woensdag 16 november 2011

De zesde pastoor van de Heikant

Na het afscheid van de geliefde Piet Meulemans - hij werd pastoor in Schaijk - kwam de parochie in de Heikant onder de hoede van de norbertijnen. Mgr. Bekkers had Gerard Bots benoemd tot pastoor en Stef Kuypers tot zijn kapelaan. Op 4 oktober 1964 werden zij met het nodige vertoon ingehaald. De tocht voerde van de brug over het Wilhelminakanaal aan het Lijnsheike – de parochiegrens - naar de Schans, waar uiteraard een natje en een droogje wachtten. Dat kon Bots bijzonder waarderen: hij was een bourgondiër pur sang en een zeer innemend mens, zullen we maar zeggen.


• Intocht pastoor Bots (op de foto de ‘witheer’ links) op 4 oktober 1964. Foto: Regionaal Archief Tilburg


Bots kon bogen op een niet-alledaagse achtergrond: hij was voor zijn benoeming in Tilburg-Noord aalmoezenier geweest bij de Koninklijke Marine en in die hoedanigheid uiteraard zeer gehecht aan orde en regelmaat. Dat hebben de Heikanters geweten, in het bijzonder de zondaars die zich elke week staand achterin de kerk plachten op te houden met de bedoeling zich na afloop van de communie zo rap mogelijk naar een van de kroegen in de buurt te spoeden. Daar wist Bots wel raad mee. Als een ware prelaat stelde hij zich bij het begin van de mis voor het altaar op en wenste pas te beginnen als alle gelovigen in de kerkbanken hadden plaatsgenomen, inclusief de heidenen die achter de laatste banken zaten te klaverjassen. Het kon soms even duren voordat de boosdoeners gezeten waren, tot enorme ergernis van alle andere gelovigen.

Graanhandelaar
Gerardus Johannes Bots, was op 29 juli 1916 in Wilnis geboren als het derde kind van de graanhandelaar Paulus Bots (1882-1963) en diens vrouw Maria Antonia Koehorst (1888-1984). Na hem zou Gerard nog tien kinderen geboren zien worden. Twee kinderen traden toe tot de Ordo Canonici Regularis Praemonstratensis (O. Praem.), beter bekend als de premonstratenzers en nog beter als de norbertijnen. Dat waren zijn broer Johannes Anthonius (1921-1990) en Gerard zelf.

Lastige tijd
Bots kwam in een kerkelijk lastige tijd naar Tilburg-Noord. De katholieke kerk was na het aantreden van Johannes XXIII aardig op drift geraakt, maar daarvan was rond De Schans vooralsnog niet veel te merken. Tilburg-Noord was in feite nog steeds een stuk platteland in de stad, de bewoners voelden zich veel meer plattelanders dan Tilburgers. Hun geloofsopvattingen en geloofsbelevening waren in de jaren vijftig blijven steken. Eigenlijk heeft Bots zich nooit echt in Tilburg thuisgevoeld: hij was meer een man van de mondaine wereld. Toch wist hij de Heikantse gemeenschap de nieuwe tijd in te loodsen. Hij lanceerde bijvoorbeeld – want in de verte doemden financiële zorgen op – de vaste kerkbijdrage, stond aan de basis van allerlei gespreksgroepen en was en passant verantwoordelijk voor de hoognodige restauratie van de kerk. En als het aan hem had gelegen waren er op de Schans ook nog eens een aantal appartementen gebouwd voor zijn kapelaans en zijn moeder. De tekeningen lagen klaar, maar zijn het stadium van de keukentafel in de pastorie nooit ontstegen. Dat had veel met zijn gezondheid te maken: die werd almaar slechter, voor hem reden om in 1970 terug te treden.

Er is weinig terug te vinden over hoe het hem daarna is vergaan. Vast staat echter dat de ouders en kinderen Bots bijzonder sterke mensen zijn geweest. Het gros bereikte een zeer hoge leeftijd. Dat gold ook voor Gerard, hoe broos zijn gezondheid in 1970 ook geweest moge zijn. Hij overleed op 8 september 2003 in Haarlem op ruim 87-jarige leeftijd.

• De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
• De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.
• De derde pastoor van de Heikant: lees hier
• De vierde pastoor van de Heikant: lees hier
• De vijfde pastoor van de Heikant: lees hier.

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', december 2011)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 5 november 2011

Het heksenboek

Na het succesvolle 'Koorts en Honger' komt radioloog Hans van den Broek over enkele maanden met een nieuw boek op de markt: 'Wonderen in het zonlicht'. Ook dit belooft weer een heel bijzondere bijdrage te worden aan de medische geschiedenis. Een inkijkje:

"De Deurnese arts en geschiedkundige, Hans van den Broek, [1948,‘s-Hertogenbosch] heeft nu een boek geschreven over de raakvlakken tussen de geneeskunde en de vele wonderen uit de periode 1300 tot 1750.
Hij heeft 2500 wonderen-mirakels uit Aerle-Rixtel, Amersfoort, Arnhem, Bolsward, Boxmeer, Brugge, Delft, Dordrecht, Halle, Handel, ‘s-Hertogenbosch, Kevelaer, Maastricht, Niervaert, Ommel, Rhenen, Stiphout en Scherpenheuvel tegen het licht gehouden. In deze mirakels blijken veel wetenswaardigheden en eigenaardigheden verborgen. Hans brengt ze graag en met humor voor het voetlicht.
Wat kunt U in het boek vinden? Waarom lamme kinderen hun krukken weggooien en ineens gaan lopen. Hoe gek men kon worden van de angst voor de duivel? Waarom botten na jaren weer op hun plaats schieten? Dat je vroeger echt alleen maar kon afwachten bij een niersteen. Wat je moest doen met een navelbreuk. Wat er gebeurde als je in de oorlog gewond was geraakt door een pijl. Wat men deed met verdronken kinderen. Hoe men een doodgeboren kind naar de hemel liet gaan. Wie de kramende vrouwen in een noodsituatie hielp. Waarom je blind werd na de mazelen. Wat een moeder met een kind met koortsstuipen deed. Lees over de eerste patiënten met syfilis in Nederland. Kijk wat gebeurde met kinderen die bijna stikten door wat ze in hun mondje stopten. Schrik mee bij een slag door de bliksem. Lees en realiseer U hoeveel honger er steeds weer geleden werd. Tussen alle wonderen door komen onverwachte juweeltjes aan vergeten kennis boven water over eieren, kippenveren, kaarsen, naamgeving van een Heilige, gebruik van kleuren, wisselkinderen en de gang van zaken rond het sterven. Laat U verrassen door de vele kleine vondsten. Denk mee met de bedachte oplossingen.
Met andere woorden: laat deze dokter U bij de hand nemen bij een rondwandeling door het religieuze landschap rond de 16e eeuw."

Dat belooft wat, waarde lezer! Uiteraard houd ik u op de hoogte zodra meer bekend is over de publicatiedatum, prijs en wat dies meer zij.

Tijdens zijn onderzoek naar medische wonderen in het Oost-Brabantse stuitte Van den Broek ook op de nodige verbazingwekkende verhalen over hekserij. Die verhalen pasten niet in zijn boek, maar hij vond het materiaal te prachtig om er niets mee te doen. Daarom schreef hij een lijvig artikel voor de lokale heemkundekring. En voor de lezer van deze blog. Lees en geniet!

het heksenboek

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

vrijdag 7 oktober 2011

Plaszak

Gezeten in een van de beruchte Sprinters van de NS mocht ik het onuitsprekelijk genoegen smaken getuige te zijn van de conversatie van twee NS-employees (dat schrijf ik nu wel met zoveel aplomb, maar voor hetzelfde geld waren het twee exemplaren van dat vermaledijde leger armzaligen van geest in dienst van ProRail). Hoe het ook zij, één van de twee wist smeuïg te verhalen over de miskoop van de eeuw: de Sprinter Lighttrain, het treintje dus waarin ik op dat moment genoeglijk getuige zat te wezen.

Hij had er geen hoge pet van op, van de Sprinter. “Het is een softwarematige ramp”, vertelde hij. “Er zijn vierbakken en zesbakken. De vierbakken worden geproduceerd door Bombardier, de zesbakken door Siemens. Omdat de software niet goed op elkaar is afgestemd, leveren ze voortdurend problemen op. Loskoppelen van de vier- en zesbak veroorzaakt grote vertragingen, vastkoppelen ook.”

Vertel mij wat, dacht ik. In de tijd die ik met het vruchteloos aan- en afkoppelen de laatste jaren heb verprutst, had ik met succes een doorwrochte geschiedenis van de opkomst en ondergang van het Nederlands koningshuis kunnen schrijven.

“Ze schieten bij een beetje smeltwater onmiddellijk in de storing, de deuren zijn van bordkarton en weigeren doorlopend te sluiten of open te gaan, de intercom produceert alleen maar een hoop gekraak en gepiep, de stoelen bezorgen je een hernia, de airco functioneert matig en zo kan ik nog een tijdje doorgaan.”
“En je kunt er ook nergens piesen”, deed zijn maat een duit in het zakje.

Maar dat wordt opgelost. We krijgen plaszakken, werd vandaag bekend, waarin we onder de neus van de machinist – in vakjargon: de werkplek - ons plasje af kunnen leveren. De plaszakkenproducent wist de NOS bovendien te vertellen dat hij desgewenst ook poepzakken kan leveren. Wat een weelde, waarde lezer! Ondanks dat: grote verbazing, afkeer en hilariteit in heel Nederland.


Ben ik dan de enige die straks, als het nodig is, maar al te graag bij de machinist zijn aardappelen af zal gieten? Ooit een plasje gemaakt op een echte treintoilet? Precies, dan praat je wel anders.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 5 oktober 2011

Mgr. dr. G.W.J. van Z. B., moordenaar

Een jaar nadat de Tilburgse publicist Ed Schilders in 1988 Moordhoek het licht had doen zien, gaf hij op http://www.historietilburg.nl/ een overzicht van de reacties die zijn boek had opgeleverd. Positieve, maar ook nogal wat boze. Van de Zinnicq Bergmannen bijvoorbeeld die zich achtentachtig jaar na dato nog geroepen voelden om de eer van de familie veilig te stellen, en zelfs van dr. J. Peijnenburg, archivaris van het bisdom Den Bosch en eminent historicus, maar te veel priester om zich neer te kunnen leggen bij de conclusie van Schilders: pastoor Van Zinnicq Bergmann had in 1900 in de Noordhoekse kerk naar alle waarschijnlijkheid Marietje Kessels verkracht en vermoord. En was ermee weggekomen.

Afgelopen week verscheen het boek De moord op Marietje Kessels van de hand van Godelieve Kessels, nichtje van het slachtoffer. Hierin bevestigt zij op overtuigende wijze dat de pastoor inderdaad de moordenaar is geweest en dat de rooms-katholieke kerk daarna een vuil spelletje heeft gespeeld om deze afschuwelijke daad 'sub rosa' te houden. Het boek is uitvoerig in de media aan de orde geweest en haalde zelfs het NOS Journaal :




Wijwater
Van Zinnicq Bergmann werd op 5 januari 1851 in Vught geboren. Na het gymnasium bezocht hij het kleinseminarie in St. Michielsgestel, het grootseminarie in Haaren en promoveerde in Rome in de godgeleerdheid. Tien jaar diende hij aansluitend de kerk als kapelaan in Eindhoven, waarna hij naar Tilburg werd geroepen om als bouwpastoor de Noordhoekse kerk te bouwen, een aan het Heilig Hart gewijde tempel, om de plaatselijke krant maar eens te citeren. 

Van die kant had de pastoor weinig te vrezen. Ze droegen hem op handen, de journalisten van de Nieuwe Tilburgsche Courant. Dat bleek ook na zijn overlijden: de courant kwam woorden te kort om de grootheid van de prelaat te schilderen. Dagenlang werden de Tilburgers, die zo hun ernstige vermoedens moeten hebben gehad, getrakteerd op in wijwater gedoopte hagiografische stukken, waarin Van Zinnicq Bergmann naar voren trad als nog net geen heilige.

Drankbestrijding
Toch vertoonde zijn curriculum in grote trekken dezelfde mijlpalen als die van zijn collega's. Bij de Katholieke Sociale Actie waren vrijwel alle geestelijken wel op een of andere manier betrokken, zijn voorzitterschap van de Tilburgse Gezondheidscommissie was nu eenmaal inherent aan zijn functie en zijn betrokkenheid bij de drankbestrijding mag met een gerust hart een beroepsdeformatie van de toenmalige geestelijkheid worden genoemd: allemaal zaten ze in dit soort verenigingen en allemaal laafden zij zich na afloop van de bijeenkomsten met genoegen aan een goed glas en een goeie sigaar. En dan was hij nog Geheim Kamerheer van paus Pius X, een zachtmoedig zij het aartsconservatief mens. Wat deze functie precies inhield, onttrekt zich helaas aan mijn gezichtsveld.

Poeder
Op 25 oktober 1910 las de Tilburger in zijn Nieuwe Tilburgsche Courant:

“Met wijziging van ons bericht van l.l. Vrijdag kunnen wij mededelen, dat pastoor dr. Mgr. van Zinnicq Bergmann, zich tot ondergaan eener operatie heeft gesteld onder behandeling van dr. Freriks in het gesticht der eerw. Broeders van St. Johannes de Deo, en zijn volledig herstel binnen kort kan worden verwacht. (Hsg.)”
Op zondag 6 november voelde de pastoor zich niet goed. Hij vroeg de ziekenbroeder van het Bossche ziekenhuis om een poeder. Het waren zijn laatste woorden. Voor welke aandoening hij moest worden opgenomen, is niet bekend, maar een slecht geweten is het vast niet geweest.

Godelieve Kessels beschrijft in haar boek hoe enige tijd na de moord vader Kessels bezoek kreeg van twee hoogwaardigheidsbekleders uit Rome. Sindsdien heeft de doofpot 111 jaar zijn werk gedaan. En als het aan het bisdom Den Bosch ligt, blijft dit zo. Een woordvoerder liet weten dat elk bewijs ontbreekt. There's a method in the madness, wist Shakespeare al.

Bronnen
© foto: Regionaal Archief Tilburg


Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 2 oktober 2011

Eerste paddenstoel, maar wat voor een?

Ook al drijft de oudenwijvenzomer de temperaturen op tot ongekende en bijzonder aangename hoogten, toch zijn de eerste tekenen van de herfst onmiskenbaar aanwezig. In mijn tuin heeft zich inmiddels de eerste paddenstoel aangediend, eentje die zich op de verweerde boomstronk van een wilg uitstekend thuisvoelt. Wat doe je in zo'n geval? Je maakt een foto en raadpleegt google om erachter te komen hoe het ding heet. Maar daar kwam ik niet uit, waarde lezer. Is het een telg uit de familie der stekelzwammen? Welke mycoloog biedt uitkomst?


Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

dinsdag 27 september 2011

De vijfde pastoor van de Heikant

Na het overlijden van de waardige, enigszins vormelijke pastoor Frans Hoffmans kreeg de Heikant te maken met een herder die ogenblikkelijk de harten stal van de parochianen. Goedlachs, opgewekt, hartelijk en humoristisch, dat waren de wezenskenmerken van Petrus Antonius Franciscus Meulemans, kortweg Piet.

Piet Meulemans, op 2 juli 1907 geboren in Ravenstein, werd in 1933 als kapelaan naar het Gelderse Winssen gestuurd, diende aansluitend van 1936 tot 1947 de nieuwe parochie ‘Waterkwartier’ in Nijmegen en kwam toen voor het eerst in Tilburg terecht, in de Heuvelse kerk om precies te zijn. In 1955, na meer dan twintig jaar ‘herdershond’ te zijn geweest, kreeg Meulemans te horen dat het de bisschop had behaagd hem tot pastoor te benoemen – het werd waarachtig tijd! Zijn drie jaar jongere broer Frans zou enkele jaren later, in 1960, pastoor worden van de parochie Ringbaan West (H. Margarita Maria).

Feestklanken
Op 10 juni 1958 vierde Meulemans zijn zilveren priesterfeest. Het werd door de Heikanters groots aangepakt. Zo groots dat zelfs nu, meer dan een halve eeuw later, op gezette tijden in de Mariakerk nog de feestklanken te horen zijn: het priesterfeest was voor de parochianen namelijk aanleiding geweest de Harmonie Heikant op te richten, sindsdien een graag geziene muzikale gast tijdens kerkelijke hoogtijdagen.

Conservatief bolwerk
Toen Meulemans naar Tilburg kwam, maakte het conservatieve roomse bolwerk een ongekende bloeiperiode door. De tijden veranderden echter. Uitgerekend rond de dagen waarop de Heikant zijn parochieherder in de bloemen zette, schetste aartsbisschop Alfrink In Utrecht de contouren van een progressieve(re) kerkprovincie, werd in Nijmegen een jonge vooruitstrevende theoloog, Schillebeeckx, tot hoogleraar benoemd, besteeg in Rome ene Johannes XXIII de zetel van Petrus en begroette het bisdom Den Bosch niet lang erna mgr. Bekkers als bisschop.

Moderne tijden
In het nog steeds erg landelijke noorden van Tilburg viel van deze belangwekkende ontwikkelingen aanvankelijk weinig te bespeuren. Onder Meulemans voltrok het kerkelijke leven zich gewoon zoals het zich al vele tientallen jaren had voltrokken, met elk jaar de viering van Peerke Donders’ geboortedag als het onbetwiste hoogtepunt. Toch gingen ook aan de Heikant de moderne tijden niet voorbij. Zo viel in 1964 het besluit dat de parochie voortaan bediend zou worden door de Norbertijnen. Piet Meulemans werd pastoor in Schaijk, op een steenworp afstand van de plaats waar hij in 1907 geboren was.
In de jaren zeventig begon hij met zijn gezondheid te tobben. Op 4 oktober 1975 is pastoor Piet Meulemans overleden. Het was een grauwe, regenachtige dag.

De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.
De derde pastoor van de Heikant: lees hier
De vierde pastoor van de Heikant: lees hier

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', oktober 2011)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 4 september 2011

De mooiste Toccata

Hemelse muziek? Dan komen we voor mij al snel uit bij Lennon & McCartney, hart en ziel van The Beatles. Maar hoe ontroerend en vernieuwend hun songs ook waren, toch zullen zij genoegen moeten nemen met een tweede stek: ver verheven boven alles en iedereen staat namelijk Johann Sebastian Bach (1685-1750). Als zijn onaardse composities dan ook nog ten gehore worden gebracht door een gerenommeerde Bach-vertolker, hou ik het met de beste wil van de wereld niet meer droog.

De grootste Bach-vertolker was de Duitser Karl Richter. Hij werd op 15 oktober 1926 geboren in het historische stadje Plauen (Saksen), studeerde in Dresden en Leipzig en werd op de ongehoord jonge leeftijd van 21 jaar organist in de Thomaskirche in Leipzig, waar ook Bach zelf van 1723 tot zijn dood als cantor aan verbonden was geweest. In 1951 verhuisde Richter naar München en bouwde daar een wereldfaam op met zijn eigenzinnige, maar o zo weldadige Bach-interpretaties.
Op 15 februari 1981 kwam een eind aan het leven van Karl Richter. Hij overleed op slechts 54-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.

Richters vertolking van de wonderschone Toccata, zoals hij die ergens in de jaren zestig in de basiliek van het Beierse plaatsje Ottobeuren liet registreren, slaat alles.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl


woensdag 31 augustus 2011

FedEx understands

FedEx, een gigant in het vervoer van alles wat los en vast zit, is enkele jaren geleden in de VS onsterfelijk geworden dankzij een beauty van een campagne. De campagne heeft drie centrale thema's: de FedEx Cup (een prestigieus golftoernooi), de opmerkelijke voorliefde van de werknemers voor alles behalve werk en de niet minder opmerkelijke rust waarmee de bazen deze voorliefde lijken te tolereren. Er zijn overigens meer geraffineerde manieren om baasjes om de tuin te leiden. Fraai voorbeeld in het derde filmpje.










Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 14 augustus 2011

De vierde pastoor van de Heikant

Misschien hebben enkele hoogbejaarden in de Heikant het nog bewust meegemaakt, die sombere dag in maart 1936. Het was koud – net boven het vriespunt – en de zon liet zich de hele dag niet zien, maar dat weerhield de gelovigen er niet van om massaal de plechtige uitvaartdienst van pastoor Sprengers bij te wonen en hem daarna naar zijn laatste rustplaats in de schaduw van de grote kastanje te brengen.

Natuurlijk was de stemming bedrukt, ook al hebben de Heikanters nooit goed geweten wat ze aanmoesten met die Sprengers, die de parochie uiteindelijk maar honderd dagen zou dienen. De verhalen werden weer opgehaald: over hoe hij op de eerste dag de beste in de pastorie alle vitrages had laten verwijderen omdat hij vond dat iedereen moest kunnen zien wat er daarbinnen gebeurde. Dat hij meer van die vooruitstrevende denkbeelden en nieuwlichterijen had gehad waarmee ze niet goed raad hadden geweten. En dat hij ook nog eens zomaar van het ene moment op het andere ertussenuit was gepiept: net iets voor hem. Geen wonder dat ze nooit de kans hadden gehad om aan hem te wennen en hem te leren waarderen.
Zo spraken de Heikanters over Vincentius Sprengers, terwijl ze na afloop van alle plechtigheden in een van de cafés achter een borrel zaten.

Frans Hoffmans
De opvolger was een oude bekende. Franciscus Johannes Wilhelmus Hoffmans had namelijk al van 1916 tot 1918 als kapelaan in de parochie rondgelopen. Hij was in 1891 geboren in Waalwijk en was meteen na zijn priesterwijding als jong broekske naar de Heikant gestuurd, waar hij te maken kreeg met een pastoor van de oude stempel, de vuurvreter en Peerke-vereerder Van de Veerdonk. In 1918 werd Frans Hoffmans kapelaan in Nijmegen, van 1921 tot zijn komst naar de Heikant mocht hij de bisschop dienen in de Sint-Jan in Den Bosch. Hij werd dan ook benijd door alle ‘herdershonden’ van toen, maar was toch verheugd over zijn promotie naar de mooie Mariakerk. Eindelijk pastoor! En dan ook nog in een parochie die hij van binnen en van buiten kende en lief had.

Boeren en melk

Hoffmans werd vrijwel altijd biddend aangetroffen. Na zijn overlijden schreef de Nieuwe Tilbugsche Courant: “Hij was een zeer geziene figuur bij de parochianen, die vooral in hem waardeerden, dat hij zo’n grote waarde hechtte aan het persoonlijke gebedsleven”. Nuchter beschouwd zal de Heikanter van toen, anders dan de journalist van de plaatselijke krant wilde doen geloven, hele andere dingen in hem hebben gewaardeerd. Het feit bijvoorbeeld dat hij bij uitstek een sociale pastoor was, een pastoor die zich begaan voelde met het lot van de gewone Tilburger. Frans Hoffmans was nauw betrokken bij het werk van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond en had letterlijk en figuurlijk veel in de melk te brokkelen bij de C.T.M., de Coöperatieve Tilburgsche Melkinrichting en Zuivelfabriek die gevestigd was aan het Wilhelminapark. Ook de bedevaart naar Scherpenheuvel lag na aan zijn hart.

Restauratie
Al vanaf Pinksteren 1952 was de parochie bezig met de voorbereiding van de viering van Hoffmans’ veertigjarig priesterjubileum in 1956. Er werd op grote schaal geld ingezameld om hem het cadeau te geven waarom hij had gevraagd: genoeg geld om de Mariakerk te restaureren. Het geld kwam er en er werd al druk aan de algehele opknapbeurt gewerkt. Hoffmans heeft de voltooiing van de restauratie echter niet meer mogen meemaken. Op vrijdagavond 11 februari 1955 was hij na een vergadering over de bedevaart naar Scherpenheuvel onwel geworden. In de vroege ochtend van zaterdag 12 februari overleed hij aan de gevolgen van wat ongetwijfeld een hartaanval is geweest. “Een godvrezende opgeruimde figuur ging heen”, kopte de Nieuwe Tilburgsche Courant die dag. Op woensdag 15 februari 1955 nam de Heikant afscheid van een vroom mens met een groot en vooral sociaal hart.

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', augustus 2011)

Foto: Regionaal Archief Tilburg

De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.
De derde pastoor van de Heikant: lees hier

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 13 augustus 2011

Willem II’s stoommachine

Onwillekeurig gingen mijn gedachten gisteren tijdens de zouteloze pot tussen Willem II en Go Ahead Eagles (1-1) terug naar betere tijden, tijden waarin het kortgeschoren gras aan de Goirleseweg nog werd bevolkt door persoonlijkheden, mannen die in hun eentje een oorlog konden winnen. Op zaterdagavond 16 september 1989 bijvoorbeeld, Willem II-Fortuna Sittard.

Het weer was toen even beroerd als nu. Het regende, er stond een ruige wind en de temperatuur bleef fors onder de maat. Gelukkig was de wedstrijd tegen de Fortunezen hartverwarmend. Willem II won die avond overtuigend met 2-0. Namens de Tricolores stonden onder anderen Van Gobbel, Feskens en Brocken op het veld. Maar de winst was vooral te danken aan een ander monument, een onvervalste stoommachine van Britse makelij. Zijn naam: David McKie Loggie. Hij scoorde in de 19e en 48e minuut en werd vervolgens door het onmenselijk harde centrale verdedigingsduo Duut & Liesdek snoeihard onderuitgehaald. Het was een teken van onmacht, radeloosheid en irritatie.
Toen Loggie, ondersteund door twee medewerkers van Willem II’s medische staf, het veld verliet, stak hij ten afscheid zijn hand in de lucht, maar hij begreep meteen dat van een gladiator een meer tot de verbeelding sprekende afgang mocht worden verwacht. Net voor de tunnel hield hij daarom halt, hees zich tussen de medische beroepsbeoefenaren in volle lengte, 1,81 meter, op en schudde met een vreemde grimas driemaal met zijn vuist. Toen kromp hij weer ineen en liet zich gewillig door de regenjassen afvoeren naar de medische inspectie en de doucheruimte.

Onaardige gedachte
Terwijl hij een paar meter voor mij met een gebalde vuist vlak voor de tunnel verpoosde, ging er een onaardige gedachte door mij heen: zouden de Nederlandse velden ooit een lelijkere voetballer hebben mogen aanschouwen? Want laten we eerlijk zijn, een móóie voetballer was Loggie niet. Hij hield er een rare motoriek op na, liep bonkig en stroef, passeerde tegenstanders puur op kracht en was op zijn best in scrimmage-achtige situaties, waarin techniek en souplesse loze begrippen waren.
Daar kwam nog bij dat zijn optreden extra cachet kreeg door zijn kaalheid (een nadeel bij het koppen, aldus de onvergetelijke Vlaamse sportverslaggever De Saedeleer: geen krijt op de pomerans), zijn angstaanjagende dijen, zijn voortdurend op storm staande gelaatstrekken en zijn alles overheersende neus. Geen wonder dat complete verdedigingen bij het opstomen van dit vervaarlijk ogend fenomeen doorgaans even slikten en eerbiedig opzij stapten. Helaas waren niet alle tegenstanders van toen doordrongen van enig historisch besef. Deze materialistische cultuurbarbaren bleken meer prijs te stellen op hun schamele winstpremie dan op het behoud van ons industrieel erfgoed.
Ik mis hem nog steeds. Met een robuuste stoommachine van het kaliber David McKie Loggie hadden de Eagles het gisteren mooi kunnen schudden.

David Loggie sloot in 1993 zijn loopbaan als profvoetballer af bij AZ en is daarna in Nederland blijven hangen. Hij verdient nu zijn brood als autoverkoper in de kop van Noord-Holland. Klik hier voor een hoogst amusant verhaal van David Loggie anno 2011.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 3 augustus 2011

Paraskevidekatriafobie

Op donderdag 12 mei van dit jaar las ik in NRC een woord dat ik nog niet kende: paraskevidekatriafobie, oftewel angst voor vrijdag de 13e. Dat zet een mens aan het denken, zeker met in het achterhoofd een woord dat ik vele jaren geleden mocht horen en toen maar wat grappig vond: pedopyrofilatelist, oftewel iemand die graag kinderpostzegels in brand steekt.
Die woorden zijn met wat goede wil eindeloos uit te breiden. Ik geef er drie, maar houd me aanbevolen voor verdere, nog omvangrijkere vondsten.

• Pseudoclaustropedofilatelopyromaan
iemand die net doet alsof hij graag in kleine ruimten kinderpostzegels in brand steekt;
• Pseudoclaustroparaskevidekatriofobipyromaan
iemand die net doet alsof hij bang is om op vrijdag de 13e brand te stichten in een kleine ruimte;
• Pseudoclaustroparaskevidekatriafobikleptopedofilatelopyromaan
iemand die net doet alsof hij bang is om op vrijdag de 13e gestolen kinderpostzegels in een kleine ruimte in brand te steken.

Da's andere koek dan wat Van Dale beschouwt als het langste reguliere woord in de Nederlandse taal: meervoudigepersoonlijkheidsstoornis. Op de tweede plaats staat wapenstilstandsonderhandelingen. Ik geef graag het woord aan de lezer!

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

dinsdag 26 juli 2011

Al één jaar!

Vandaag een heuglijke gebeurtenis voor een trotse opa en oma. Flynt is één jaar geworden. Het opdweilen van de taartresten heeft wat tijd gekost, maar daarna is ons prachtige kleinzoontje geducht in de watten gelegd. Waarvan akte.


Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 10 juli 2011

"Where the Hell is Matt?"

Ongeveer 38 miljoen keer op YouTube bekeken. Een van de grappigste en eigenlijk ook ontroerendste videoclips die ik de laatste jaren heb gezien. De productie van deze uit 2008 daterende clip nam 14 maanden in beslag, voerde langs tal van plaatsen in 42 landen - waaronder Lisse en Amsterdam - en telde duizenden (vrijwillige) medewerkers.
Matt, jongen, je brengt vreugde in het hart van een aankomend ouwe man. Eeuwig zal ik je in mijn gebeden gedenken.

Bezoek ook de aan deze bijzondere clip gewijde website.



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

Over een Grote Onbekende: Benjamin Morkus

In de fraaie historische stad Vilnius, Litouwen, woont Benjamin Morkus, momenteel waarschijnlijk de beste damproblemist ter wereld – en zo niet, dan toch minstens de technisch meest begaafde. Maar wie is die Benjamin Morkus eigenlijk? Ik tast in het duister, waarde lezer.

Al sedert 2004 doe ik pogingen om meer over dit fenomeen te weten te komen, maar verzoeken op allerlei Oost-Europese forums, bijvoorbeeld om zoiets simpels als een (e-mail)adres te achterhalen, werden tot nu toe gewoonweg niet beantwoord. Oost-Europeanen zijn kennelijk niet zo van de communicatie. Ik moet het daarom doen met hetgeen internet prijsgeeft. En dat is, behalve dan een verdwaalde foto op de website van zijn landgenoot Algimantas Kačiuška, bitter weinig. Wie de bekende zoekmachines erop loslaat, stuit telkens op ene ingenieur Morkus die zijn leven wijdt aan het bestrijden van mobieltjes, omdat die glioblastomen, hersentumoren, zouden veroorzaken. Het is inmiddels een oud verhaal dat elk jaar wel weer ergens breed in de pers wordt uitgemeten. Ondertussen heb ik echter geen idee of het hier om ‘onze’ Morkus gaat. Mocht dat onverhoopt wel het geval zijn, dan hoef ik ook al geen telefoontje van hem te verwachten.

‘Zware jongens’
Benjamin werd in 1961 geboren als zoon van Tadikas Morkus (1933), zelf ook een technisch vaardig problemist (zie diagram 1), zij het stukken minder dan Benjamin. Tadikas werd dan ook bijzonder snel overvleugeld door zijn zoon. Al op twaalfjarige leeftijd – met geprangd gemoed moet ik melden dat ik op die leeftijd net de Haarlemmer onder de knie had – produceerde Benjamin een eersteling (d. 2) die een jarenlange ervaring deed vermoeden. Alleen het slot is niet helemaal in de haak, omdat wit na de damafname en na (20) zowel naar 39 als naar 40 kan. Maar toch: vergeleken met de vele eerstelingen van even zovele problemisten staat dit probleem op eenzame hoogte. De reacties waren gemengd. De meeste critici vermoedden de hand van de vader, slechts enkelen begrepen dat een ontzagwekkend talent was opgestaan. En zij kregen gelijk. Morkus heeft zich sedertdien ontwikkeld tot een duivelskunstenaar die de meest onmogelijke slagsystemen, waarin telkens daverende meerslagen en een groot aantal witte en zwarte dammen de hoofdrol spelen, wist vorm te geven. Hij won tal van concoursen en kreeg in 2002 de titel GMIP (internationaal grootmeester in de damproblematiek) toebedeeld.
Morkus’ laatste grote succes dateert van vorig jaar, toen hij in het internationaal concours van Litouwen in de rubriek ‘zware jongens’ met voorsprong de eerste prijs in de wacht sleepte (d.3). In dit onwaarschijnlijke probleem zie we twee zwarte dammen, maar de show wordt gestolen door de vier (!) witte dammen die allemaal (!) worden geofferd.
Op de site van Eric van Dusseldorp kan de liefhebber kennis nemen van een groot aantal knoeperds van Morkus. Ik wil hier een vijftal problemen laten zien die met name dateren uit zijn beginjaren (Morkus kwam vanaf de tweede helft van de jaren tachtig goed op stoom). Het is voor Morkus’ doen relatief klein spul, maar ondanks dat staat het bord telkens binnen de kortste keren volledig in brand.



Oplossingen
1. 14, 250, 42, 41, 8, 3, 7, 8, 10, 1, 18.
2. 20, 11, 3, 30, 44, 44.
3. 2 (44) 2-8!, 2, 43, 30, 24!, 7, 18!, 3, 40, 1, 21, 19 (36) 461, 24, 24.
4. 261, 17, 30!!, een krankzinnig zetje, 23!, 3, 24, 43.
5. Een stille zet (in de problematiek een zeldzaamheid) dwingt zwart tot een kleine combinatie naar dam, waarna wit er op een magistrale manier een eind aan maakt: 30! (10, 36, 47) 24!, 33, 34, 34.
6. 21, 3, 34. Ook nu heeft zwart weinig anders dan de tegenactie (7, 39, 48) 20!!, 1, 5.
7. 428, 383, 31, 41, 12!!, 3, 25x5, 19, 35.
8. 19, 394!, 3, 12-8, 9, 4, 7, 17, 17.
9. 31, 2, 42, 7, 29, 24, 34, 34. Na het molenwiekje staat ineens een schitterend meerslagje op het bord.

(Gepubliceerd in dammagazine Hoofdlijn 156, juni 2011)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 2 juli 2011

Historische documentaires over het schaakspel op geschiedenis24.nl

Over de vraag wat nu eigenlijk de mooiste sport is kunnen we kort zijn: het nobele damspel (ook al spreekt schaker Donner in de film waarop de lezer verderop in deze blog zal stuiten over een magnetisch schaakbordje met stukken die wel wat op damschijven lijken ‘maar niet de uniformiteit vertonen die het dammen zo afschuwelijk maakt’). Op de tweede plaats komt het edele schaken, want wij koesteren geen wraakgevoelens en komen gewoon voor onze oprechte mening uit. De beoefenaars van beide denksporten zijn overigens zonder uitzondering ook buitengemeen boeiend. Lees en kijk.

Liefhebbers van historische documentaires over het schaken komen de komende week op geschiedenis24.nl volledig aan hun trekken. Een van de documentaires gaat over ‘Bobby Fischer, de dolende koning’, die in 2003 door NOS Studio Sport werd uitgezonden. In 1975 presenteerde de NOS een portret van schaker prof. dr. Max Euwe, in 1935 de eerste Nederlandse wereldkampioen. De aardigste is echter de VPRO-documentaire met de intrigerende titel ‘De liefde tot het hout’ (1979) waarin het beroepsschaken onder de loep wordt genomen en waarin Donner zijn hierboven aangehaalde, onbezonnen uitspraak deed. Hij had het patent op dit soort uitspraken en wist daarmee telkens tot zijn intens genoegen hele volksstammen tegen zich in het harnas te jagen. Eerder heb ik al geschreven over zijn mening over schakende vrouwen.

Klik hier voor de hele documentaire en geniet. Op geschiedenis24.nl kan nu al ook de documentaire over Euwe worden bekeken.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl