donderdag 10 februari 2011

Obesitastsunami

Een tsunami van obesitas overspoelt de wereld, las ik van de week in de krant. De gemiddelde BMI (body mass index) neemt in de westerse wereld buitengewone proporties aan, vooral in de Verenigde Staten.

Ik kan dat laatste uit eigen waarneming bevestigen. Ze vreten zich ongans aan junkfood, die Amerikanen. Het obligate blaadje sla tussen de driedubbele hamburger, weggespoeld met tal van halve liters cola, zet natuurlijk helemaal geen zoden aan de dijk (welke politicus versprak zich ook al weer met het hilarische ‘doden aan de zeik’?). Ze waggelen massaal over straat als aangeschoten varkens en hijgen zich, op weg naar de volgende McDonald's, zwaar zwetend het apelazerus.

Een fraai voorbeeld van de buitengewone effecten van een wat langer verblijf in de VS zag ik onlangs perfect aangetoond aan de hand van twee foto’s. Het betreft het wereldberoemde beeldhouwwerk ‘David’ van Michelangelo, normaal in alle rust vertoevend in de Galleria dell'Accademia in Florence. Zelf ben ik niet zo gecharmeerd van dit masculien ogend ventje met zijn onnatuurlijke krullenbol en veel te kleine piemeltje, maar goed, het schijnt een hoogtepunt te zijn in de geschiedenis van de menselijke beschaving. Om een of andere reden zien trouwens alle beeldhouwwerken uit die tijd - vijftiende en zestiende eeuw - er zo uit: allemaal krullenbollen met ondermaatse jongeheren, wasbordjes en de blik, meestal naar links, op oneindig.

Het beeld werd enige tijd geleden voor een maand of wat uitgeleend aan een museum in Amerika en daarna puntgaaf geretourneerd. Nou ja, puntgaaf… Toegegeven: het gereedschap(je) hangt nu wel hoog en droog onder een afdakje, zoals men in Brabantse contreien zo plastisch weet te zeggen.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 5 februari 2011

Geboren in 1809

Het Regionaal Archief Tilburg en de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) afdeling ’s-Hertogenbosch-Tilburg zijn een kleine twee jaar geleden een uniek project gestart. Gesteund door 60 vrijwilligers krijgt het onderzoeksproject ‘Geboren in 1809’ vorm. Het is de bedoeling dat aan het eind van de rit, medio dit jaar, het doopceel is gelicht van alle Tilburgers die in 1809 geboren zijn, 338 in totaal.

Petrus en Franciscus
Het initiatief vloeit voort uit het feit dat Tilburg in 1809 van koning Lodewijk Napoleon stadsrechten had gekregen. Het jaar 1809 was daarnaast nog om een andere reden een mijlpaal in de Tilburgse annalen: op 27 oktober werd de beroemdste Tilburgse ingezetene aller tijden geboren: Petrus Donders. De op één na beroemdste Tilburger – of juister gezegd: een van de belangrijkste en meest betekenisvolle Tilburgers – was overigens ook een Donders. Franciscus Cornelis (1818-1889), hoogleraar geneeskunde en fysiologie aan de universiteit van Utrecht. Hij genoot wereldfaam als degene die door zijn baanbrekende ontdekkingen de oogheelkunde als medisch specialisme aanzien heeft gegeven. Op zijn geboortehuis aan de Nieuwlandstraat heeft de gemeente ergens eind 19e eeuw een gedenkplaat aan laten brengen, waarvan de tekst geschreven was door niemand minder dan Nicolaas Beets. Het was een (waarschijnlijk duurbetaalde) tekst van niks. Maar daarover meer in een latere blog.

Website
Van Peerke is veel bekend, maar van de overige in 1809 geboren Tilburgers, op enkele uitzonderingen na, erg weinig tot vrijwel niets. Het Regionaal Archief Tilburg en de Nederlandse Genealogische Vereniging daarover: “Het doel van ‘Geboren in 1809’ is om van alle 338 Tilburgers die in 1809 geboren zijn, de levensloop en levensverhaal boven tafel te krijgen: hoe oud zijn ze geworden, zijn ze getrouwd en met wie, hoeveel kinderen hebben ze gekregen, zijn ze wel of niet naar school geweest, welk beroepen hebben ze gehad, hoeveel zijn er in Tilburg blijven wonen, etc. Kortom: informatie verzamelen over beroepen, loopbanen, gezinssamenstelling, migratiepatronen en (an)alfabetisme van Tilburgers in de 19e eeuw.”
Het mooie is dat wij de vorderingen ‘live’ kunnen bewonderen op een speciale en zeer informatieve project-website. We treffen er alle namen en de inmiddels gevonden gegevens aan van de 338 Tilburgers, worden verder onder meer geïnformeerd over de geschiedenis van Tilburg en kunnen kennisnemen van een aantal bidprentjes. Kostelijke kost dus voor mensen met een historisch hart en liefde voor Tilburg.

Geloof en bijgeloof
De armoede in het Tilburg van 1809 was intens. In de ongeveer 9500 inwoners tellende stad was de wolindustrie net schoorvoetend aan haar opmars begonnen. Uitgerekend in 1809 werden de eerste spinmachines naar Tilburg gehaald, maar de wol moest nog altijd voor het grootste deel worden bewerkt door de talloze thuiswevers (onder wie de vader van Peerke) die allemaal in bijzonder kommervolle omstandigheden hun meestal grote gezinnen in leven probeerden te houden. Dat lukte maar matig, ook al omdat de toenmalige geneeskunde meer gefundeerd was op geloof en bijgeloof dan op kennis.
Ik heb tot nu toe alleen de Tilburgers bekeken wier achternaam met een A of een B begon (44 in totaal) en het is schrijnend om te zien hoe jong deze mensen vaak zijn gestorven. Zo overleden zeven kinderen tijdens of vlak na de geboorte en haalden vier kinderen de leeftijd van 5 jaar niet. Als dit ook geldt voor de overige Tilburgers uit 1809, betekent dit dat maar liefst een kwart van de Tilburgers in die jaren al op zeer jonge leeftijd gestorven is. Dertien personen overleden tussen hun 16e en 45e levensjaar (ook ruim een kwart). Slechts acht Tilburgers van de 44 werden ouder dan 76. Maria Catharina van den Bosch bereikte zelfs de gezegende leeftijd van 91 jaar, wat toen min of meer als een mirakel werd beschouwd waarin niemand minder dan Onze Lieve Heer zelve de hand had gehad.
In het komend najaar zullen de resultaten in de openbaarheid worden gebracht. Iets om naar uit te zien.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 2 februari 2011

