woensdag 31 augustus 2011

FedEx understands

FedEx, een gigant in het vervoer van alles wat los en vast zit, is enkele jaren geleden in de VS onsterfelijk geworden dankzij een beauty van een campagne. De campagne heeft drie centrale thema's: de FedEx Cup (een prestigieus golftoernooi), de opmerkelijke voorliefde van de werknemers voor alles behalve werk en de niet minder opmerkelijke rust waarmee de bazen deze voorliefde lijken te tolereren. Er zijn overigens meer geraffineerde manieren om baasjes om de tuin te leiden. Fraai voorbeeld in het derde filmpje.










Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 14 augustus 2011

De vierde pastoor van de Heikant

Misschien hebben enkele hoogbejaarden in de Heikant het nog bewust meegemaakt, die sombere dag in maart 1936. Het was koud – net boven het vriespunt – en de zon liet zich de hele dag niet zien, maar dat weerhield de gelovigen er niet van om massaal de plechtige uitvaartdienst van pastoor Sprengers bij te wonen en hem daarna naar zijn laatste rustplaats in de schaduw van de grote kastanje te brengen.

Natuurlijk was de stemming bedrukt, ook al hebben de Heikanters nooit goed geweten wat ze aanmoesten met die Sprengers, die de parochie uiteindelijk maar honderd dagen zou dienen. De verhalen werden weer opgehaald: over hoe hij op de eerste dag de beste in de pastorie alle vitrages had laten verwijderen omdat hij vond dat iedereen moest kunnen zien wat er daarbinnen gebeurde. Dat hij meer van die vooruitstrevende denkbeelden en nieuwlichterijen had gehad waarmee ze niet goed raad hadden geweten. En dat hij ook nog eens zomaar van het ene moment op het andere ertussenuit was gepiept: net iets voor hem. Geen wonder dat ze nooit de kans hadden gehad om aan hem te wennen en hem te leren waarderen.
Zo spraken de Heikanters over Vincentius Sprengers, terwijl ze na afloop van alle plechtigheden in een van de cafés achter een borrel zaten.

Frans Hoffmans
De opvolger was een oude bekende. Franciscus Johannes Wilhelmus Hoffmans had namelijk al van 1916 tot 1918 als kapelaan in de parochie rondgelopen. Hij was in 1891 geboren in Waalwijk en was meteen na zijn priesterwijding als jong broekske naar de Heikant gestuurd, waar hij te maken kreeg met een pastoor van de oude stempel, de vuurvreter en Peerke-vereerder Van de Veerdonk. In 1918 werd Frans Hoffmans kapelaan in Nijmegen, van 1921 tot zijn komst naar de Heikant mocht hij de bisschop dienen in de Sint-Jan in Den Bosch. Hij werd dan ook benijd door alle ‘herdershonden’ van toen, maar was toch verheugd over zijn promotie naar de mooie Mariakerk. Eindelijk pastoor! En dan ook nog in een parochie die hij van binnen en van buiten kende en lief had.

Boeren en melk

Hoffmans werd vrijwel altijd biddend aangetroffen. Na zijn overlijden schreef de Nieuwe Tilbugsche Courant: “Hij was een zeer geziene figuur bij de parochianen, die vooral in hem waardeerden, dat hij zo’n grote waarde hechtte aan het persoonlijke gebedsleven”. Nuchter beschouwd zal de Heikanter van toen, anders dan de journalist van de plaatselijke krant wilde doen geloven, hele andere dingen in hem hebben gewaardeerd. Het feit bijvoorbeeld dat hij bij uitstek een sociale pastoor was, een pastoor die zich begaan voelde met het lot van de gewone Tilburger. Frans Hoffmans was nauw betrokken bij het werk van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond en had letterlijk en figuurlijk veel in de melk te brokkelen bij de C.T.M., de Coöperatieve Tilburgsche Melkinrichting en Zuivelfabriek die gevestigd was aan het Wilhelminapark. Ook de bedevaart naar Scherpenheuvel lag na aan zijn hart.

Restauratie
Al vanaf Pinksteren 1952 was de parochie bezig met de voorbereiding van de viering van Hoffmans’ veertigjarig priesterjubileum in 1956. Er werd op grote schaal geld ingezameld om hem het cadeau te geven waarom hij had gevraagd: genoeg geld om de Mariakerk te restaureren. Het geld kwam er en er werd al druk aan de algehele opknapbeurt gewerkt. Hoffmans heeft de voltooiing van de restauratie echter niet meer mogen meemaken. Op vrijdagavond 11 februari 1955 was hij na een vergadering over de bedevaart naar Scherpenheuvel onwel geworden. In de vroege ochtend van zaterdag 12 februari overleed hij aan de gevolgen van wat ongetwijfeld een hartaanval is geweest. “Een godvrezende opgeruimde figuur ging heen”, kopte de Nieuwe Tilburgsche Courant die dag. Op woensdag 15 februari 1955 nam de Heikant afscheid van een vroom mens met een groot en vooral sociaal hart.

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', augustus 2011)

Foto: Regionaal Archief Tilburg

De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.
De derde pastoor van de Heikant: lees hier

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 13 augustus 2011

Willem II’s stoommachine

Onwillekeurig gingen mijn gedachten gisteren tijdens de zouteloze pot tussen Willem II en Go Ahead Eagles (1-1) terug naar betere tijden, tijden waarin het kortgeschoren gras aan de Goirleseweg nog werd bevolkt door persoonlijkheden, mannen die in hun eentje een oorlog konden winnen. Op zaterdagavond 16 september 1989 bijvoorbeeld, Willem II-Fortuna Sittard.

Het weer was toen even beroerd als nu. Het regende, er stond een ruige wind en de temperatuur bleef fors onder de maat. Gelukkig was de wedstrijd tegen de Fortunezen hartverwarmend. Willem II won die avond overtuigend met 2-0. Namens de Tricolores stonden onder anderen Van Gobbel, Feskens en Brocken op het veld. Maar de winst was vooral te danken aan een ander monument, een onvervalste stoommachine van Britse makelij. Zijn naam: David McKie Loggie. Hij scoorde in de 19e en 48e minuut en werd vervolgens door het onmenselijk harde centrale verdedigingsduo Duut & Liesdek snoeihard onderuitgehaald. Het was een teken van onmacht, radeloosheid en irritatie.
Toen Loggie, ondersteund door twee medewerkers van Willem II’s medische staf, het veld verliet, stak hij ten afscheid zijn hand in de lucht, maar hij begreep meteen dat van een gladiator een meer tot de verbeelding sprekende afgang mocht worden verwacht. Net voor de tunnel hield hij daarom halt, hees zich tussen de medische beroepsbeoefenaren in volle lengte, 1,81 meter, op en schudde met een vreemde grimas driemaal met zijn vuist. Toen kromp hij weer ineen en liet zich gewillig door de regenjassen afvoeren naar de medische inspectie en de doucheruimte.

Onaardige gedachte
Terwijl hij een paar meter voor mij met een gebalde vuist vlak voor de tunnel verpoosde, ging er een onaardige gedachte door mij heen: zouden de Nederlandse velden ooit een lelijkere voetballer hebben mogen aanschouwen? Want laten we eerlijk zijn, een móóie voetballer was Loggie niet. Hij hield er een rare motoriek op na, liep bonkig en stroef, passeerde tegenstanders puur op kracht en was op zijn best in scrimmage-achtige situaties, waarin techniek en souplesse loze begrippen waren.
Daar kwam nog bij dat zijn optreden extra cachet kreeg door zijn kaalheid (een nadeel bij het koppen, aldus de onvergetelijke Vlaamse sportverslaggever De Saedeleer: geen krijt op de pomerans), zijn angstaanjagende dijen, zijn voortdurend op storm staande gelaatstrekken en zijn alles overheersende neus. Geen wonder dat complete verdedigingen bij het opstomen van dit vervaarlijk ogend fenomeen doorgaans even slikten en eerbiedig opzij stapten. Helaas waren niet alle tegenstanders van toen doordrongen van enig historisch besef. Deze materialistische cultuurbarbaren bleken meer prijs te stellen op hun schamele winstpremie dan op het behoud van ons industrieel erfgoed.
Ik mis hem nog steeds. Met een robuuste stoommachine van het kaliber David McKie Loggie hadden de Eagles het gisteren mooi kunnen schudden.

David Loggie sloot in 1993 zijn loopbaan als profvoetballer af bij AZ en is daarna in Nederland blijven hangen. Hij verdient nu zijn brood als autoverkoper in de kop van Noord-Holland. Klik hier voor een hoogst amusant verhaal van David Loggie anno 2011.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 3 augustus 2011

Paraskevidekatriafobie

Op donderdag 12 mei van dit jaar las ik in NRC een woord dat ik nog niet kende: paraskevidekatriafobie, oftewel angst voor vrijdag de 13e. Dat zet een mens aan het denken, zeker met in het achterhoofd een woord dat ik vele jaren geleden mocht horen en toen maar wat grappig vond: pedopyrofilatelist, oftewel iemand die graag kinderpostzegels in brand steekt.
Die woorden zijn met wat goede wil eindeloos uit te breiden. Ik geef er drie, maar houd me aanbevolen voor verdere, nog omvangrijkere vondsten.

• Pseudoclaustropedofilatelopyromaan
iemand die net doet alsof hij graag in kleine ruimten kinderpostzegels in brand steekt;
• Pseudoclaustroparaskevidekatriofobipyromaan
iemand die net doet alsof hij bang is om op vrijdag de 13e brand te stichten in een kleine ruimte;
• Pseudoclaustroparaskevidekatriafobikleptopedofilatelopyromaan
iemand die net doet alsof hij bang is om op vrijdag de 13e gestolen kinderpostzegels in een kleine ruimte in brand te steken.

Da's andere koek dan wat Van Dale beschouwt als het langste reguliere woord in de Nederlandse taal: meervoudigepersoonlijkheidsstoornis. Op de tweede plaats staat wapenstilstandsonderhandelingen. Ik geef graag het woord aan de lezer!

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

dinsdag 26 juli 2011

Al één jaar!

Vandaag een heuglijke gebeurtenis voor een trotse opa en oma. Flynt is één jaar geworden. Het opdweilen van de taartresten heeft wat tijd gekost, maar daarna is ons prachtige kleinzoontje geducht in de watten gelegd. Waarvan akte.


Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 10 juli 2011

"Where the Hell is Matt?"

Ongeveer 38 miljoen keer op YouTube bekeken. Een van de grappigste en eigenlijk ook ontroerendste videoclips die ik de laatste jaren heb gezien. De productie van deze uit 2008 daterende clip nam 14 maanden in beslag, voerde langs tal van plaatsen in 42 landen - waaronder Lisse en Amsterdam - en telde duizenden (vrijwillige) medewerkers.
Matt, jongen, je brengt vreugde in het hart van een aankomend ouwe man. Eeuwig zal ik je in mijn gebeden gedenken.

Bezoek ook de aan deze bijzondere clip gewijde website.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

Over een Grote Onbekende: Benjamin Morkus

In de fraaie historische stad Vilnius, Litouwen, woont Benjamin Morkus, momenteel waarschijnlijk de beste damproblemist ter wereld – en zo niet, dan toch minstens de technisch meest begaafde. Maar wie is die Benjamin Morkus eigenlijk? Ik tast in het duister, waarde lezer.

Al sedert 2004 doe ik pogingen om meer over dit fenomeen te weten te komen, maar verzoeken op allerlei Oost-Europese forums, bijvoorbeeld om zoiets simpels als een (e-mail)adres te achterhalen, werden tot nu toe gewoonweg niet beantwoord. Oost-Europeanen zijn kennelijk niet zo van de communicatie. Ik moet het daarom doen met hetgeen internet prijsgeeft. En dat is, behalve dan een verdwaalde foto op de website van zijn landgenoot Algimantas Kačiuška, bitter weinig. Wie de bekende zoekmachines erop loslaat, stuit telkens op ene ingenieur Morkus die zijn leven wijdt aan het bestrijden van mobieltjes, omdat die glioblastomen, hersentumoren, zouden veroorzaken. Het is inmiddels een oud verhaal dat elk jaar wel weer ergens breed in de pers wordt uitgemeten. Ondertussen heb ik echter geen idee of het hier om ‘onze’ Morkus gaat. Mocht dat onverhoopt wel het geval zijn, dan hoef ik ook al geen telefoontje van hem te verwachten.

‘Zware jongens’
Benjamin werd in 1961 geboren als zoon van Tadikas Morkus (1933), zelf ook een technisch vaardig problemist (zie diagram 1), zij het stukken minder dan Benjamin. Tadikas werd dan ook bijzonder snel overvleugeld door zijn zoon. Al op twaalfjarige leeftijd – met geprangd gemoed moet ik melden dat ik op die leeftijd net de Haarlemmer onder de knie had – produceerde Benjamin een eersteling (d. 2) die een jarenlange ervaring deed vermoeden. Alleen het slot is niet helemaal in de haak, omdat wit na de damafname en na (20) zowel naar 39 als naar 40 kan. Maar toch: vergeleken met de vele eerstelingen van even zovele problemisten staat dit probleem op eenzame hoogte. De reacties waren gemengd. De meeste critici vermoedden de hand van de vader, slechts enkelen begrepen dat een ontzagwekkend talent was opgestaan. En zij kregen gelijk. Morkus heeft zich sedertdien ontwikkeld tot een duivelskunstenaar die de meest onmogelijke slagsystemen, waarin telkens daverende meerslagen en een groot aantal witte en zwarte dammen de hoofdrol spelen, wist vorm te geven. Hij won tal van concoursen en kreeg in 2002 de titel GMIP (internationaal grootmeester in de damproblematiek) toebedeeld.
Morkus’ laatste grote succes dateert van vorig jaar, toen hij in het internationaal concours van Litouwen in de rubriek ‘zware jongens’ met voorsprong de eerste prijs in de wacht sleepte (d.3). In dit onwaarschijnlijke probleem zie we twee zwarte dammen, maar de show wordt gestolen door de vier (!) witte dammen die allemaal (!) worden geofferd.
Op de site van Eric van Dusseldorp kan de liefhebber kennis nemen van een groot aantal knoeperds van Morkus. Ik wil hier een vijftal problemen laten zien die met name dateren uit zijn beginjaren (Morkus kwam vanaf de tweede helft van de jaren tachtig goed op stoom). Het is voor Morkus’ doen relatief klein spul, maar ondanks dat staat het bord telkens binnen de kortste keren volledig in brand.



Oplossingen
1. 14, 250, 42, 41, 8, 3, 7, 8, 10, 1, 18.
2. 20, 11, 3, 30, 44, 44.
3. 2 (44) 2-8!, 2, 43, 30, 24!, 7, 18!, 3, 40, 1, 21, 19 (36) 461, 24, 24.
4. 261, 17, 30!!, een krankzinnig zetje, 23!, 3, 24, 43.
5. Een stille zet (in de problematiek een zeldzaamheid) dwingt zwart tot een kleine combinatie naar dam, waarna wit er op een magistrale manier een eind aan maakt: 30! (10, 36, 47) 24!, 33, 34, 34.
6. 21, 3, 34. Ook nu heeft zwart weinig anders dan de tegenactie (7, 39, 48) 20!!, 1, 5.
7. 428, 383, 31, 41, 12!!, 3, 25x5, 19, 35.
8. 19, 394!, 3, 12-8, 9, 4, 7, 17, 17.
9. 31, 2, 42, 7, 29, 24, 34, 34. Na het molenwiekje staat ineens een schitterend meerslagje op het bord.

(Gepubliceerd in dammagazine Hoofdlijn 156, juni 2011)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 2 juli 2011

Historische documentaires over het schaakspel op geschiedenis24.nl

Over de vraag wat nu eigenlijk de mooiste sport is kunnen we kort zijn: het nobele damspel (ook al spreekt schaker Donner in de film waarop de lezer verderop in deze blog zal stuiten over een magnetisch schaakbordje met stukken die wel wat op damschijven lijken ‘maar niet de uniformiteit vertonen die het dammen zo afschuwelijk maakt’). Op de tweede plaats komt het edele schaken, want wij koesteren geen wraakgevoelens en komen gewoon voor onze oprechte mening uit. De beoefenaars van beide denksporten zijn overigens zonder uitzondering ook buitengemeen boeiend. Lees en kijk.

Liefhebbers van historische documentaires over het schaken komen de komende week op geschiedenis24.nl volledig aan hun trekken. Een van de documentaires gaat over ‘Bobby Fischer, de dolende koning’, die in 2003 door NOS Studio Sport werd uitgezonden. In 1975 presenteerde de NOS een portret van schaker prof. dr. Max Euwe, in 1935 de eerste Nederlandse wereldkampioen. De aardigste is echter de VPRO-documentaire met de intrigerende titel ‘De liefde tot het hout’ (1979) waarin het beroepsschaken onder de loep wordt genomen en waarin Donner zijn hierboven aangehaalde, onbezonnen uitspraak deed. Hij had het patent op dit soort uitspraken en wist daarmee telkens tot zijn intens genoegen hele volksstammen tegen zich in het harnas te jagen. Eerder heb ik al geschreven over zijn mening over schakende vrouwen.

Klik hier voor de hele documentaire en geniet. Op geschiedenis24.nl kan nu al ook de documentaire over Euwe worden bekeken.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 26 juni 2011

Tweede kleine compositiewedstrijd dammagazine Hoofdlijn

Net als vorig jaar organiseer ik voor de damproblemisten onder ons (en zij die dat willen worden) ook dit jaar in het dammagazine Hoofdlijn een zomers Klein Compositiewedstrijdje (KC). Een en ander zal in de op stapel staande 156e editie van Hoofdlijn uit de doeken worden gedaan. Vorig jaar kende de KC drie categorieën met opdrachten die aan de pittige kant waren, misschien zelfs te moeilijk. Daarom dit keer slechts één categorie en een opdracht die iedereen, inclusief beginnende problemisten, tot iets bijzonders moet kunnen inspireren. Hier volgen de spelregels.

Maak een probleem dat rechtstreeks of via een motief eindigt in een naturel (dam of schijf) op veld 17. Aanvullende voorwaarden:
1. De ingezonden problemen dienen eerste publicaties te zijn;
2. Geen dammen in de aanvangsstand;
3. Minimaal 12x12. Het is nu eenmaal altijd lastig om kleine met grote problemen te vergelijken;
4. Maximaal drie problemen per deelnemer;
5. Inzendingen dienen uiterlijk 1 september 2011 bij mij binnen te zijn per post (Overlangelstraat 15, 5045 SR Tilburg) of per e-mail (hwilsens@planet.nl).

De jury zal worden gevormd door de oplossers.

Prijzen
Het gaat net niet om des keizers baard. Voor de winnaar liggen, naast eeuwige roem, twee tientjes klaar, voor de nummer twee 10 euro. De beste oplosser kan rekenen op 20 euro. Oplossingen van de vaste deelnemers aan ‘de ladder’ worden op de ladder meegenomen.

Over twee onsterfelijken die toch gingen

De dood is een onverteerbaar verschijnsel. Daarom heeft de mens, vanaf het moment waarop hij zich van dit onomkeerbare fenomeen bewust geworden is, altijd gezocht naar een elixer dat de eeuwige jeugd zou brengen en naar slinkse manieren om de dood te slim af te zijn, als het moest door een pact met de duivel te sluiten. Anderen kozen een minder moeizame route: zij verklaarden zich simpelweg onsterfelijk. Lou de Palingboer en Harry Mulisch bijvoorbeeld.

Lou de Palingboer, bij de burgerlijke stand bekend als Louwrens Voorthuijzen, werd op 19 februari 1898 geboren in Anna Paulowna. Hij raakte al op vroege leeftijd verstrikt in de netten van dubieuze protestantse sekten. Hij was, zo wil de overlevering, een charismatisch man, hoewel de foto’s en films met Lou in de hoofdrol vooral een boers type laten zien met een nagenoeg tandeloze mond, een enorme pens en weinig flatteuze broeken die - dankzij oerdegelijke bretels waarmee (want we willen niet overdrijven) een niet al te omvangrijke vrachtwagen uit een kanaal kon worden getrokken - zowat tot zijn schouders reikten. Op wikipedia valt te lezen hoe Lou tot het besef kwam dat hij onsterfelijk was. Sterker nog, dat hij niemand anders was dan God in eigen persoon:
“In 1927 heeft Voorthuijzen naar eigen zeggen een mystieke ervaring gehad die voor hem aanleiding was geweest om vanaf 1950 te komen tot zijn verkondiging. Aan het strand van de Zuiderzee had hij 's nachts een ster gezien terwijl hij de woorden Zie het teken van de Zoon des Mensen hoorde, aldus Voorthuijzen. Vervolgens vertelde hij dat hij over een poel met drijfzand was gelopen, zonder erin weg te zakken. Toen hij even later terugging naar die plek zag hij zijn voetafdrukken in het slib en toen hij opnieuw over die voetafdrukken wilde lopen, zakte hij er diep in weg. Wiertz (toelichting Krekwekdogt: zijn tweede geliefde, Mien Wiertz) concludeerde dat Voorthuijzen God was en dat hij de taak had om de mensheid van de duivel te redden. Ze drong er regelmatig bij hem op aan dat toe te geven. Hij gaf deze verklaring daadwerkelijk toen Wiertz in 1950 met roodvonk in het ziekenhuis lag. Voorthuijzen vertelde haar dat hij een nieuwe mystieke ervaring had gehad. Daarbij was hem duidelijk geworden dat hij inmiddels de duivel in zichzelf had overwonnen en daardoor God was geworden.”
Mien, minstens zo vadsig als Lou zelf maar een stuk intelligenter, wist tal van anderen ervan te overtuigen dat haar man God was en zo ontstond een sekte met Lou als stralend en onafgebroken consumerend middelpunt. Wikipedia:
“De verzekeraar L.H. Voogt, zelf volledig ‘in Lou’, kocht in 1957 een huis in Muiden waar Voorthuijzen en Wiertz konden wonen. De villa, die ‘het Witte Huis’ werd genoemd, werd een pelgrimsoord. Diverse aanhangers van Voorthuijzen bleven in het Witte Huis wonen. Hij bracht de dag door met het roken van sigaren, het drinken van jenever en het vertellen van niet altijd even duidelijke, mystieke verhalen.
Hier ontwikkelde zich de gewoonte van het ‘aanliggen’: vrouwelijke volgelingen mochten enige tijd Voorthuijzens lichaamskracht voelen door zich tegen zijn borst te vlijen. Het was de bedoeling om ‘in Lou’ te komen. ‘In Lou’ zou iemand pas werkelijk verlost zijn van de duivel.”
In 1968 werd Lou echter ziek. En niet zo’n beetje ook. Hij woonde toen in het Belgische Agimont. Heel journalistiek Nederland en al zijn volgelingen togen naar zijn optrek in dit plaatsje en waren daar op 23 maart 1968 aanwezig toen Lou zijn laatste adem uitblies. De verwarring onder de laatsten was compleet, het gegniffel onder de eersten tot ver in de omtrek hoorbaar. God was overleden!
De gelovigen konden het niet geloven. Hier moest sprake zijn van een test van Lou die wel eens wilde weten hoe gelovig zijn volgelingen nu eigenlijk waren. Om zijn terugkeer zo aangenaam mogelijk te maken, kropen zij dagenlang bij toerbeurten massaal bij hem in bed om zijn lichaam warm te houden. Maar helaas is de Belgische Wet op de Lijkbezorging even dor, humorloos en onverbiddelijk als de Nederlandse. En zo werd Lou uiteindelijk naar zijn laatste rustplaats gebracht.
NOVA heeft enkele jaren geleden, een kleine veertig jaar na zijn overlijden, aandacht geschonken aan de man die niet dood kon gaan maar het toch deed. Klik hier voor deze uitzending, waarin na ruim een kwartier Lou in beeld komt.

Harry Kurt Victor Mulisch, geboren op 29 juli 1927 in Haarlem, heeft ons met zijn overlijden op 30 oktober 2010 behoorlijk in twijfel achtergelaten. Hij had namelijk een waterdichte theorie ontwikkeld waarin werd aangetoond dat hij onsterfelijk was. Die theorie luidde kort samengevat als volgt: elke tel brengt een mens dichter bij zijn dood. Maar tijd is tot in het oneindige deelbaar. De laatste uren kunnen door twee worden gedeeld, de laatste minuten, de laatste seconden, de laatste tel. De mens komt dus steeds dichter bij de dood, maar bereikt die nooit.

Zijn theorie ten spijt regisseerde Mulisch vorig jaar op 30 oktober zijn eigen overlijden (op een zondag, zodat alle journaals moeiteloos hun hele uitzending aan zijn heengaan konden wijden). Het lukte. De dood heeft kennelijk lak aan de oneindige deelbaarheid van de tijd.

Foto Mulisch: VKBlog.nl

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 5 juni 2011

Petûnnekes






Zonder woorden. Op eigen erf grootgebracht.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 29 mei 2011

Een boom vol verhalen

De oudste bomen ter wereld staan in de White Mountains in Californië. Het betreft exemplaren van de Bristlecone Pine, een nogal onooglijke boomsoort die wij allen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid uit onze tuinen zouden moeten zien te weren. De meest bejaarde schijnt binnenkort zijn 4700ste verjaardag te vieren. Veel heeft hij, opgeschoten als hij is op een stuk aarde dat millennialang nooit een mens heeft mogen aanschouwen, niet te vertellen. Dat ligt anders bij de oudste olijfboom ter wereld.


Enige tijd geleden heb ik op het Griekse eiland Zakynthos aan de voet gestaan van deze boom. Volgens de autochtonen is de boom minstens 3000 jaar oud, maar deskundigen houden het, zo heb ik begrepen, op 2500 jaar.

Thucydides
Terug naar de tijd waarin hij zich uit het zand naar boven worstelde. Vijfhonderd voor Christus. De wereld werd na de verwoestende slag bij Marathon (490 voor Chr.), waar het Perzische leger volledig in de pan werd gehakt, beheerst door de Grieken en – heel ver weg – de beschavingen van China en India (Rome was op dat moment nog een onaanzienlijke vlek). De enorme veldslag bij Marathon is beeldend beschreven door de Griekse historicus en politicus Thucydides (onder wie wij als gymnasiasten vroeger nog geducht hebben geleden). Rond 430 v. Chr. moet deze eminente geschiedkundige volgens de overlevering volop genoten hebben van de vruchten van de 'jonge' olijfboom. De boom heeft vervolgens de talrijke oorlogen tussen Sparta en Athene meegemaakt, zag de Romeinen komen, later de Venetiërs, de Fransen, Britten, de nazi's en uiteindelijk weer de Grieken.

Apostelen
De boom had al een zeer respectabele leeftijd bereikt op het moment waarop hij de eerste christenen aan zich voorbij zag trekken. Naar alle waarschijnlijkheid hebben zelfs enkele apostelen zich in zijn schaduw gekoesterd. Hij was erbij toen de partizanen door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in zee werden gedreven, maar mocht ook toezien hoe het eiland zich daarna dankzij het toerisme eindelijk aan de armoede wist te ontrukken.

Een uur lang heb ik naar deze eerbiedwaardige boom gekeken. En me klein gevoeld. Bijzonder klein.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

dinsdag 17 mei 2011

De derde pastoor van de Heikant

Na het overlijden van Hendrikus van de Veerdonk op 10 november 1935 richtte de bisschop van Den Bosch, mgr. Diepen, zijn blik voor een opvolger wederom op Nijmegen. Zo kwam hij uit bij een kapelaan die een mooie staat van dienst had opgebouwd en goed bekend was met het Tilburgse katholieke leven. Vincentius Antonius Maria Sprengers was zijn naam. Een man die in alle opzichten geknipt was voor deze nieuwe uitdaging. Het zou echter heel anders lopen dan iedereen had verwacht.

Impasse
Vincent Sprengers was op 15 augustus 1890 geboren in Den Bosch. Na zijn opleiding werd hij op 29 mei 1915 tot priester gewijd en meteen als kapelaan naar Mill gestuurd. Daar wordt zijn naam zelfs nu nog met eerbied uitgesproken. Vincent was namelijk degene die aan een lange impasse tussen een groot aantal dorpelingen en de pastoor een eind wist te maken: op zijn initiatief werd de plaatselijke voetbalclub R.K.S.V Juliana opgericht, een club die in Mill nog altijd in het plaatselijke verenigingsleven de toon zet.
Het was geen eenvoudige klus geweest. Nagenoeg elke zondag had meneer pastoor een sidderend gehoor vanaf de kansel op het hart gedrukt dat de zaak heel simpel lag. Een gelovige kon op de dag des Heren kiezen tussen voetbal en de kerk. Niks meer en niks minder. Koos de gelovige het voetbal, dan lagen hel en verdoemenis in het verschiet. De beminde gelovigen waren dus gewaarschuwd en moesten goed beseffen dat de eeuwigheid allemachtig lang zou duren. En daarom zou hij, meneer pastoor zelve, alles doen om de oprichting van zo’n verderfelijke voetbalclub te voorkomen.
Maar zijn kapelaan, een bonk van een kerel die op het voetbalveldje van het seminarie maar al te graag ziedende schoten op het doel had afgevuurd, dacht er anders over. Uiteindelijk wist hij zijn pastoor, ongetwijfeld bij een puik wijntje en een goede sigaar, ervan te overtuigen dat het op den duur een verloren zaak zou zijn. En wat was er tegen een ordentelijke, katholieke voetbalclub als de kerk in het bestuur stevig de touwtjes in handen hield? En zo gebeurde het dat Sprengers in 1919 zelf de oprichtingsvergadering voorzat.

Honderd dagen
Toen Sprengers op 29 november 1935, een kleine drie weken na het overlijden van pastoor Van de Veerdonk, zich meldde in de Heikantse pastorie, moet het voor hem een feest van herkenning zijn geweest. Hij had de Tilburgse gelovigen van 1920 tot 1926 namelijk al als kapelaan gediend – het is mij niet bekend in welke parochie – en had zo de nukken en grillen, maar ook de charme en de eenvoud van de Tilburger leren kennen en waarderen. Hij zou het hier als jonge herder – 45 pas – zonder twijfel uitstekend naar zijn zin hebben. Maar hij had niet gerekend op de behoudzucht van de Heikanter...

Vitrages
Sprengers, zijn tijd ver vooruit, had uitgesproken opvattingen over de plaats van de kerk en de rol van de pastoors. Al het stof mocht nu eindelijk wel eens geducht van de clerus worden afgeklopt. Daarom liet hij om te beginnen alle vitrages van de pastorieramen verwijderen: iedereen mocht zien wat daarbinnen gebeurde, de kerk was een open boek. De Heikanter, groot geworden onder het conservatieve gezag van Van de Veerdonk, kon het niet waarderen. Een pastoor hoorde streng en rechtzinnig te zijn, een behoudend baken in de moeilijke crisisjaren waarin socialisten en NSB'ers steeds verder opdrongen. Die hield je niet tegen door wat gordijnen weg te halen.
Sprengers heeft nooit kunnen bewijzen dat hij uit het goede hout gesneden was. Het lot nam namelijk volkomen onverwacht een andere wending. Op 9 maart 1936 overleed hij. Zijn pastoraat had slechts ruim honderd dagen mogen duren. Had zijn hart het plotseling begeven? Was er een ziekbed aan voorafgegaan?

Zijn graf is op het kerkhof te vinden in de nabijheid van de zerk van Leonardus van der Steen, de eerste pastoor. Het ligt er verweerd bij, de tekst op de steen is nauwelijks leesbaar. Maar het is een mooie plek, daar onder die oude kastanjeboom die al zo veel leed aan zich voorbij heeft zien trekken.

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', juni 2011)

Foto: Regionaal Archief Tilburg

De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

vrijdag 6 mei 2011

Een nieuwe lente...

De zaken zijn inmiddels weer op orde. Het heeft wat kruim gekost (want zo'n nieuw terras gaat niet in je kouwe kleren zitten), maar dankzij wat vers aangerukt zomergoed, een zak of twintig tuingrond, bier en enkele ijskoude Bolsjes is het opperbest toeven in de tuin van Krekwekdogt.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

donderdag 5 mei 2011

'Ton Sijbrands, dammer met alle gevolgen van dien'

Een ongelooflijk boeiende en nu en dan ook ontroerende documentaire van Kees Brouwer over een onnavolgbaar fenomeen in de denksportwereld. Ton Sijbrands. Een uur genieten van een wijsgeer, schrijver en natuurlijk de beste dammer ooit. Van harte aanbevolen. Klik hier en let op de bijzondere rol die zijn grote rivaal Andris Andreiko - op 10 maart 1976 in de Sovjet-Unie met een strijkijzer vermoord, kan het ongerijmder? - in zijn leven heeft gespeeld en kennelijk nog speelt. Let verder op de reusachtige ontwikkeling die hij als spreker en mens door de jaren heen heeft doorgemaakt. Van de hakkelende puber die het allemaal worst was tot de zeer evenwichtige persoonlijkheid die hij nu is.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl