nobele damspel (ook al spreekt schaker Donner in de film waarop de lezer verderop in deze blog zal stuiten over een magnetisch schaakbordje met stukken die wel wat op damschijven lijken ‘maar niet de uniformiteit vertonen die het dammen zo afschuwelijk maakt’). Op de tweede plaats komt het edele schaken, want wij koesteren geen wraakgevoelens en komen gewoon voor onze oprechte mening uit. De beoefenaars van beide denksporten zijn overigens zonder uitzondering ook buitengemeen boeiend. Lees en kijk.
Liefhebbers van historische documentaires over het schaken komen de komende week op geschiedenis24.nl volledig aan hun trekken. Een van de documentaires gaat over ‘Bobby Fischer, de dolende koning’, die in 2003 door NOS Studio Sport werd uitgezonden. In 1975 presenteerde de NOS een portret van schaker prof. dr. Max Euwe, in 1935 de eerste Nederlandse wereldkampioen. De aardigste is echter de VPRO-documentaire met de intrigerende titel ‘De liefde tot het hout’ (1979) waarin het beroepsschaken onder de loep wordt genomen en waarin Donner zijn hierboven aangehaalde, onbezonnen uitspraak deed. Hij had het patent op dit soort uitspraken en wist daarmee telkens tot zijn intens genoegen hele volksstammen tegen zich in het harnas te jagen. Eerder heb ik al geschreven over zijn mening over schakende vrouwen.
Klik hier voor de hele documentaire en geniet. Op geschiedenis24.nl kan nu al ook de documentaire over Euwe worden bekeken.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
Liefhebbers van historische documentaires over het schaken komen de komende week op geschiedenis24.nl volledig aan hun trekken. Een van de documentaires gaat over ‘Bobby Fischer, de dolende koning’, die in 2003 door NOS Studio Sport werd uitgezonden. In 1975 presenteerde de NOS een portret van schaker prof. dr. Max Euwe, in 1935 de eerste Nederlandse wereldkampioen. De aardigste is echter de VPRO-documentaire met de intrigerende titel ‘De liefde tot het hout’ (1979) waarin het beroepsschaken onder de loep wordt genomen en waarin Donner zijn hierboven aangehaalde, onbezonnen uitspraak deed. Hij had het patent op dit soort uitspraken en wist daarmee telkens tot zijn intens genoegen hele volksstammen tegen zich in het harnas te jagen. Eerder heb ik al geschreven over zijn mening over schakende vrouwen.
Klik hier voor de hele documentaire en geniet. Op geschiedenis24.nl kan nu al ook de documentaire over Euwe worden bekeken.
Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl
zaterdag 24 juli 2010
Waarom vrouwen in denksporten aan de achterste mem hangen
De legendarische schaakgrootmeester en columnist Jan Hein Donner (1927-1988) gooide in 1968 de knuppel in het hoenderhok. Dat deed hij nota bene in het deftige damesmaandblad Avenue. Hij schreef onder meer:
“Vroeg of laat moest het ervan komen. Ik heb het zien aankomen en ik heb het ogenblik van de definitieve uiteenzetting gevreesd vanaf het moment dat ik mij als medewerker verbond aan dit blad voor vrouwen. Hoe pijnlijk het ook is, wij mogen niet schromen de waarheid onder ogen te zien: vrouwen kunnen niet schaken.”
De wereld was prompt te klein. Het regende bij Avenue opzeggingen en de PTT kwam driemaal daags een juten zak met boze brieven van evenzovele boze vrouwen afleveren. Al die Dolle Mina’s hadden waarschijnlijk nog nooit in hun leven een schaakbord gezien, maar voelden zich toch, om het maar eens plastisch uit te drukken, schabouwelijk op hun pik getrapt. Een handvol reacties werd in Avenue afgedrukt. “U discrimineert”, zo schreef een feministe bijvoorbeeld, “u bedoelt eigenlijk te zeggen dat negers niet kunnen schaken.” Een inkopper voor Jan Hein Donner. Ik heb zelden een dodelijker naschrift gezien: “ Nee, mevrouw, u begrijpt mij niet goed. Negerinnen kunnen niet schaken.”
Goed beschouwd is het inderdaad een curieuze zaak. Dat mannen fysiek sterker zijn is alom bekend en geaccepteerd. Daarom lopen zij harder, springen hoger, gooien speren verder, zwemmen sneller en voetballen aantrekkelijker. Maar wat het denkvermogen betreft zou er geen noemenswaardig verschil tussen beide geslachten mogen bestaan. Toch zien we in de denksporten, in het bijzonder in de bordsporten dammen, schaken en go, een opmerkelijk klassenverschil. Een enkele zéér hoge uitzondering daargelaten, zoals de Hongaarse schaakster Judith Polgar, kunnen vrouwen niet eens in de schaduw staan van de mannen.
Er is veel gespeculeerd over de oorzaak. Mannen zouden mathematischer en strategischer denken en vrouwen intuïtiever, mannen zouden meer tijd hebben dan (huis)vrouwen, mannen zouden beter opgeleid en daarom beter geëquipeerd zijn voor deze poepmoeilijke denksporten en mannen zouden last but not least gewoonweg veel slimmer zijn dan vrouwen. Al deze mogelijke verklaringen waren afkomstig van mannen en werden categorisch verworpen door de vrouwen. Een patstelling kortom.
Tot twee jaar geleden. Toen verscheen een doorwrocht artikel in het eerbiedwaardige Proceedings of the Royal Society - Biological Sciences, reden voor het niet minder eerbiedwaardige Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) om medio januari 2009 op zijn website ook enkele behartigenswaardige woorden aan deze heikele kwestie te wijden.
Volgens de Engelse studie is er geen sprake van een biologisch verschil in intelligentie tussen mannen en vrouwen. De verklaring moet worden gezocht in de cognitieve achterstand van vrouwen. Het NTvG:
“Uit een vergelijking van de 100 beste Duitse mannelijke schakers met de 100 beste vrouwen uit dit land blijkt dat 96 procent van de verschillen toe te schrijven is aan het feit dat de groep mannen die schaakt veel groter is dan de groep vrouwen die zich hiermee bezighoudt: de besten uit een grote groep zijn altijd beter dan die uit een kleine groep. Dit is volgens de auteurs waarschijnlijk ook de reden waarom vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in het topsegment van andere intelligentie eisende activiteiten zoals wetenschap: zij missen competitie.”
Dat geeft te denken. Alleen de mannen uiteraard.
“Vroeg of laat moest het ervan komen. Ik heb het zien aankomen en ik heb het ogenblik van de definitieve uiteenzetting gevreesd vanaf het moment dat ik mij als medewerker verbond aan dit blad voor vrouwen. Hoe pijnlijk het ook is, wij mogen niet schromen de waarheid onder ogen te zien: vrouwen kunnen niet schaken.”De wereld was prompt te klein. Het regende bij Avenue opzeggingen en de PTT kwam driemaal daags een juten zak met boze brieven van evenzovele boze vrouwen afleveren. Al die Dolle Mina’s hadden waarschijnlijk nog nooit in hun leven een schaakbord gezien, maar voelden zich toch, om het maar eens plastisch uit te drukken, schabouwelijk op hun pik getrapt. Een handvol reacties werd in Avenue afgedrukt. “U discrimineert”, zo schreef een feministe bijvoorbeeld, “u bedoelt eigenlijk te zeggen dat negers niet kunnen schaken.” Een inkopper voor Jan Hein Donner. Ik heb zelden een dodelijker naschrift gezien: “ Nee, mevrouw, u begrijpt mij niet goed. Negerinnen kunnen niet schaken.”
Goed beschouwd is het inderdaad een curieuze zaak. Dat mannen fysiek sterker zijn is alom bekend en geaccepteerd. Daarom lopen zij harder, springen hoger, gooien speren verder, zwemmen sneller en voetballen aantrekkelijker. Maar wat het denkvermogen betreft zou er geen noemenswaardig verschil tussen beide geslachten mogen bestaan. Toch zien we in de denksporten, in het bijzonder in de bordsporten dammen, schaken en go, een opmerkelijk klassenverschil. Een enkele zéér hoge uitzondering daargelaten, zoals de Hongaarse schaakster Judith Polgar, kunnen vrouwen niet eens in de schaduw staan van de mannen.
Er is veel gespeculeerd over de oorzaak. Mannen zouden mathematischer en strategischer denken en vrouwen intuïtiever, mannen zouden meer tijd hebben dan (huis)vrouwen, mannen zouden beter opgeleid en daarom beter geëquipeerd zijn voor deze poepmoeilijke denksporten en mannen zouden last but not least gewoonweg veel slimmer zijn dan vrouwen. Al deze mogelijke verklaringen waren afkomstig van mannen en werden categorisch verworpen door de vrouwen. Een patstelling kortom.
Tot twee jaar geleden. Toen verscheen een doorwrocht artikel in het eerbiedwaardige Proceedings of the Royal Society - Biological Sciences, reden voor het niet minder eerbiedwaardige Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) om medio januari 2009 op zijn website ook enkele behartigenswaardige woorden aan deze heikele kwestie te wijden.
Volgens de Engelse studie is er geen sprake van een biologisch verschil in intelligentie tussen mannen en vrouwen. De verklaring moet worden gezocht in de cognitieve achterstand van vrouwen. Het NTvG:
“Uit een vergelijking van de 100 beste Duitse mannelijke schakers met de 100 beste vrouwen uit dit land blijkt dat 96 procent van de verschillen toe te schrijven is aan het feit dat de groep mannen die schaakt veel groter is dan de groep vrouwen die zich hiermee bezighoudt: de besten uit een grote groep zijn altijd beter dan die uit een kleine groep. Dit is volgens de auteurs waarschijnlijk ook de reden waarom vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in het topsegment van andere intelligentie eisende activiteiten zoals wetenschap: zij missen competitie.”
Dat geeft te denken. Alleen de mannen uiteraard.
Labels:
Avenue,
Biological Sciences,
Dammen,
Donner J.H.,
Go,
NTvG,
Polgar Judith,
Schaken
Abonneren op:
Posts (Atom)