De kraai van tante Ellie

Vandaag hebben we tante Ellie naar haar laatste rustplaats gebracht. Voor zover je daarvan althans kunt spreken in het geval van een crematorium, zo’n doorgaans volstrekt troosteloze, neerslachtige blokkendoos die steevast in de brochure van de begrafenisondernemer wordt neergezet als een door de vele hemelse genoegens in zijn voegen krakend lustoord.

Tante Ellie was een bijzonder mens, over wie ik met gemak een boek zou kunnen vullen. Maar dierbare herinneringen zijn te kostbaar en te persoonlijk om ze zomaar met iedereen te delen. Alleen haar tamme kraai dient publiekelijk aan de vergetelheid te worden ontrukt.
Het beestje was op een goede dag met een kreupel pootje aan komen vliegen. Zijn – of haar, het geslacht van de vogel is steeds een raadsel gebleven – besluit om uitgerekend bij tante Ellie neer te strijken was een gouden greep. Hij kreeg er de meest liefdevolle verzorging die maar denkbaar was en wist dit zeer te waarderen: na genezing van het pootje was de kraai met geen stok meer bij haar weg te slaan.
Van de nood een deugd makend leerde zij hem vervolgens met eindeloos geduld praten. “Hé Ellie, Ellie”, kraste hij als hij honger had en "zuipe, zuipe!" bij een droge keel. Daarmee was zijn repertoire verre van uitgeput, zo mocht ik eens aan den lijve ondervinden nadat tante Ellie me op het hart had gedrukt om hem vooral strak aan te kijken. Dat deed ik. Met verbijstering en woede keken twee kraaloogjes terug. Toen draaide hij verbolgen zijn rug naar me toe en krijste, bewonderenswaardig articulerend: “Verrèkte gek, verrèkte gek!”

Jarenlang heb ik in de veronderstelling geleefd dat tante Ellie hiermee een uniek huzarenstukje had verricht. Maar dat is een misverstand. Op YouTube zijn tal van clips te zien waarop kraaiachtigen van alles en nog wat de wereld inschreeuwen. Maar het is allemaal tweede garnituur.
Het verschil? Tante Ellie, die wonderlijke vrouw die we vandaag naar haar laatste rustplaats hebben gebracht. Voor zover je daarvan althans kunt spreken in het geval van een crematorium, zo’n doorgaans volstrekt troosteloze, neerslachtige blokkendoos die zelfs door kraaien angstvallig wordt gemeden. Behalve dan de bijzonder zwaarmoedige ondersoort die met hoge hoeden, witte handschoenen en een uitgestreken smoelwerk met de kist aan de haal pleegt te gaan.




Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 29 januari 2011

De eerste pastoor van de Heikant

Links achteraan, net voor het kruisbeeld en onder een eerbiedwaardige kastanjeboom, bevindt zich het oudste grafmonument van het kerkhof bij de Mariakerk in Tilburg Noord. Hier rust sedert eind februari 1904 Leonardus Gregorius van der Steen, stichter van de Parochie van O.L.V. Onbevlekt Ontvangen en de bouwpastoor van de Mariakerk.

Tot nu toe was mij niet zoveel bekend over deze gedenkwaardige man. Enkele maanden geleden kwam daar ineens verandering in, nadat de Koninklijke Bibliotheek naar buiten was getreden met de mededeling dat zij een groot aantal Nederlandse kranten op internet voor iedereen toegankelijk had gemaakt. Daaronder bevond zich ook de complete Nieuwe Tilburgsche Courant, zoals die door de Tilburgse familie Arts in de jaren 1879-1964 werd uitgegeven.

Priesterjubilé
Op dinsdag 23 februari 1904 stond in deze krant een artikel met de kop 'KERKNIEUWS. Leonardus Greg. Van der Steen †'. Het bericht meldde het overlijden van de pastoor op de zondagavond ervoor. Als een verrassing was dit nieuws niet gekomen, zo lezen we: "Reeds bereidde men zich voor op de plechtige viering van het gouden priesterjubilé van den Z. Eerw. heer Van der Steen, wel is waar met vreeze, in aanmerking genomen zijn zwakke gezondheid en hoezeer die vrees gewettigd was, is gebleken: de stichter van de Parochie (…) is Zondagavond overleden."
De wieg van Leonardus stond in Den Bosch, in 1828, een jaar waarin ook Jules Verne, de Russische schrijver Tolstoj en Henri Dunant werden geboren, maar waarin verder eigenlijk helemaal niets bijzonders gebeurde. Van meet af aan stond voor de jonge Bosschenaar vast dat hij geboren was om de kerk te dienen. Hij voltooide zijn priesteropleiding 'met den meesten lof' en werd in 1854 tot priester gewijd.
De jonge priester ging in eerste instantie aan de slag als professor aan het seminarie, waar hij les gaf aan studenten die net aan hun priesteropleiding waren begonnen, maar zijn hart ging veel meer uit naar de zielzorg. Hij kreeg zijn zin en werd benoemd tot kapelaan in achtereenvolgens Dreumel en Vierlingsbeek.

Kennersblik
Tilburg ondertussen was een sterk groeiende gemeente, vooral als gevolg van de grote aantrekkingskracht die de textielindustrie-in-opkomst uitoefende op mensen van heinde en verre. In het noorden van Tilburg ontstond daardoor behoefte aan een nieuwe parochie. De krant: "Den kennersblik van den onvergetelijken Bisschop Zwijsen koos kapelaan Van der Steen uit, om aldaar op den Heikant eene nieuwe Parochie te stichten." Met een niet aflatende energie zette Van der Steen zich aan de bouw van een gloednieuwe, neogotische kerk die in 1873 feestelijk werd ingewijd: de Mariakerk. Later begon hij aan een tweede bouwproject voor de gelovigen in de Heikant, het Liefdesgesticht ten behoeve van de Zusters van Liefde dat in 1902 gereed kwam. Vijf jaar later zou het worden omgebouwd tot klooster en weer zeventig jaar daarna tot een wijkcentrum.

Zorgzame hoeder
Volgens de Nieuwe Tilburgsche Courant werd Leonardus door zijn parochianen op handen gedragen. Hij was een zorgzame hoeder, stond bij tij en ontij voor zijn gelovigen klaar waarbij in het bijzonder kinderen en armlastigen zijn aandacht hadden en zette zich als regent van het St. Elisabeth Gasthuis in voor de zieken (en dat waren er heel wat). Hoe groot de dankbaarheid van de Heikanters was, bleek toen zij hem in 1898 ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag een kelk en een communiebank cadeau deden. Daarvoor hadden zij diep in de buidel getast, ook al zat de gemiddelde Heikanter er toen verre van warmpjes bij.
Korte tijd later al werd door verschillende gelovigen voor de eerste keer gesproken over de viering van zijn gouden priesterjubileum in 1904. De plannen voor een grootse viering werden in de jaren daarna steeds concreter, maar helaas nam de gezondheid van Leonardus van der Steen tegelijkertijd zienderogen af.
Leonardus heeft de viering niet meer mogen meemaken. Hij werd op donderdag 25 februari 1904 onder het toeziend oog van alle gelovigen in de Heikant naar zijn laatste rustplaats gebracht. Daar rust hij nog altijd, onder de eerbiedwaardige kastanjeboom bij het kruisbeeld.

(Mooi Meegenomen, februari 2011)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

vrijdag 21 januari 2011

Vermoeiende dagen blijven niet onopgemerkt

Na een arbeidzame doch vermoeiende dag ziet men er doorgaans niet meer op zijn best uit. Sommigen lopen op hun wenkbrauwen, bij anderen hangt de tong op de schoenen. Ook bij mijn buurman zijn de tekenen van vermoeidheid heel subtiel zichtbaar. Maar Wim - zo heet hij nu eenmaal, ik kan het ook niet helpen - is ondertussen wel de enige die in zijn eigen oren kan kijken. Nu u weer.

woensdag 19 januari 2011

Arbeidsvreugde

Als ik in een leeg kopje koffie kijk, krijg ik al een weeïg gevoel in mijn buik. Ik ga namelijk gebukt onder een ernstige vorm van acrofobie, hoogtevrees. Toen ik dan ook onderstaande foto onder ogen kreeg, wist ik niet hoe snel ik mij uit de voeten moest maken. Godallemachtig, hoe diep kan een mens vallen...


Er bestaan wat rare beroepen heden ten dage, zo blijkt. Nu weet ik wel dat alles beter is dan géén werk, maar er zijn grenzen. Soms moet een mens zich heel wat laten welgevallen om in het zweet des aanschijns zijn of haar brood te verdienen. Beelden zeggen meer dan woorden. Kijk, huiver en prijs u gelukkig wanneer u zich morgenochtend in alle vroegte met een pakje brood, een fles lauwe thee en de ochtendkrant naar uw werkgever spoedt.
(Klik op de foto's voor een beter en groter beeld)



zondag 16 januari 2011

Op de valreep een nieuwjaarsprobleem

Voor de liefhebbers een damprobleem dat in het eerste uur van 2011 op het bord is gekomen. Wit rammelt zich met het nodige spektakel naar een subtiel magneetmotiefje en strijkt op het eind de volle zege op.




Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

Eric van Dusseldorp meldt via Twitter dat het motief bijoplosbaar is: na (6x17) wint zowel het beoogde 26-21 als 36-31. Gelukkig geen ramp: gewoon de schijven 1 en 46 uit de aanvangsstelling verwijderen. Dan klopt alles weer.

woensdag 12 januari 2011

Pennings op z'n best

In 1996 overleed een formidabel mens: Jan Pennings, problemist, humorist en levenskunstenaar. In 1978 heb ik in DB Magazine, toen een vooraanstaand damblad dat enkele jaren daarna ter ziele is gegaan, een artikel aan hem gewijd. Op deze plaats een herpublicatie voor de liefhebbers.

De deur zwaait open, erna een begroeting op z'n Brabants. Het is de aftrap van een avondje problematiek, herinneringen, weemoed en vooral plezier. Aan vragen stellen kom ik nauwelijks toe. Het wordt toeluisteren, onderbroken door hilariteit en de consumptie van bier. Om kort en goed te gaan: een bezoek aan Jan Pennings.

Bij het binnentreden valt meteen een ingelijst borduurwerkje in het oog. 's Werelds mooiste miniatuur is de afbeelding, de gastheer de auteur.






De Problemist, januari 1961.

"Routinewerk", vertelt Pennings. "In een vloek en een zucht geboren. Ik snap niet wat ze erin zien." Een Bomansiaanse relativering. Routinewerk pleegt men niet in geborduurde toestand aan de muur te hangen. Hij proeft de scepsis en glimlacht: "Nou ja..."

JAPASTIBO
Jan Pennings (1920) is door de problematiek letterlijk en figuurlijk ontwaakt. "Ik werd 's nachts wakker door een gekletter dat van mijn zieke broer afkomstig moest zijn. Ik vreesde het ergste, maar het viel mee. Hij was een damprobleem aan het maken. Sindsdien ben ik eraan verslaafd. Leermeester? Ben je mal. Ik ben op alle gebieden een autodidact, zelfs fiétsen heb ik in mijn eentje onder de knie gekregen." Zijn eersteling werd op 15 april 1939 gepubliceerd in de Provinciale Noord-Brabantse en 's-Hertogenbossche Courant - kortweg de Bossche Sufferd - en bleek reeds op naam te staan van H.C. van Valen. Pennings' tweede was al door J. Dienske jr. gepubliceerd en zijn derde leed aan bijoplosbaarheid. Sedert dit moeizame begin heeft hij tot nu toe 1862 composities het licht doen zien.
Deze stroom kwam in de oorlogsjaren op gang, met name via het door hem uitgegeven blaadje 'JAPASTIBO'. Pennings: "Het eerste nummer dateert van 1 januari 1942. Ik stuurde het naar een aantal vrienden. Het drukken ervan had nogal wat voeten in de aarde. Ik deed dat met een handdrukdoosje, kinderspeelgoed dus. Bovendien zat ik met de zwarte schijven in mijn maag. Als ik die op papier wilde zetten, deed ik alle lichten uit - verduistering! - maakte de gordijnen en het raam open en krabde dan wat stopverf uit de sponningen. Daarmee vulde ik het o-tje uit mijn handdrukdoosje en voilà: zwarte schijven."
Lang heeft het niet geduurd. Op 11 juni 1943 werd hij tewerkgesteld in Duitsland. Uit de lawine anecdotes die over deze periode over tafel vliegen, valt één duidelijke conclusie te trekken: bij zijn arbeidzaamheid daar moeten grote vraagtekens worden geplaatst. "Bij een Duitse vrouw heb ik eens de kamer behangen. Het behang had een rozenstruikmotiefje. Ik plakte het spul met de struiken omhoog en de rozen omlaag op de muur. Toen ze mijn vorderingen kwam bekijken, had ik het natuurlijk best benauwd, maar het viel alles mee. 'Ach, wie schön', zei het mens, 'mein Zimmer ist holländisch tapeziert.' Ik ben daarna nooit meer als behanger de baan opgestuurd."

'Ganz richtig'
"Mijn baas? Lagerführer Jaeger, een schoft van een vent. Officieel had hij tachtig tewerkgestelden onder zich. Na een tijdje was alleen ik nog over. Voor de rest was er geen werk. Maar Jaeger deed de officiële instanties geloven dat ze er nog alle tachtig waren. Dat bood hem enorme voordelen, al was het alleen maar door het plunderen van de pakketten die ons werden toegestuurd. Gevolg was echter ook dat ik dagelijks met een kar gamellen eten moest gaan halen voor tachtig personen. Elke dag een gamel soep, een gamel aardappelen, een gamel rolmopsen en ga zo maar door. In het begin bracht ik het allemaal naar Russisiche gevangenen. Toen Jaeger dat doorkreeg, moest ik van hem alles begraven. Die arme Russen groeven het met handen op en schrokten het met diezelfe handen naar binnen. Verschrikkelijk."
Met de problematiek was hij succesvoller:







"Ik had dit probleem op het bord, toen Jaeger binnenkwam. Hij informeerde naar mijn Gegner. Ik zei dat die (17-22) had gespeeld en er daarna de brui aan had gegeven. Enfin, Jaeger telde de schijven en was bereid om met zwart de partij uit te spelen. De inzet was een pakje sigaretten. Ik speelde 38-33 en hij sloeg naar 31. Ik ben niet zo beroerd en liet hem terugzetten. Na (38) kwam 494, 45, 1 (37) 27 (46) 6, 41, 271 en 5. 'Ganz richtig', was zijn commentaar. Ik herinner me ook nog dat hij veel ophef maakte over het achteruit slaan. Veel Jaeger, weinig Meister, zullen we maar zeggen."
"Ten tijde van de invasie hield ik het voor gezien. 'Nur bis Venlo', stond er op mijn Urlaub. Maar toen ik in Venlo meedeelde dat ik op weg was naar Herzogenbusch, klonk dit zo betrouwbaar dat mijn paspoort zelfs niet gecontroleerd werd. Ik zou lelijk door de mand zijn gevallen."

Levenswerk
Na de bevrijding van het zuiden werd de vooroorlogse draad zo goed en kwaad als dat ging weer opgenomen, ook wat het damleven betrof. Jan Pennings kon zijn levenswerk hervatten: de 46/5 verzameling. Bij de totstandkoming daarvan heeft hij veel te danken gehad aan de Zeeuwse klompenmaker Edgar Noë Plasschaert (1910-1942) en de Utrechtenaar A.M.J. Soutberg (1910-1960). Dertig jaar werken resulteerde uiteindelijk in vijf kloeke delen in een oplage van 350 stuks per deel en inmiddels nagenoeg helemaal uitverkocht. Eén lekker vlot probleem, van de samensteller/verzamelaar zelf:






"Dat is een enorm werk geweest", beaamt hij. Het verhinderde hem niet om artikelen te schrijven in acht verschillende vakbladen, om er een handvol rubrieken op na te houden, om zo'n 150 limericks aan de damliteratuur toe te voegen en om soms de meest fantastische composities samen te stellen. "Mijn mooiste? Dat is de 'Chinese Muur' uit de Provinciale Noord-Brabantse en 's-Hertogenbossche Courant. De datum van publicatie kan ik zo uit mijn hoofd oplepelen: 1 januari 1941."






Daar kan Bourquin, toch ook geen kleine jongen, een puntje aan zuigen. Nog voor ik de vraag heb kunnen stellen, wuift hij afwijzend met zijn rechterhand. "Borduren is echt te veel werk."

Eerder gepubliceerd in Dammagazine DB 40, maart/april 1978

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

vrijdag 7 januari 2011

Bij NS in de aanbieding: winterbrunches (maar niet heus)

Nee, ik begin niet weer over alle ellende die NS en ProRail vanaf medio november tot eind 2010 over mijn en ongetwijfeld ook uw geteisterde hoofd hebben uitgestort. Ik zou er moeiteloos een zestiendelige encyclopedie mee kunnen vullen, maar ik ben er even over uitgeschreven. Het verwerkingsproces moet zo langzamerhand ongestoord zijn beslag kunnen krijgen zonder meteen toe te geven aan de verleiding om de pen in vitriool te dopen.

Althans, dat vond ik tot ik vanmorgen een e-mail van NS in mijn bus aantrof, bestemd voor alle houders van een OV- of trajectkaart eerste klas. Dit werd me voorgeschoteld.

"Voor u als vaste klant hebben wij ook een speciale ‘zoutactie’. Als u buiten de spits kunt reizen, bieden wij u een gratis winterbrunch aan bij de Broodzaak. Deze bestaat uit een warm drankje, een broodje en fruit naar keuze.
Wij nodigen u van harte uit elke werkdag vanaf vrijdag 7 januari tot en met maandag 31 januari 2011 tussen 10.00 en 15.00 uur deze winterbrunch in de Broodzaak op het station te komen afhalen. (...) Op vertoon van uw 1e klas Jaarabonnement ontvangt u dit alles gratis."


Ze hebben nog steeds een portie bielzen voor hun hoofd. Het is de oelewappers al dan niet bewust ontgaan dat houders van genoemde kaarten één niet onbelangrijk kenmerk gemeen hebben: zij werken. En voor de overgrote meerderheid betekent dit dat zij op last van hun werkgever geacht worden ruimschoots vóór tien uur 's morgens met hun zegenrijke arbeid te beginnen benevens ruimschoots ná drie uur 's middags daarachter een punt te zetten. Werkend Nederland kan dus nauwelijks 'buiten de spits reizen'. En dat terwijl datzelfde werkend Nederland nu juist het zwaarst getroffen is door de onuitsprekelijke onmacht van NS en ProRail om te doen waarvoor zij in het leven zijn geroepen.

Waarde heren, ik adviseer u stante pede een bezoek aan de bedrijfsarts te brengen: u lijdt namelijk aan een collectieve, levensgevaarlijke vorm van hersenverweking of op zijn minst aan de morbide neiging om ten koste van ons voortdurend voor een dubbeltje op de eerste rang te willen zitten.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 25 december 2010

En de beste wensen...

Krekwekdogt wenst alle lezers een gezellig kerstfeest en een fantastisch en gezond 2011 toe.





Kerstuitzicht (in kleur!) vanuit Huize Krekwekdogt

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 19 december 2010

Erven Lucas Bols

Laat ik nou - in Mulisch' epos De ontdekking van de hemel nota bene, waarin de hoofdrolspelers overigens alleen maar koffie, thee, wijn en bier tot zich nemen - een brief uit 2003 terugvinden waarachter indertijd een groot, persoonlijk drama is schuilgegaan, een drama dat mijn vertrouwen in de mensheid danig op de proef heeft gesteld. Na wat aarzeling heb ik besloten de lezer hiervan deelgenoot te maken. Het leven heeft nu eenmaal ook zijn duistere momenten waarvoor wij niet weg moeten willen lopen. Lees, huiver en wees op uw hoede bij uw bezoek aan de slijterij.


Aan:
Erven Lucas Bols
Amsterdam

Tilburg, 15 oktober 2003

Gechte heer, mevrouw,

Ongetwijfeld mag uw mooie bedrijf met zijn kostelijke producten zich koesteren in het bezit van een grote schare zeer tevreden medewerkers. Ik ken ze niet, maar neem voetstoots aan dat zij toegewijd en vrolijk hun werk doen. Van één hunner is mij niettemin bekend dat hij of zij ergens in de lentemaanden opvallend opgeruimd en zonnig de werkzaamheden heeft verricht. Zie hier mijn relaas.

Als dankbaar afnemer van uw jenevers en corenwynen is mij er veel aan gelegen de voorraad op peil te houden om te voorkomen dat ik op een hoogst onzalig moment met minder genoegen moet nemen. Daarom vul ik op gezette tijden mijn voorraad aan, waarbij ik – opgevoed als ik ben in de oer-Hollandse cultuur van calvinistische kruideniers – aanbiedingen niet uit de weg ga. Zo kwam ik in juni 2003 terecht in een slijterij in Tilburg Noord, om even later in het gelukkige bezit van drie liters jonge jenever weer te vertrekken.
Afgelopen weekend was de tweede fles aan de beurt. Pas de tweede, haast ik me eraan toe te voegen. Dat heeft, naar u zult begrijpen, alles te maken met de exceptionele zomer die me tijdelijk heeft doen uitwijken naar andere gerenommeerde spelers op de markt der alcoholica, onder wie de heren Heineken, Brand en Grolsch, benevens uiteraard onze lokale trappisten.

Het openen van een nieuwe fles heeft iets feestelijks. Men hoort de korte knak van het aluminium (of wat het ook zijn moge dat u in uw oneindige wijsheid eromheen heeft geschroefd) dan wel het zoete zuchten van de kurk en weet dat hemelse momenten in aantocht zijn. Behalve dan in dit geval. Na de korte knak bleek uw fles, tot mijn intense ontsteltenis en teleurstelling, aqua stillata in de meest pure vorm te bevatten. Leidingwater dus. Op de kwaliteit ervan viel overigens niets af te dingen. Op de prijs des te meer. Helaas ben ik niet meer in het bezit van de aankoopbon. Deze heb ik namelijk bij thuiskomst meteen weggegooid omdat ik als vaste doch prudente gebruiker van uw jenevers en corenwynen altijd vol vertrouwen de toekomst tegemoet heb gezien. En bovendien: hoe in zo’n curieus geval te handelen? Met een fles water verhaal halen bij de slijter in Tilburg Noord? Ik geef het u te doen!
De fles in kwestie – door een uwer medewerkers op het etiket overigens voorzien van het nummer L0056031452 – staat nog altijd in de kast. Indien u zich daartoe geroepen voelt, kunt u haar komen bezichtigen. Wellicht vindt u dan ook nog wat tijd om vervolgens samen met mij te genieten van een vorstelijk gekoelde borrel uit de inmiddels met een droge knak geopende derde en laatste fles. Haast is geboden!

Ik vond dat ik als doorgaans tevreden gebruiker u dit persoonlijke drama niet mocht onthouden. Mag ik u verzoeken mij te informeren over de uitkomsten van het interne onderzoek, dat u nu ongetwijfeld met gezwinde spoed in zult stellen? En wat uw medewerker betreft: dat het hem of haar heeft mogen bekomen!

Met vriendelijke groet,

Krekwekdogt
Tilburg


Enige tijd later later mocht ik een fraaie kist met enkele flessen jonge klare ontvangen. Vergezeld van de grootst mogelijke verontschuldigingen. Da’s toch weer klasse van de Erven Lucas Bols.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 15 december 2010

Dammen in Tilburg

Even vooraf: dit artikel heeft vijfentwintig jaar geleden - want het komt uit de oude doos, maar is nog prima te verteren - nogal wat stof doen opwaaien, zij het gelukkig alleen maar in Tilburg en omgeving. Een paar dagen na verschijning van het bewuste nummer van DB Magazine moest ik aantreden als speler van Excelsior voor het jaarlijkse VOS-toernooi van DAVO. Aan dit toernooi namen elk jaar de sterkste verenigingen uit Brabant deel, waaronder derhalve ook TDV. Meteen na binnenkomst werd ik besprongen door enkele doorgedraaide TDV'ers . Met name de voorzitter bleek een uiterst opgewonden heerschap dat meteen een claim van vele tienduizenden guldens op tafel legde. Mijn artikel was namelijk, beweerde hij bij hoog en bij laag en op zéér luide toon, aanleiding geweest voor een potentiële sponsor om een in het vooruitzicht gesteld lucratief contract in te trekken. Pas toen het hele team van Excelsior dreigde op te stappen, bonden de ziedende TDV'ers in. Bijna een kwart eeuw later het artikel nog eens herlezen hebbend, kan ik me de commotie hierover eigenlijk nauwelijks meer voorstellen. Er staat geen gelogen woord in.

TILBURG, juli 1985 - Toen ik een jaar of twintig geleden bij het Vughtse VDC met dammen begon, bleek me uit de daar gevoerde gesprekken (want de wekelijkse clubavond beperkte zich goeddeels tot praten, pimpelen en 'tien van de rooie' op een ijskoud biljart met een Aubisque-achtig hellingspercentage) dat ik voor écht dammen in de Randstad moest zijn. De toenmalige ereklasse bestond immers voor het grootst gedeelte uit westelijke verenigingen als GS, Joseph Blankenaar, IJmuiden, Constant en RDG. Toegegeven: ook clubs als Twente's Eerste, Huizum, Huissen en Excelsior mochten in dat walhalla zo nu en dan hun opwachting maken, maar zij werden uitsluitend temidden der groten getolereerd, omdat dat van de KNDB nu eenmaal moest.

In het Brabantse damleven ging het er inderdaad nog godsonmogelijk amateuristisch aan toe. In Den Bosch zetelde Excelsior en in Heusden A. de Graag, maar voor het overige, zo vertrouwden de Vughtenaren me toe, sloeg het allemaal als een tang op een varken. De dammerij in Tilburg niet uitgezonderd. De stad was weliswaar drie verenigingen rijk - DAVO, TDV en Tilburg '50 - maar die clubs rotzooiden maar wat aan. Een ontmoeting tussen Excelsior en zijn Tilburgse broeders leverde in die dagen nog vlotweg een 20-0 voor de Bosschenaren op, daar was met geen paternoster tegenaan te bidden. Het weerhield de Tilburgers er overigens niet van om na afloop van zo'n desastreuze wedstrijd welgemutst een berichtje naar de krant door te bellen, waarin gewaagd werd van kielekiele en een tegenstander die door het oog van de naald was gekropen. We konden daar bij VDC, tussen twee caramboles door, hartelijk om lachen.

Unicum
Vanaf het begin van de jaren zeventig verloor de Randstad langzaam maar zeker terrein. De provinciale universiteitssteden begonnen aan hun opmars. Groningen had enige tijd het heft in handen, Nijmegen (Lent) volgde. Had het Eindhovense Philips DC oorspronkelijk de grootste moeite om in de nationale Eerste Klasse het hoofd boven water te houden, de laatste jaren maakt het team jacht op promotie en als de schijn niet bedriegt zal men daar binnen afzienbare tijd in slagen ook.
En nu dus Tilburg, "schônste stad van ut láánd" volgens de autochtonen en een verzameling rampspoed volgens vrijwel ieder ander, voor eens en voorgoed vergiftigd door 'Kees de Sloper', alias burgemeester Becht met zijn megalomane hersenspinsels. Een stad zonder ziel, zonder cultuur, maar intussen wel met een paar ijzersterke damverenigingen: Info Engineering en TDV. Info Engineering hoefde in de hoofdklasse alleen in Huissen haar meerdere te erkennen, terwijl TDV met vlag en wimpel naar de hoogste divisie promoveerde. Twee Tilburgse verenigingen in de hoofdklasse: een unicum. De tijd dat in Tilburg pinten meer in aanzien stonden dan punten en dat als gevolg daarvan het tankvermogen heel wat beter ontwikkeld was dan het denkvermogen, lijkt definitief voorbij.

Poëtisch
De basis voor het succes werd zo'n tien jaar geleden gelegd. Er ging niets minder dan een schok door de damwereld, toen bekend werd dat DAVO als eerste damvereniging spelers 'kocht' en daarmee aantoonde dat ook in de dammerij zoiets als een transfermarkt kon worden gecreëerd. Het betrof Harm Wiersma en Ton van de Meerendonk, dankzij wier aanwezigheid DAVO zich fluitend naar de hoofdklasse wist te spelen. Een uitgebalanceerd team was het echter nog lang niet, omdat met name de staartborden vrij zwak bezet waren. Toen bovendien Wiersma elders een contract sloot en Van de Meerendonk het dammen niet meer zag zitten, vreesde men in Café Hoogardie aan de Gasthuisring dat DAVO de heen-en-weer-symptomen van Volendam zou ontwikkelen: te sterk voor de Eerste Klasse en onvoldoende geëquipeerd voor de Hoofdklasse. De komst van jong talent (De Hoon, Meijer, Haagh) en in '84 van wederom Wiersma heeft Info Engineering echter definitief op het hoogste niveau gebracht. Het is een team geworden waarin vechtlust en fanatisme gepaard gaan met gemoedelijkheid en nog altijd veel dorst, waarin spelers als Brouwers, Schippers en Van de Acker in staat zijn om ongeacht welke coryfee dan ook alle hoeken van het dambord te laten zien en waarin het spel toch nog altijd zwaarder weegt dan de knikkers: in geen enkel clubblad worden eigen nederlagen zo poëtisch bezongen als in dat van Info Engineering.

"We betalen niet"
Fons van Erve, zo'n beetje de architect van het huidige succes van Info Engineering: "We gaan in het nieuwe seizoen op de oude voet verder. Ten opzichte van vorig jaar zijn we iets sterker geworden, omdat Sally de Jong bij ons is komen dammen. Hij woont momenteel in België en dan is de keuze voor ons natuurlijk vrij logisch." Op mijn vraag of de penningmeester hiervoor zijn portefeuille heeft moeten trekken: "Hij wordt niet betaald. Echt niet. Wat dat betreft hebben we er genoeg kunnen krijgen, ze stonden elkaar op de stoep te verdringen. Maar ja, ze wilden geld zien en we betalen nu eenmaal niet. Niemand gelooft het, maar het is toch werkelijk zo: we betalen niet."
Naast De Jong valt in het komende seizoen, aldus Van Erve, bovendien de rentree van Ton van de Meerendonk te noteren. Het verhaal wil dat Van de Meerendonk indertijd teleurgesteld het dambord de rug toekeerde, omdat hij er niet in slaagde volledig door te breken en zodoende de kans om met succes een carrière als profdammer te starten door zijn vingers voelde glippen. Met Sally de Jong en Van de Meerendonk - mits deze zijn niveau van '77 weet te bereiken - gaat Info Engineering sterker dan ooit de tegenstanders te lijf. Op jacht naar het kampioenschap? Van Erve: "Ik weet het niet. Het moet zo langzamerhand maar eens gaan gebeuren, vind ik, maar er spelen zoveel factoren een rol... Voor hetzelfde geld zijn we volgend jaar blij dat we ons hebben kunnen handhaven." Een kampioenschap zou de sponsor, een in 's-Hertogenbosch gevestigd computerbedrijf, in ieder geval niet onwelgevallig zijn.

Maleier
Op een steenworp afstand van de Gasthuisring ligt Boulevard, het café van Janus van Abeelen, waar TDV sinds mensenheugenis 'thuis' is. Boulevard is bovendien het établissement waar alle provinciale damactiviteiten worden afgewikkeld. Omdat Janus - een oprecht supporter van 'zijn' TDV - er geen been in ziet om in het ene zaaltje de deelnemers aan bijvoorbeeld het provinciaal kampioenschap neer te zetten en in een aanpalend zaaltje de intocht van Sinterklaas of een carnavalsgebeuren plaats te laten vinden, wil het een en ander zo nu en dan wel eens hectisch verlopen. Het heeft natuurlijk wel zijn charme als de Heilig Man gedurende één dampartij vijfmaal door telkens vers aangerukte kinderen wordt ingehaald, zeker wanneer die Heilig Man niet in een neut blijkt te spugen en op het laatst als een ware Maleier door het café scharrelt, maar het bevordert de correcte afwikkeling van een toch al half mislukte omsingeling slechts in geringe mate. Het zal wel een kwestie van wennen zijn.
Tussen DAVO en TDV heeft het nooit echt goed willen boteren. Toen DAVO in alle openheid de transfermarkt introduceerde, stonden de TDV'ers vooraan in het koor der misprijzers, maar op het moment waarop zij merkten dat op die manier sportieve successen konden worden afgedwongen, waren zij er als de kippen bij. En zo zag Janus in de loop der jaren tot zijn verbazing telkens nieuwe gezichten binnenwandelen. Het begon met Oscar en Hugo Verpoest, allebei nog steeds goed voor dikke scores. Uit Schijndel kwamen Alex en Hans Mathijsen over, die per wedstrijd samen eveneens minimaal twee punten binnenbrengen. En ten slotte besteeg Chris Korsten, kampioen van Brabant, een van Janus' barkrukken. Samen met Ad van Tilborg en Cor Kuijstermans vormden zij in het afgelopen seizoen de basis van een uiterst gedegen team, weliswaar zonder echte hemelbestormers, maar o zo safe. Het team wordt gecomplementeerd door jeugdspelers als Mathoera, Smolders en Van de Braak.
Het kon echter nog beter, vond het bestuur. Met de harde valuta van een garagebedrijf en met de opbrengsten uit de lotto- en totopot in de achterzak reisden de heren oostwaarts. De volgende dag meldde Het Nieuwsblad:

Tilburg - De kersverse Tilburgse dam-hoofdklasser TDV heeft zich voor het komende seizoen verzekerd van de steun van Sw. Nikhilananda, de bagwannaam waarachter bondscoach Jan de Ruijter schuil gaat. Nikhilananda treedt bij TDV op als trainer en speler. In die hoedanigheid heeft hij zijn sporen verdiend (...).

En nog vertrouwde het bestuur de zaak niet helemaal: de selectie werd bijeengeroepen en elke speler kreeg een contract voorgelegd waarin hij zich rechtens en plichtens voor een jaar aan TDV verbond. Er werd braaf en druk getekend, want als je zoiets niet gewend bent, is het uiteraard een hele belevenis. Eens in het leven moet men immers Campari gedronken hebben. Door het actieve bestuursbeleid is echter een onverwacht probleem gerezen: de TDV-selectie is te groot geworden en minstens één speler zal verwezen worden naar een lager vertegenwoordigend tiental. Daardoor zal volgens een insider de snel gerezen ster van Chris Korsten weer even rap naar beneden komen.

Contra-effect
Twee Tilburgse verenigingen in de hoofdklasse, het kon beroerder. Of ze zich half '86 nog allebei hoofdklasser mogen noemen, is vers twee. Wat dat betreft zie ik het somber in voor de jongens van Janus en rooskleurig voor de mannen van Hoogardie, maar mijn inzicht in het damspel is te beperkt om aan mijn oordeel veel waarde te hechten. Dat wisten ze me indertijd in Vught al te vertellen, waarna ze een nieuw rondje door lieten komen en aanlegden voor een driebander met contra-effect.
(Eerste publicatie: Dammagazine DB 112, juli 1985)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

Damanacryptogram

Een pittige puzzel, waarbij de omschrijvingen zowel cryptisch kunnen zijn als ook anagrammatisch. Allemaal hebben ze te maken met het damspel. Na juiste oplossing verschijnt in de O'tjes een specifieke slagzet.

Omschrijvingen

1. O, een jongen voor mij? (8)
2. Staat op niveau. (8)
3. Gefröbeld damklokje. (13)
4. Afscheidingsperikelen. (15)
5. Banale knar. (10)
6. Voor elke vent een rund. (9)
7. Vaders poten. (11)
8. Fauteuil achter de waterkering. (7)
9. Weer ik gevaarlijk? (9)
10. Foute boekhouder. (5)
11. O, bloemen voor de burcht. (10)
12. Zeegras zonder bijvoorbeeld huidsmeer. (7)
13. Vogel vol vuur. (8)
14. Jumper. (8)
15. Verkeerde munten. (8)
16. Klapletter. (7)
17. Dubbele barricade. (11)
18. Doneert bijna een handvol. (9)
19. Laatste potje. (13)

vrijdag 10 december 2010

Gezellie

Terwijl de ober bij ons de carpaccio uitserveerde – gegarandeerd hepatitis E- en antibioticavrij, zo verklaarde hij plechtig op zijn moeders graf – namen aan een tafeltje naast ons twee dames plaats. Veertigers, schatte ik, en ze deden ongelooflijk maar tevergeefs hun best om er nog appetijtelijk uit te zien.

“Gezellie!”
“Ja.”
“Ik denk dat ik voor de op de huid gebakken zeebaars ga, of zo.”
“Ik moet nog even kijken.”
“Zeg, heb je het al gehoord van Joris en Ingrid?”
“Nee.”
“Die gaan misschien uit elkaar, zeg maar.”
“Oh.”
“Als jij dat hoort, heb je dan ook niet zoiets specifieks van, gôh, hé?”

“Wat kan ik voor de dames inschenken?” De ober haalde een piepklein notitieboekje voor de dag en stak even het potlood in zijn mond.
“Ik doe eens gek vandaag. Water met bubbeltjes.”
“Ik moet nog even kijken.”
“Water met bubbeltjes en nog even kijken, genoteerd.”

“Maar je hebt het dus niet gehoord, zeg maar.”
“Nee.”
“En je kijkt er dus ook niet van op, of zo.”
“Nou, nee.”
“Gezellie hè?”
“Ja.”
“Hè, Babs, zeg nou eens eindelijk iets.”
“Eindelijk iets.”

Gezellie.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 1 december 2010

Evgraf Zubov: duivelskunstenaar op het dambord

De evolutie van de damproblematiek in de Sovjet-Unie (later in Rusland en Oekraïne) is opmerkelijk. Tot diep in de jaren zestig was het achter het IJzeren Gordijn een zouteloze, zelfs ietwat zielige bedoening. Maar vanaf de jaren zeventig komt daarin snel verandering. Problemisten als Juskevitsj, Morkus, Perepelkin, Matus en anderen laten sindsdien het ene juweel na het andere zien. Een van de meest opmerkelijke problemisten is ongetwijfeld Evgraf Zubov.

De creativiteit van Zubov lijkt geen grenzen te kennen. Ergens midden jaren zeventig begon Zubov te componeren. Opvallend is de evolutie die hij, in het kielzog van de gehele Sovjet-problematiek, sedertdien heeft doorgemaakt. In zijn beginperiode blijkt Zubov zeer te hechten aan een prettig ogende aanvangsstelling, maar vanaf begin jaren tachtig laat hij deze voorkeur langzaam maar zeker varen. Vanaf medio jaren negentig speelt de aanvangsstelling bij Zubov geen enkele rol meer: het gaat hem dan alleen nog maar om het realiseren van duivelskunsten. Op dat punt staat hij op eenzame hoogte.
Laten we echter eerst eens kijken naar zes composities uit de vroege periode van Zubov met daaraan toegevoegd de heilige belofte dat de lezer in deze blog ook voorbeelden van zijn 'moderne' werk te zien zal krijgen. Het zestal problemen dateert uit de jaren 1976-1980. Het eerste probleem is tevens zijn debuut. Opvallend knap, zij het nog niet bijzonder origineel. In de daaropvolgende problemen zien we de originaliteit constant oplopen. De nummers 5 en 6 laten duidelijk zien dat Zubov op dat moment zijn beginnersperiode aan het afschudden was en op zoek was naar een nieuwe stijl.


Oplossingen
1. Met dit probleem dong Zubov in 1976 mee naar het kampioenschap van de USSR: 328, 42, 28, 10, 3, 35.
2. In 1978 gepubliceerd in het befaamde tijdschrift ‘64’. 41, 21, 3, 14!, 1, 15, 9, 7 (18) 2 met bij zorgvuldig afspel winst in twee scherpe varianten. Zubov blijkt in amper twee jaar een opmerkelijke progressie te hebben geboekt. Een bijzonder geslaagd probleem, gekenmerkt door de enorme dadendrang van de witte dam.
3. Inzending in 1978 voor de compositiewedstrijd USSR, 1978. 404, 43, 328, 42, 29, 4, 41 met een fabelachtige opsluiting.
4. Inzending voor dezelfde wedstrijd: 428, 27, 24, 161, 24, 10 met een scherp afspel.
5. Met dit werkstuk nam Zubov deel aan het kampioenschap van de USSR, 1980. 194, 1, 40!, 7, 41, 2, 34, 34. Het zwarte triootje op rechts onder de witte frontlinie toont aan dat Zubov steeds meer waarde gaat hechten aan problematische effecten en steeds minder aan een partijachtige beginstelling.
6. Gepubliceerd in Shaski, juni 1980: 11, 10, 194, 44, 22, 2, 2x37 (41x32) 427 (32x41) 467 (48x31), 37. Fantastisch gescharrel van schijven en dammen in de linkerbenedenhoek!

Wordt vervolgd.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl