zondag 10 juli 2011

"Where the Hell is Matt?"

Ongeveer 38 miljoen keer op YouTube bekeken. Een van de grappigste en eigenlijk ook ontroerendste videoclips die ik de laatste jaren heb gezien. De productie van deze uit 2008 daterende clip nam 14 maanden in beslag, voerde langs tal van plaatsen in 42 landen - waaronder Lisse en Amsterdam - en telde duizenden (vrijwillige) medewerkers.
Matt, jongen, je brengt vreugde in het hart van een aankomend ouwe man. Eeuwig zal ik je in mijn gebeden gedenken.

Bezoek ook de aan deze bijzondere clip gewijde website.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

Over een Grote Onbekende: Benjamin Morkus

In de fraaie historische stad Vilnius, Litouwen, woont Benjamin Morkus, momenteel waarschijnlijk de beste damproblemist ter wereld – en zo niet, dan toch minstens de technisch meest begaafde. Maar wie is die Benjamin Morkus eigenlijk? Ik tast in het duister, waarde lezer.

Al sedert 2004 doe ik pogingen om meer over dit fenomeen te weten te komen, maar verzoeken op allerlei Oost-Europese forums, bijvoorbeeld om zoiets simpels als een (e-mail)adres te achterhalen, werden tot nu toe gewoonweg niet beantwoord. Oost-Europeanen zijn kennelijk niet zo van de communicatie. Ik moet het daarom doen met hetgeen internet prijsgeeft. En dat is, behalve dan een verdwaalde foto op de website van zijn landgenoot Algimantas Kačiuška, bitter weinig. Wie de bekende zoekmachines erop loslaat, stuit telkens op ene ingenieur Morkus die zijn leven wijdt aan het bestrijden van mobieltjes, omdat die glioblastomen, hersentumoren, zouden veroorzaken. Het is inmiddels een oud verhaal dat elk jaar wel weer ergens breed in de pers wordt uitgemeten. Ondertussen heb ik echter geen idee of het hier om ‘onze’ Morkus gaat. Mocht dat onverhoopt wel het geval zijn, dan hoef ik ook al geen telefoontje van hem te verwachten.

‘Zware jongens’
Benjamin werd in 1961 geboren als zoon van Tadikas Morkus (1933), zelf ook een technisch vaardig problemist (zie diagram 1), zij het stukken minder dan Benjamin. Tadikas werd dan ook bijzonder snel overvleugeld door zijn zoon. Al op twaalfjarige leeftijd – met geprangd gemoed moet ik melden dat ik op die leeftijd net de Haarlemmer onder de knie had – produceerde Benjamin een eersteling (d. 2) die een jarenlange ervaring deed vermoeden. Alleen het slot is niet helemaal in de haak, omdat wit na de damafname en na (20) zowel naar 39 als naar 40 kan. Maar toch: vergeleken met de vele eerstelingen van even zovele problemisten staat dit probleem op eenzame hoogte. De reacties waren gemengd. De meeste critici vermoedden de hand van de vader, slechts enkelen begrepen dat een ontzagwekkend talent was opgestaan. En zij kregen gelijk. Morkus heeft zich sedertdien ontwikkeld tot een duivelskunstenaar die de meest onmogelijke slagsystemen, waarin telkens daverende meerslagen en een groot aantal witte en zwarte dammen de hoofdrol spelen, wist vorm te geven. Hij won tal van concoursen en kreeg in 2002 de titel GMIP (internationaal grootmeester in de damproblematiek) toebedeeld.
Morkus’ laatste grote succes dateert van vorig jaar, toen hij in het internationaal concours van Litouwen in de rubriek ‘zware jongens’ met voorsprong de eerste prijs in de wacht sleepte (d.3). In dit onwaarschijnlijke probleem zie we twee zwarte dammen, maar de show wordt gestolen door de vier (!) witte dammen die allemaal (!) worden geofferd.
Op de site van Eric van Dusseldorp kan de liefhebber kennis nemen van een groot aantal knoeperds van Morkus. Ik wil hier een vijftal problemen laten zien die met name dateren uit zijn beginjaren (Morkus kwam vanaf de tweede helft van de jaren tachtig goed op stoom). Het is voor Morkus’ doen relatief klein spul, maar ondanks dat staat het bord telkens binnen de kortste keren volledig in brand.



Oplossingen
1. 14, 250, 42, 41, 8, 3, 7, 8, 10, 1, 18.
2. 20, 11, 3, 30, 44, 44.
3. 2 (44) 2-8!, 2, 43, 30, 24!, 7, 18!, 3, 40, 1, 21, 19 (36) 461, 24, 24.
4. 261, 17, 30!!, een krankzinnig zetje, 23!, 3, 24, 43.
5. Een stille zet (in de problematiek een zeldzaamheid) dwingt zwart tot een kleine combinatie naar dam, waarna wit er op een magistrale manier een eind aan maakt: 30! (10, 36, 47) 24!, 33, 34, 34.
6. 21, 3, 34. Ook nu heeft zwart weinig anders dan de tegenactie (7, 39, 48) 20!!, 1, 5.
7. 428, 383, 31, 41, 12!!, 3, 25x5, 19, 35.
8. 19, 394!, 3, 12-8, 9, 4, 7, 17, 17.
9. 31, 2, 42, 7, 29, 24, 34, 34. Na het molenwiekje staat ineens een schitterend meerslagje op het bord.

(Gepubliceerd in dammagazine Hoofdlijn 156, juni 2011)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 2 juli 2011

Historische documentaires over het schaakspel op geschiedenis24.nl

Over de vraag wat nu eigenlijk de mooiste sport is kunnen we kort zijn: het nobele damspel (ook al spreekt schaker Donner in de film waarop de lezer verderop in deze blog zal stuiten over een magnetisch schaakbordje met stukken die wel wat op damschijven lijken ‘maar niet de uniformiteit vertonen die het dammen zo afschuwelijk maakt’). Op de tweede plaats komt het edele schaken, want wij koesteren geen wraakgevoelens en komen gewoon voor onze oprechte mening uit. De beoefenaars van beide denksporten zijn overigens zonder uitzondering ook buitengemeen boeiend. Lees en kijk.

Liefhebbers van historische documentaires over het schaken komen de komende week op geschiedenis24.nl volledig aan hun trekken. Een van de documentaires gaat over ‘Bobby Fischer, de dolende koning’, die in 2003 door NOS Studio Sport werd uitgezonden. In 1975 presenteerde de NOS een portret van schaker prof. dr. Max Euwe, in 1935 de eerste Nederlandse wereldkampioen. De aardigste is echter de VPRO-documentaire met de intrigerende titel ‘De liefde tot het hout’ (1979) waarin het beroepsschaken onder de loep wordt genomen en waarin Donner zijn hierboven aangehaalde, onbezonnen uitspraak deed. Hij had het patent op dit soort uitspraken en wist daarmee telkens tot zijn intens genoegen hele volksstammen tegen zich in het harnas te jagen. Eerder heb ik al geschreven over zijn mening over schakende vrouwen.

Klik hier voor de hele documentaire en geniet. Op geschiedenis24.nl kan nu al ook de documentaire over Euwe worden bekeken.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 26 juni 2011

Tweede kleine compositiewedstrijd dammagazine Hoofdlijn

Net als vorig jaar organiseer ik voor de damproblemisten onder ons (en zij die dat willen worden) ook dit jaar in het dammagazine Hoofdlijn een zomers Klein Compositiewedstrijdje (KC). Een en ander zal in de op stapel staande 156e editie van Hoofdlijn uit de doeken worden gedaan. Vorig jaar kende de KC drie categorieën met opdrachten die aan de pittige kant waren, misschien zelfs te moeilijk. Daarom dit keer slechts één categorie en een opdracht die iedereen, inclusief beginnende problemisten, tot iets bijzonders moet kunnen inspireren. Hier volgen de spelregels.

Maak een probleem dat rechtstreeks of via een motief eindigt in een naturel (dam of schijf) op veld 17. Aanvullende voorwaarden:
1. De ingezonden problemen dienen eerste publicaties te zijn;
2. Geen dammen in de aanvangsstand;
3. Minimaal 12x12. Het is nu eenmaal altijd lastig om kleine met grote problemen te vergelijken;
4. Maximaal drie problemen per deelnemer;
5. Inzendingen dienen uiterlijk 1 september 2011 bij mij binnen te zijn per post (Overlangelstraat 15, 5045 SR Tilburg) of per e-mail (hwilsens@planet.nl).

De jury zal worden gevormd door de oplossers.

Prijzen
Het gaat net niet om des keizers baard. Voor de winnaar liggen, naast eeuwige roem, twee tientjes klaar, voor de nummer twee 10 euro. De beste oplosser kan rekenen op 20 euro. Oplossingen van de vaste deelnemers aan ‘de ladder’ worden op de ladder meegenomen.

Over twee onsterfelijken die toch gingen

De dood is een onverteerbaar verschijnsel. Daarom heeft de mens, vanaf het moment waarop hij zich van dit onomkeerbare fenomeen bewust geworden is, altijd gezocht naar een elixer dat de eeuwige jeugd zou brengen en naar slinkse manieren om de dood te slim af te zijn, als het moest door een pact met de duivel te sluiten. Anderen kozen een minder moeizame route: zij verklaarden zich simpelweg onsterfelijk. Lou de Palingboer en Harry Mulisch bijvoorbeeld.

Lou de Palingboer, bij de burgerlijke stand bekend als Louwrens Voorthuijzen, werd op 19 februari 1898 geboren in Anna Paulowna. Hij raakte al op vroege leeftijd verstrikt in de netten van dubieuze protestantse sekten. Hij was, zo wil de overlevering, een charismatisch man, hoewel de foto’s en films met Lou in de hoofdrol vooral een boers type laten zien met een nagenoeg tandeloze mond, een enorme pens en weinig flatteuze broeken die - dankzij oerdegelijke bretels waarmee (want we willen niet overdrijven) een niet al te omvangrijke vrachtwagen uit een kanaal kon worden getrokken - zowat tot zijn schouders reikten. Op wikipedia valt te lezen hoe Lou tot het besef kwam dat hij onsterfelijk was. Sterker nog, dat hij niemand anders was dan God in eigen persoon:
“In 1927 heeft Voorthuijzen naar eigen zeggen een mystieke ervaring gehad die voor hem aanleiding was geweest om vanaf 1950 te komen tot zijn verkondiging. Aan het strand van de Zuiderzee had hij 's nachts een ster gezien terwijl hij de woorden Zie het teken van de Zoon des Mensen hoorde, aldus Voorthuijzen. Vervolgens vertelde hij dat hij over een poel met drijfzand was gelopen, zonder erin weg te zakken. Toen hij even later terugging naar die plek zag hij zijn voetafdrukken in het slib en toen hij opnieuw over die voetafdrukken wilde lopen, zakte hij er diep in weg. Wiertz (toelichting Krekwekdogt: zijn tweede geliefde, Mien Wiertz) concludeerde dat Voorthuijzen God was en dat hij de taak had om de mensheid van de duivel te redden. Ze drong er regelmatig bij hem op aan dat toe te geven. Hij gaf deze verklaring daadwerkelijk toen Wiertz in 1950 met roodvonk in het ziekenhuis lag. Voorthuijzen vertelde haar dat hij een nieuwe mystieke ervaring had gehad. Daarbij was hem duidelijk geworden dat hij inmiddels de duivel in zichzelf had overwonnen en daardoor God was geworden.”
Mien, minstens zo vadsig als Lou zelf maar een stuk intelligenter, wist tal van anderen ervan te overtuigen dat haar man God was en zo ontstond een sekte met Lou als stralend en onafgebroken consumerend middelpunt. Wikipedia:
“De verzekeraar L.H. Voogt, zelf volledig ‘in Lou’, kocht in 1957 een huis in Muiden waar Voorthuijzen en Wiertz konden wonen. De villa, die ‘het Witte Huis’ werd genoemd, werd een pelgrimsoord. Diverse aanhangers van Voorthuijzen bleven in het Witte Huis wonen. Hij bracht de dag door met het roken van sigaren, het drinken van jenever en het vertellen van niet altijd even duidelijke, mystieke verhalen.
Hier ontwikkelde zich de gewoonte van het ‘aanliggen’: vrouwelijke volgelingen mochten enige tijd Voorthuijzens lichaamskracht voelen door zich tegen zijn borst te vlijen. Het was de bedoeling om ‘in Lou’ te komen. ‘In Lou’ zou iemand pas werkelijk verlost zijn van de duivel.”
In 1968 werd Lou echter ziek. En niet zo’n beetje ook. Hij woonde toen in het Belgische Agimont. Heel journalistiek Nederland en al zijn volgelingen togen naar zijn optrek in dit plaatsje en waren daar op 23 maart 1968 aanwezig toen Lou zijn laatste adem uitblies. De verwarring onder de laatsten was compleet, het gegniffel onder de eersten tot ver in de omtrek hoorbaar. God was overleden!
De gelovigen konden het niet geloven. Hier moest sprake zijn van een test van Lou die wel eens wilde weten hoe gelovig zijn volgelingen nu eigenlijk waren. Om zijn terugkeer zo aangenaam mogelijk te maken, kropen zij dagenlang bij toerbeurten massaal bij hem in bed om zijn lichaam warm te houden. Maar helaas is de Belgische Wet op de Lijkbezorging even dor, humorloos en onverbiddelijk als de Nederlandse. En zo werd Lou uiteindelijk naar zijn laatste rustplaats gebracht.
NOVA heeft enkele jaren geleden, een kleine veertig jaar na zijn overlijden, aandacht geschonken aan de man die niet dood kon gaan maar het toch deed. Klik hier voor deze uitzending, waarin na ruim een kwartier Lou in beeld komt.

Harry Kurt Victor Mulisch, geboren op 29 juli 1927 in Haarlem, heeft ons met zijn overlijden op 30 oktober 2010 behoorlijk in twijfel achtergelaten. Hij had namelijk een waterdichte theorie ontwikkeld waarin werd aangetoond dat hij onsterfelijk was. Die theorie luidde kort samengevat als volgt: elke tel brengt een mens dichter bij zijn dood. Maar tijd is tot in het oneindige deelbaar. De laatste uren kunnen door twee worden gedeeld, de laatste minuten, de laatste seconden, de laatste tel. De mens komt dus steeds dichter bij de dood, maar bereikt die nooit.

Zijn theorie ten spijt regisseerde Mulisch vorig jaar op 30 oktober zijn eigen overlijden (op een zondag, zodat alle journaals moeiteloos hun hele uitzending aan zijn heengaan konden wijden). Het lukte. De dood heeft kennelijk lak aan de oneindige deelbaarheid van de tijd.

Foto Mulisch: VKBlog.nl

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 5 juni 2011

Petûnnekes






Zonder woorden. Op eigen erf grootgebracht.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 29 mei 2011

Een boom vol verhalen

De oudste bomen ter wereld staan in de White Mountains in Californië. Het betreft exemplaren van de Bristlecone Pine, een nogal onooglijke boomsoort die wij allen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid uit onze tuinen zouden moeten zien te weren. De meest bejaarde schijnt binnenkort zijn 4700ste verjaardag te vieren. Veel heeft hij, opgeschoten als hij is op een stuk aarde dat millennialang nooit een mens heeft mogen aanschouwen, niet te vertellen. Dat ligt anders bij de oudste olijfboom ter wereld.


Enige tijd geleden heb ik op het Griekse eiland Zakynthos aan de voet gestaan van deze boom. Volgens de autochtonen is de boom minstens 3000 jaar oud, maar deskundigen houden het, zo heb ik begrepen, op 2500 jaar.

Thucydides
Terug naar de tijd waarin hij zich uit het zand naar boven worstelde. Vijfhonderd voor Christus. De wereld werd na de verwoestende slag bij Marathon (490 voor Chr.), waar het Perzische leger volledig in de pan werd gehakt, beheerst door de Grieken en – heel ver weg – de beschavingen van China en India (Rome was op dat moment nog een onaanzienlijke vlek). De enorme veldslag bij Marathon is beeldend beschreven door de Griekse historicus en politicus Thucydides (onder wie wij als gymnasiasten vroeger nog geducht hebben geleden). Rond 430 v. Chr. moet deze eminente geschiedkundige volgens de overlevering volop genoten hebben van de vruchten van de 'jonge' olijfboom. De boom heeft vervolgens de talrijke oorlogen tussen Sparta en Athene meegemaakt, zag de Romeinen komen, later de Venetiërs, de Fransen, Britten, de nazi's en uiteindelijk weer de Grieken.

Apostelen
De boom had al een zeer respectabele leeftijd bereikt op het moment waarop hij de eerste christenen aan zich voorbij zag trekken. Naar alle waarschijnlijkheid hebben zelfs enkele apostelen zich in zijn schaduw gekoesterd. Hij was erbij toen de partizanen door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in zee werden gedreven, maar mocht ook toezien hoe het eiland zich daarna dankzij het toerisme eindelijk aan de armoede wist te ontrukken.

Een uur lang heb ik naar deze eerbiedwaardige boom gekeken. En me klein gevoeld. Bijzonder klein.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

dinsdag 17 mei 2011

De derde pastoor van de Heikant

Na het overlijden van Hendrikus van de Veerdonk op 10 november 1935 richtte de bisschop van Den Bosch, mgr. Diepen, zijn blik voor een opvolger wederom op Nijmegen. Zo kwam hij uit bij een kapelaan die een mooie staat van dienst had opgebouwd en goed bekend was met het Tilburgse katholieke leven. Vincentius Antonius Maria Sprengers was zijn naam. Een man die in alle opzichten geknipt was voor deze nieuwe uitdaging. Het zou echter heel anders lopen dan iedereen had verwacht.

Impasse
Vincent Sprengers was op 15 augustus 1890 geboren in Den Bosch. Na zijn opleiding werd hij op 29 mei 1915 tot priester gewijd en meteen als kapelaan naar Mill gestuurd. Daar wordt zijn naam zelfs nu nog met eerbied uitgesproken. Vincent was namelijk degene die aan een lange impasse tussen een groot aantal dorpelingen en de pastoor een eind wist te maken: op zijn initiatief werd de plaatselijke voetbalclub R.K.S.V Juliana opgericht, een club die in Mill nog altijd in het plaatselijke verenigingsleven de toon zet.
Het was geen eenvoudige klus geweest. Nagenoeg elke zondag had meneer pastoor een sidderend gehoor vanaf de kansel op het hart gedrukt dat de zaak heel simpel lag. Een gelovige kon op de dag des Heren kiezen tussen voetbal en de kerk. Niks meer en niks minder. Koos de gelovige het voetbal, dan lagen hel en verdoemenis in het verschiet. De beminde gelovigen waren dus gewaarschuwd en moesten goed beseffen dat de eeuwigheid allemachtig lang zou duren. En daarom zou hij, meneer pastoor zelve, alles doen om de oprichting van zo’n verderfelijke voetbalclub te voorkomen.
Maar zijn kapelaan, een bonk van een kerel die op het voetbalveldje van het seminarie maar al te graag ziedende schoten op het doel had afgevuurd, dacht er anders over. Uiteindelijk wist hij zijn pastoor, ongetwijfeld bij een puik wijntje en een goede sigaar, ervan te overtuigen dat het op den duur een verloren zaak zou zijn. En wat was er tegen een ordentelijke, katholieke voetbalclub als de kerk in het bestuur stevig de touwtjes in handen hield? En zo gebeurde het dat Sprengers in 1919 zelf de oprichtingsvergadering voorzat.

Honderd dagen
Toen Sprengers op 29 november 1935, een kleine drie weken na het overlijden van pastoor Van de Veerdonk, zich meldde in de Heikantse pastorie, moet het voor hem een feest van herkenning zijn geweest. Hij had de Tilburgse gelovigen van 1920 tot 1926 namelijk al als kapelaan gediend – het is mij niet bekend in welke parochie – en had zo de nukken en grillen, maar ook de charme en de eenvoud van de Tilburger leren kennen en waarderen. Hij zou het hier als jonge herder – 45 pas – zonder twijfel uitstekend naar zijn zin hebben. Maar hij had niet gerekend op de behoudzucht van de Heikanter...

Vitrages
Sprengers, zijn tijd ver vooruit, had uitgesproken opvattingen over de plaats van de kerk en de rol van de pastoors. Al het stof mocht nu eindelijk wel eens geducht van de clerus worden afgeklopt. Daarom liet hij om te beginnen alle vitrages van de pastorieramen verwijderen: iedereen mocht zien wat daarbinnen gebeurde, de kerk was een open boek. De Heikanter, groot geworden onder het conservatieve gezag van Van de Veerdonk, kon het niet waarderen. Een pastoor hoorde streng en rechtzinnig te zijn, een behoudend baken in de moeilijke crisisjaren waarin socialisten en NSB'ers steeds verder opdrongen. Die hield je niet tegen door wat gordijnen weg te halen.
Sprengers heeft nooit kunnen bewijzen dat hij uit het goede hout gesneden was. Het lot nam namelijk volkomen onverwacht een andere wending. Op 9 maart 1936 overleed hij. Zijn pastoraat had slechts ruim honderd dagen mogen duren. Had zijn hart het plotseling begeven? Was er een ziekbed aan voorafgegaan?

Zijn graf is op het kerkhof te vinden in de nabijheid van de zerk van Leonardus van der Steen, de eerste pastoor. Het ligt er verweerd bij, de tekst op de steen is nauwelijks leesbaar. Maar het is een mooie plek, daar onder die oude kastanjeboom die al zo veel leed aan zich voorbij heeft zien trekken.

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', juni 2011)

Foto: Regionaal Archief Tilburg

De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

vrijdag 6 mei 2011

Een nieuwe lente...

De zaken zijn inmiddels weer op orde. Het heeft wat kruim gekost (want zo'n nieuw terras gaat niet in je kouwe kleren zitten), maar dankzij wat vers aangerukt zomergoed, een zak of twintig tuingrond, bier en enkele ijskoude Bolsjes is het opperbest toeven in de tuin van Krekwekdogt.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

donderdag 5 mei 2011

'Ton Sijbrands, dammer met alle gevolgen van dien'

Een ongelooflijk boeiende en nu en dan ook ontroerende documentaire van Kees Brouwer over een onnavolgbaar fenomeen in de denksportwereld. Ton Sijbrands. Een uur genieten van een wijsgeer, schrijver en natuurlijk de beste dammer ooit. Van harte aanbevolen. Klik hier en let op de bijzondere rol die zijn grote rivaal Andris Andreiko - op 10 maart 1976 in de Sovjet-Unie met een strijkijzer vermoord, kan het ongerijmder? - in zijn leven heeft gespeeld en kennelijk nog speelt. Let verder op de reusachtige ontwikkeling die hij als spreker en mens door de jaren heen heeft doorgemaakt. Van de hakkelende puber die het allemaal worst was tot de zeer evenwichtige persoonlijkheid die hij nu is.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 20 april 2011

Nieuw in de boekenkast: Tacitus’ ‘Historiën’

Wekelijks loop ik minstens één keer mijn favoriete boekwinkel in Tilburg binnen, Selexyz Gianotten, om er wat rond te neuzen in al dat heerlijks. Afgelopen zaterdag stuitte ik daarbij op de ‘Historiën’ van Tacitus. Och mijn goeie god, Tacitus…

Ik nam het boek uit de schappen, las de eerste zinnen van de inleiding en was meteen verkocht. Dit schreef vertaler Vincent Hunink: “Inktzwart. Hartgrondig somber. Dat is de wereld van de Romeinse historicus Tacitus. Of beter gezegd: zijn wereldbeeld.” Tacitus had het zelf niet compacter en beeldender kunnen omschrijven.

Ruim veertig jaar geleden heb ik dagelijks met Tacitus geworsteld. Deze eminente historicus en politicus, die leefde van circa 55 tot 120, in een periode derhalve waarin een aantal door en door corrupte en liederlijke keizers Rome naar de afgrond dreef, had voor ons, gymnasiasten, een bijzonder gevreesde schrijfstijl. Hij liet maar al te vaak werkwoorden, voegwoorden en bijwoorden weg en zadelde ons daarmee op met diepzinnige staccato-zinnen van hooguit vijf, zes woorden die vertaald al gauw drie keer zo lang uitvielen. Maar ik vond zijn verhalen over al die keizerlijke uitspattingen toen al ongemeen boeiend.

Republikeins hart
Het verhaal begint in het jaar 69, net na de moord op Nero. In Rome en ver daarbuiten ontrolde zich na diens schrikbewind een zo mogelijk nog ellendiger tijd vol burgeroorlogen, bloedvergieten en imperiale monsters. Als politicus wist Publius Cornelius Tacitus, als een soort Molotov avant la lettre, behendig om alle politieke gevaren heen te laveren, als schrijver met een republikeins hart maakte hij er korte metten mee. Inktzwart en hartgrondig somber, zeker, maar meeslepend tot het eind. Vertaler Hunink heeft met succes getracht Tacitus’ bondige stijl zo veel mogelijk overeind te houden. Het resultaat: een verrijking voor de boekenkast, zeker voor degenen die in hun jonge jaren menigmaal hun gal hebben gespuwd op deze man van weinig woorden met veel betekenis.

Tacitus, Historiën; vertaler: Vincent Hunink
ISBN: 978 90 253 6715 2
Aantal pagina's: 240
Uitgever: Athenaeum-Polak & Van Gennep
Paperback: € 19.95
Hardcover: € 29.95


Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 2 april 2011

Probleemrubriek Hoofdlijn 154

Voor de liefhebbers van stevig puzzelwerk hierbij de zojuist verschenen probleemrubriek in Hoofdlijn 154, het dammagazine voor de betere dammer. Nog geen abonnement? Surf naar de site van Hoofdlijn en vraag een proefnummer aan.
Overigens gaan elke twee maanden twee oplossers met ieder 37,50 euro aan de haal. Alleen dat is al voldoende reden om stante pede toe te treden tot het keurcorps onder de dammers.

Problematiek 154

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

donderdag 24 maart 2011

De tweede pastoor van de Heikant

De bisschop van Den Bosch, Mgr. W. van de Ven, liet er na het overlijden van pastoor Van der Steen op 21 februari 1904 geen gras over groeien. Al op vrijdag 4 maart, een goeie week na de begrafenis, arriveerde de opvolger in de Heikant. Hendrikus - Harrie - van de Veerdonk was zijn naam. Een Brabander uit de Meierij die het klerikale vak in Nijmegen onder de knie had gekregen en zich op kerkelijk gebied bepaald geen appelen voor citroenen liet verkopen: met Harrie van de Veerdonk, de tweede pastoor van de Heikant, viel niet te spotten.

Herdershonden
Van de Veerdonk was op 24 maart 1859 geboren in Berlicum. Op 7 juni 1884 werd hij tot priester gewijd en kwam meteen daarna als ‘assistent’ eerst in Breugel en korte tijd later in Goirle terecht. In 1886 werd hij benoemd tot kapelaan van de St. Augustinuskerk in Nijmegen, een post die hij zeventien jaar zou bekleden.
Een kapelaan had het in die dagen erg druk – niet voor niets werden ze ‘herdershonden’ genoemd: ze knapten al het vuile werk op voor meneer pastoor – maar ondanks dat aanvaardde hij daarnaast ook nog eens de leiding over de Congregatie van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand en schreef allerlei stukken in het dagblad De Gelderlander.

Drankbestrijding
“Hiermee nog niet tevreden”, lezen we in de Tilburgsche Courant van begin maart 1904, “en begrijpende hoe vooral de priester zich in onzen tijd bijzonder verdienstelijk kan maken door zich te geven aan de drankbestrijding, richtte hij (…) een afdeeling der Mariavereeniging op, waarvan hij de ijverige Directeur was. Onze lezers hebben herhaaldelijk (…) artikelen van den onvermoeiden ijveraar onder de ogen gehad, waarin hij ieder aanspoorde tot deelneming aan het zoo noodige werk der drankbestrijding.”
Het is geen geheim dat de kerkelijke gezagsdragers van toen allesbehalve in een goed glas wijn spuugden en ook bij Van de Veerdonk mogen we vraagtekens zetten achter zijn principiële afkeer van alcohol. Feit is namelijk dat hij, sedert hij was neergestreken in de Heikant, zich nooit meer bijzonder druk heeft gemaakt over drank en dat er ook geen getuigenissen of documenten zijn overgeleverd waarin hij als geheelonthouder naar voren trad. De pastoor had namelijk wat anders aan zijn hoofd. Hij was gegrepen door een fenomeen waarmee hij in Nijmegen eigenlijk nooit echt te maken had gekregen en dat hem oneindig veel liever was dan de ondankbare en zo goed als onmogelijke taak om de Tilburger van zijn borrel weg te houden. Dat fenomeen heette Peerke.

Vurig vereerder
Van meet af aan heeft Van de Veerdonk in zijn parochie een grote dadendrang laten zien. Hij zorgde in 1918 voor een nieuw pijporgel als vervanging van het kuis versleten harmonium en schafte later zelfs een tweede klavier in ‘een zwelkast’ aan. Op zijn initiatief kwam voorts op De Schans een patronaatsgebouw tot stand.
Maar zijn levenswerk werd toch ‘Peerke’. Vrijwel meteen na zijn aankomst werd hij een vurig vereerder van de eenvoudige weverszoon. Hij liet het niet bij woorden. In 1923 kwam onder zijn leiding de kapel gewijd aan Peerke tot stand. Het was in eerste instantie een eenvoudige houten noodkapel, ingezegend op 28 oktober van dat jaar, die een aantal jaren later pas zijn huidige vorm zou krijgen. In 1931 werd het geboortehuisje gereconstrueerd en in 1933 kon onder grote publieke belangstelling het Petrus Donders-monument plechtig worden onthuld. Van alle pastoors die de parochie O.L.V. Onbevlekt Ontvangen hebben bediend, heeft Harrie van de Veerdonk al met al de meeste zichtbare en hoorbare sporen achtergelaten.

Op 12 november 1935 meldde begrafenisondernemer Brekelmans zich bij de Burgerlijke Stand van de gemeente om aangifte te doen van het overlijden van pastoor Hendrikus van de Veerdonk, 76 jaar. Hendrikus was op zondag 10 november 1935 om zes uur ’s middags overleden. De geschiedenis hult zich tot nu toe in stilzwijgen over de doodsoorzaak.

14 januari 1931: pastoor Van de Veerdonk zegent het geboortehuisje van Peerke in.

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', april 2011)

Bron: Tilburgsche Courant, 6 maart 1904
Foto’s: Coll. Regionaal Archief Tilburg


Lees hier het artikel over de eerste pastoor van de Heikant

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 16 maart 2011

'De darmdialogen': lachen om darmkanker

Darmkanker is een vreselijke rotziekte. Maar als de ziekte wordt belicht door professionele acteurs die in de huid zijn gekropen van pratende darmpoliepen, valt er heel wat te lachen. En dat mag ook wel in de Darmkankermaand Maart. Darmkanker is een ziekte die goed kan worden behandeld als men er maar op tijd bij is. Daarom is bewustwording van de symptomen zo belangrijk. Mensen die De Darmdialogen hebben bezocht zullen deze symptomen in ieder geval nooit meer vergeten. Met dank aan de pratende poliepen...

Lachen om darmkanker. Ik heb het zelf mogen ervaren in het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg, waar afgelopen maandagavond het 'humoristische drama' De Darmdialogen werd opgevoerd. Niet bijgewoond? Geen nood: tot eind april is de ruim een uur durende voorstelling nog (gratis!) te bezoeken in een groot aantal ziekenhuizen in heel Nederland. Op de website van de Maag Lever Darm Stichting treft de lezer meer informatie aan over de voorstelling en kan hij of zij online een of meerdere plaatsen reserveren.

Bitch
Het zijn waarachtig niet de minsten die meewerken aan dit door het farmaceutisch bedrijf Roche Nederland financieel ondersteunde theaterspektakelstuk. Tekst en regie waren in handen van Haye van der Heyden, bekend van radio, televisie, cabaret en (kinder)boeken. Op de welluidende accordeonklanken van Gert Wantenaar wordt de show gestolen door de al genoemde 'pratende darmpoliepen' die hun sporen inmiddels ruimschoots hebben verdiend in de toneel-, televisie- en musicalwereld: Cystine Carreon (Gooische Vrouwen), Han Oldigs (GTST) en Ellen Pieters (Zeg 'ns Aaa). In het bijzonder Cystine Carreon, die in Gooische Vrouwen als de bitch Tippi Wan furore schijnt te maken (ik moet eerlijk bekennen dat dit soort platte televisie aan mij niet is besteed), treedt letterlijk en figuurlijk op de voorgrond. Zij heeft een (opera)stem als een klok en het is waarlijk bijzonder om zo’n begaafde zangeres banale begrippen als de ‘twaalfvingerige darm’ te horen bejubelen.



Harde humor
Hoogst informatief, met een hoog poep- en piesgehalte en zeer humoristisch, soms op het randje maar er nooit overheen. Wat bijvoorbeeld te denken van een gretig geciteerd lied van Herman Finkers over een stomapatiënt waarin de gedenkwaardige strofe "Als ik lach, gier ik het uit" te beluisteren viel? Het publiek, onder wie een aantal darmkanker- en stomapatiënten, kon deze galgenhumor zeer waarderen.

Ik kan kort zijn over De darmdialogen. Een must!

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 6 maart 2011

Askruisje

Aanstaande woensdag, als de zurige lucht van verschraald bier is opgetrokken en de geplaagde levers zuchtend aan het werk slaan om de schade van dagenlang onophoudelijk offeren aan Bacchus te herstellen, is het weer zover. Ook al komt er tegenwoordig geen kip meer op af.

Aan mij als schooljongen op het Brabantse platteland, ergens begin jaren zestig, zijn de laatste klerikale stuiptrekkingen rond Aswoensdag niet voorbijgegaan. Nog vóór de school begon inspecteerden de meesters op het schoolplein tussen het knikkeren, bokspringen en haktollen door alle kinderkopjes. We werden allemaal geacht de ochtendmis van half zeven te hebben bijgewoond en als stille getuige een askruisje op het voorhoofd mee te voeren. De ‘askruislozen’ werden in een hoekje apart genomen en kregen daar een donderpreek over zich heen. Beseften zij niet dat zij danig op het verkeerde pad terecht waren gekomen? Dat zij voor eeuwig in de hel zouden branden en dat de eeuwigheid allemachtig lang zou duren? Vervolgens werden de kleine heidenen naar de kerk teruggestuurd om daar te biechten. Voor de zekerheid ging een van de meesters mee, want eens een zondaar altijd een zondaar…
Daarmee was de kous niet af. De ouders van de zondaars konden wat later een bezoek van de kapelaan tegemoet zien – bij ernstige gevallen, die elk jaar verstek lieten gaan, van de pastoor in hoogst eigen persoon. Sommigen probeerden aan deze preken te ontsnappen door met een sigarenstompje, die in overvloed op het plein voor de kerk te vinden waren, zelf een askruisje te fabriceren, maar deze noodoplossing werkte niet: de meesters hadden om redenen die wij als schooljongens nooit begrepen hebben een fijne neus voor echt en namaak.

Groen uitgeslagen
Aswoensdag was de dag na carnaval en de ochtend na Vastenavond. Het askruisje stond symbool voor bezinning en boetvaardigheid. Het luidde de vastenperiode in die tot Paaszaterdag, exclusief de zondagen, 40 dagen zou duren. Dan mochten de snoepjes worden aangesproken die in de vastentijd zorgvuldig waren opgespaard in het ‘vastentrommeltje’. Ook geen onverdeeld genoegen trouwens: meestal waren ze klef en kleverig tegen elkaar aangekoekt, was de helft groen uitgeslagen en had de veterdrop zich door de stroopwafel heengevreten.
Maar daar ging het niet om, werd ons bijgebracht. Boetedoening, daar draaide het om. Niet alleen in mijn jeugd onder de rook van Den Bosch, maar al vele, vele eeuwen lang. In elk oud geschrift, heilig of niet, struikelden de boetelingen pagina's lang over elkaar heen, met as op hun hoofd en gehuld in een zak als boetekleed. Daar komt onze uitdrukking ‘in zak en as zitten’ vandaan.

Haring
De vastentijd dateert uit de zesde eeuw na Chr. en werd in het leven geroepen door paus Gregorius de Grote (540-604). Door de eeuwen heen zijn daarna rond Aswoensdag tal van gebruiken ontstaan. In onze contreien was (en is) het haringhappen een gangbaar ritueel, waarmee het verbod op het eten van vlees in de vastentijd handig werd omzeild. In sommige steden eet men nog steeds bepaalde witte broodjes, ‘krakelingen’ of ‘wekken’ genoemd. In België geeft men de voorkeur aan pruimentaart. En op tal van plaatsen in Brabant was de jeugd er indertijd heilig van overtuigd dat zij van de pastoor nieuwe kleren zouden krijgen of op zijn minst gratis bij hem mochten gaan eten, als zij erin slaagden het askruisje tot Pasen duidelijk zichtbaar op hun voorhoofd te houden. Maar dat lukte zelden.

Stevige kost
Als de gelovige onvoldoende doordrongen was van de ernst (en dat was vrijwel altijd het geval: de door helse hoofdpijnen getergde zondaar met zijn immense kater en enorme kegel had namelijk heel wat anders aan zijn hoofd dan zich in ootmoed en devotie te wentelen), was er altijd nog de priester om dat bij het plaatsen van het askruisje onomwonden duidelijk te maken. ‘Memento, homo, quia pulvis es, et in pulverem reverteris’, prevelde hij, ofwel ‘gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren’. Bepaald stevige kost zo bij het krieken van de dag en op nuchtere maag. Mij zien ze woensdagmorgen niet.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl