zondag 8 april 2012

Pausin Johanna: een dwaze geschiedenis

De geschiedenis van de pausen is er een om van te smullen. Het is een wonderlijke optocht vol pornocraten en heiligen, monsters en helden, schijtlijsters en opportunisten. Maar het absolute dieptepunt is zonder twijfel - als we tal van geschiedschrijvers mogen geloven - het zich van schandaal naar schandaal voortslepende pontificaat van pausin Johanna geweest. Johanna heeft volgens de overlevering van 855 tot 857 op de troon van Petrus gezeten en heeft in die jaren nog een kind gebaard ook. Gewoon op straat nota bene. Of is hier sprake van een duivels verzinsel dat door antipapisten door de eeuwen heen wellustig is gevoed en gekoesterd?

De beste boeken over de pausen zijn geschreven door protestanten, door historici als Leopold von Ranke (1795-1886) en, zeer recent, John Julius Norwich. Zij weten de noodzakelijke distantie op te brengen en schromen niet om hun pen als dat nodig is in vitriool te dopen, waar hun katholieke vakbroeders met hun hagiografische inktpotjes (enkele grootheden zoals de Nederlandse historicus L.J. Rogier uitgezonderd) het op dit punt maar al te vaak grovelijk laten afweten. Norwich is een Engels historicus (1929) die eerder monumentale werken het licht heeft doen zien over onder andere de geschiedenis van Venetië, van Byzantium en van het hele Middellandse Zeegebied. Zijn De Pausen is een puik geschreven boek waarin deze prelaten allemaal, beginnend bij Petrus en eindigend bij de huidige paus Benedictus XVI (die overigens niet op de onverdeelde sympathie van Norwich mag rekenen) aan de lezer voorbijtrekken. Onder wie dus ook onze Johanna.

Nauw steegje
Waar het verhaal vandaan komt, is helder. Norwich citeert de dominicaanse monnik Martinus Polonus die in 1265 in zijn Chronicum Pontificum et Imperatum optekende:
‘Men heeft beweerd dat deze Johannes een vrouw was, die als meisje door een van haar minnaars in mannenkleren naar Athene was gesmokkeld, waar ze zich zo bekwaamde in een aantal takken van wetenschap dat niemand nog haar gelijke daarin kon zijn; daarna onderwees ze in Rome in de artes liberales en onder haar gehoor en studenten telde ze tal van grote meesters. In de stad groeide de achting voor haar leven en haar gekendheid en unaniem werd ze tot paus gekozen. Tijdens haar pausschap raakte ze echter zwanger van haar vriend. Onwetend van het moment van geboorte beviel ze tijdens een processie van de St. Pieter naar het Lateraan, in een nauw steegje tussen het Colosseum en de kerk van de heilige Clemens. Na haar overlijden is ze naar men zegt op diezelfde plaats begraven. De heilige Paus wendt de blik altijd af van deze steeg en dat is naar velen geloven uit afschuw voor deze gebeurtenis. Ook is ze niet op de lijst van heilige pausen geplaatst, zowel vanwege haar vrouwelijke sekse als vanwege de schandelijkheid van deze gebeurtenis.’
Volgens Norwich heeft de monnik er zo voor gezorgd dat het verhaal over Johanna, dat overigens in allerlei latere geschriften in alle mogelijke variaties is herhaald, is uitgegroeid tot 'een van de meest oudbakken canards' in de geschiedenis van de pausen. Maar het is ook bij uitstek een verhaal geweest dat ten tijde van en nog lang na de Reformatie door verklaarde tegenstanders van 'Rome', zoals de hervormer Johannes Hus, dankbaar werd aangegrepen om de perversiteit van de katholieke kerk aan te tonen.

• Pausin Johanna bevalt op straat

Zéér bijzondere stoel
Norwich toont aan dat sommige feiten het relaas over Johanna wel degelijk ondersteunen. Zo is het een feit dat op de plaats waar Johanna in het al gememoreerde steegje is bevallen eeuwenlang een standbeeld van haar en haar kind heeft gestaan. Feit is ook dat pausen deze plek altijd als de pest hebben gemeden of, als het niet anders kon, tijdens het passeren ervan demonstratief en vol oprecht afgrijzen hun blik hebben afgewend. Naar alle waarschijnlijkheid heeft paus Sixtus IV dit beeld rond 1480 in de Tiber laten smijten. Feit is tot slot dat het hele verhaal rond Johanna een zeer bijzondere stoel heeft opgeleverd.
Kerkjurist en kroniekschrijver Adam van Usk (Wales, 1352-1430) was voor zover bekend de eerste die deze stoel, de 'chaise percée', heeft beschreven naar aanleiding van de kroning van de tamelijk labiele paus Innocentius VII in 1404. Van Usk:
'En daar moet hij in een zetel van porfier gaan zitten, die aan de onderkant voor dit doel is doorboord, zodat een van de jongere kardinalen zijn sekse kan controleren; en dan wordt hij, terwijl het Te Deum klinkt, naar het hoogaltaar gedragen.'
Alvorens tot paus te kunnen worden benoemd moest derhalve eerst worden vastgesteld of de kandidaat letterlijk wel ballen had: een tweede Johanna moest tot elke prijs worden voorkomen. De stoel schijnt vier eeuwen in gebruik te zijn geweest. Er bestaan nog twee exemplaren van deze curieuze pauselijke zetel: een staat in het Louvre, de andere in een van de Vaticaanse Musea.

Patriarch van Constantinopel
Feiten maken echter nog geen waarheid. Norwich veegt op basis van een heleboel zwaarwegende argumenten de vloer aan met het pontificaat van Johanna. Laat ik me beperken tot de twee belangrijkste die op zich al voldoende gewicht in de schaal leggen om Johanna genadeloos uit de pauselijke geschiedenis te schrappen. Het is zeer onwaarschijnlijk, aldus Norwich, dat zij haar sekse en haar zwangerschap in die bekrompen mannengemeenschap met haar grenzeloze sociale controle maandenlang verborgen heeft kunnen houden, om maar te zwijgen over de waarschijnlijkheid van een spontane bevalling ergens midden op straat. Maar het doorslaggevende argument is de houding van tijdgenoot Photius, patriarch van Constantinopel van 858 tot 868. Als tegenhanger van de paus in Rome was de patriarch van oudsher per definitie op zoek naar mogelijkheden om de perfide katholieke geestelijkheid in en rond het Vaticaan aan de schandpaal te nagelen. Heel Rome was dan ook vergeven van Byzantijnse spionnen en informanten. Photius heeft echter nooit gesproken of geschreven over Johanna. Dat kan alleen maar betekenen dat Johanna nooit op Petrus' zetel heeft gezeten. Photius zou, figuurlijk natuurlijk, gehakt van het mens hebben gemaakt.

John Julius Norwich
De Pausen. Een geschiedenis
Uitgever Bert Bakker (Prometheus), Amsterdam 2011
566 p.p., geïllustreerd
ISBN 978 90 351 3635 9
34,95 euro


Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

vrijdag 30 maart 2012

Nog meer spektakelstukjes

De composities in de vorige blog hebben alles bijeen heel wat bezoekers getrokken. Daarom hier nog wat aanvullend vuurwerk, allemaal door uw dienaar bedacht en dit keer nadrukkelijk ook 'geschikt' voor de verstokte partijspelers: het zijn stuk voor stuk stellingen die zo op een doorsnee-clubavond voor hadden kunnen komen. En wederom geldt: wit speelt en wint. Druk op ‘auto’ voor de oplossing!












































Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 25 maart 2012

Spektakelstukjes

Klik op 'auto' en zie toe hoe wit zijn tegenstander genadeloos over de rand van het bord duwt. In het eerste probleem is sprake van een soort 'semi-automaat' (vrijwel alles gaat vanzelf), in het tweede vraagstuk staan meerslagwerk en keuzeslagen centraal.







Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 21 maart 2012

De achtste pastoor van de Heikant

Toen Wim Manders in 1995 te kennen gaf dat hij het wat rustiger aan wilde doen en het tijd vond dat het leiderschap over de parochie in andermans handen kwam te liggen, was de vraag wie zijn opvolger zou worden niet zo moeilijk te beantwoorden. Dat kon niemand anders zijn dan Denis Hendrickx, op dat moment 46 jaar en al een BT’er (Bekende Tilburger). Dat was zeker in Noord het geval, waar hij zich begin jaren zeventig op verzoek van de norbertijnen had gevestigd om er de ‘witheren’ in hun parochiewerk te ondersteunen. Dat mocht ook wel trouwens: juist in die jaren werd in Noord in feite een compleet nieuw stadsdeel opgetrokken, in een mum van tijd verdwenen de weilanden en de hei en werd de oude herdgang de Heikant aan alle kanten omspoeld door nieuwbouw, hoge flats en rijtjeswoningen. Er werden ook enkele nieuwe kerken opgetrokken. Werk aan de winkel dus.

Vroege roeping, late verwezenlijking
De wieg van Denis Hendrickx stond in 1949 in Alphen. Hij wist al als schooljongen dat hij priester wilde worden, maar de weg naar de wijding was frappant lang voor iemand die al zo vroeg overtuigd was. Na de lagere school had hij zich weliswaar nog gemeld bij de norbertijnen in Heeswijk-Dinther, maar halverwege de opleiding haakte hij ineens af. Hij ging studeren aan de Leergangen, werkte onder meer voor Pax Christi en zat acht jaar voor de toenmalige PPR (later opgegaan in GroenLinks) in de Tilburgse gemeenteraad. Maar het bleef knagen en zo kwam het dat hij op zijn 34e plotseling weer op de poort van de abdij van Berne klopte om alsnog het seminarie te volgen. Vijf jaar later werd hij tot priester gewijd. Op dat moment zat hij overigens al jaren tot over zijn oren in het parochiewerk in en rond de Schans.

Links
Een opsomming van alle mijlpalen is onbegonnen werk. Daarom beperk ik me hier noodgedwongen tot een kleine greep. Het Wijkcentrum De Schans en Het Ronde Tafelhuis zouden er bijvoorbeeld zonder zijn inbreng nooit zijn gekomen, of neem het Asielzoekerscentrum aan de Vlashoflaan waarin hij bijzonder veel energie heeft gestoken, het Paviljoen van Peerke natuurlijk, zijn aandeel in de bouw van de nieuwe abdij, maar ook diverse activiteiten die niet meteen op het curriculum van een pastor worden verwacht, zoals zijn betrokkenheid bij de aanleg van kinderspeelplaatsen en de oprichting van een wijkkrant. En dan zijn werk buiten de parochie, zijn ‘buitenschoolse activiteiten’ zogezegd. Dat is eveneens een hele lijst. Zo is Hendrickx penningmeester in het bestuur van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR) Jarenlang was hij ook betrokken bij het progressieve blad De Roerom.
Dat laatste mag geen verbazing wekken. Als Tilburgs raadslid voor de PPR in de jaren zeventig stond Denis onverminderd op de bres voor de mensen, buurten en wijken die aan de verkeerde kant van de streep terechtgekomen waren. Denis’ hart zat en zit in alle opzichten links. Hij gruwt van de haast stalinistische wijze waarop de kerk momenteel wordt bestuurd en steekt dat niet onder stoelen of banken.

Humor
Waar Wim Manders een herder bij uitstek was, daar is Denis Hendrickx een rasbestuurder bij uitstek. De juiste man op het juiste moment aan het hoofd van de parochie. De kerk maakt immers onwaarschijnlijk moeilijke tijden door en heeft dat grotendeels helemaal over zichzelf afgeroepen. De arrogantie waarmee vanuit Rome, Utrecht en Den Bosch daarop wordt gereageerd is Denis een gruwel. En dat mogen we allemaal weten, nee, dat moeten we allemaal weten. Dat is de belangrijkste reden waarom hij binnen de parochie zo wordt gewaardeerd: Denis zegt waar het op staat. Met humor, met overtuiging en als het even kan met een goed glas in zijn hand.

• De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
• De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.
• De derde pastoor van de Heikant: lees hier
• De vierde pastoor van de Heikant: lees hier
• De vijfde pastoor van de Heikant: lees hier.
• De zesde pastoor van de Heikant: lees hier.
• De zevende pastoor van de Heikant: lees hier.


(Wordt gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', april 2012)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 11 maart 2012

Buitje in Paramaribo

Als het regent in Paramaribo, dan mag dat echt genadeloos gieten heten. De hemelsluizen worden in zo'n geval door Pluvius met alle soorten van genoegen tot op de laatste centimeter opengezet. Het was een bijzondere ervaring om de bui al van verre aan te horen komen rommelen, zich boven je hoofd te zien ontladen en vervolgens verder te horen trekken. En zo werd de keurige Piet Mondriaanstraat in het noorden van Paramaribo plotseling een kolkende rivier.


Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 4 februari 2012

Even botten opwarmen

Krekwekdogt en echtgenote hebben er even schoon genoeg van. Van de kou, de sneeuw, het verbijsterende onvermogen en krankzinnige communicatiegedrag van NS en ProRail, het strooibeleid van de gemeente Tilburg - hoewel, het zij gezegd, de lokale bestuurderen eigenlijk nog gelijk hebben ook omdat de overheid weer eens rotzooi heeft ingekocht: het strooizout doet niet wat het moet doen - vrouwke Schultz die voor de zoveelste keer opheldering wil (maar ondertussen wel dat rotzout heeft ingekocht) en nu ineens allerlei deskundigen uit de Alpen wil inhuren (blond hè), en natuurlijk niet te vergeten onze grote nationale pias, ook blond hè, die ongetwijfeld wel weer een aantal stompzinnige vragen weet te bedenken over de rol die de islam heeft gespeeld in het plotseling invallen van de winter.

Waarmee maar gezegd wil zijn dat het de komende weken wat stilletjes zal worden op deze pagina's. Want we gaan eens even lekker de botten opwarmen. Maar voelt u zich, waarde lezer, vooral niet geremd om heel erg te genieten van de kou!

Oh ja, een klein woord voor het gespuis onder ons: achterban is promi- & permanent in onze stulp aanwezig en zorgt voor huis, have en goed.

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

maandag 30 januari 2012

De zevende pastoor van de Heikant

Eindelijk zijn we op onze zoektocht naar de pastoors van de Heikant in het rijk der levenden aanbeland. Na het vrij abrupte vertrek in 1970 van Gerard Bots – om gezondheidsredenen, zo luidde de formele berichtgeving - kwam de parochie onder de hoede van een 39-jarige norbertijn die zich in de vele jaren daarna ongelooflijk geliefd heeft weten te maken en bergen werk heeft verzet: Wim Manders.

Hij werd op 9 november 1931 geboren in Dinther, letterlijk onder de rook van de abdij van Berne. Niet echt verwonderlijk dus dat hij na de lagere school besloot zijn leven in dienst van deze gemeenschap te stellen. Net als mede-norbertijn Harrie van den Berg overigens, zij het dat diens wieg niet in Dinther maar in het aanpalende kerkdorp Heeswijk heeft gestaan (de heren steggelen dan ook al bijna een halve eeuw met grote overgave en volkomen vruchteloos over de vraag welk kerkdorp hoger moet worden aangeslagen).

Zegenrijke beslissing
Op 15 augustus 1957 werd Wim tot priester gewijd. Eigenlijk was het de bedoeling dat hij leraar Frans zou worden aan het gymnasium van de abdij, maar zijn superieuren vonden het beter dat hij de ‘eigen’ studenten aan de theologische opleiding in Tilburg zou gaan begeleiden. Zo kwam hij in onze stad terecht. In 1970 werd hem gevraagd de leiding van de parochie in de Heikant op zich te nemen, een verzoek waarover Wim geen moment heeft hoeven na te denken. Hij toog naar Tilburg-Noord. Een zegenrijke beslissing: leraren Frans zijn er immers in overvloed, maar herders van zijn kaliber, da’s andere koek.

Primus inter pares
De sport heeft er een pracht van een woord voor: de ‘palmares’, oftewel de lijst met ereplaatsen en grote verdiensten. Die van Wim Manders is ontzagwekkend en naar we mogen hopen nog lang niet voltooid. Laten we een poging doen de belangrijkste wapenfeiten op te sommen: een kwart eeuw, tot 1995, was hij primus inter pares in een team van norbertijner medebroeders, voorts degene die de parochiescholen onder één zelfstandig bestuur wist te brengen (een huzarenstukje), twee hulpkerken van de grond tilde (de Driekoningenkerk en de Herderskerk), in 1973 voorging in de viering van het eeuwfeest van de parochie en de man die de parochie naadloos wist om te bouwen tot een norbertijner priorij, een voorpost van de abdij van Berne, onafhankelijk van de doorgaans ondoorgrondelijke en vrijwel altijd onverteerbare bisdommelijke politiek. Wim Manders was en is ook de pastor die een encyclopedische kennis heeft van de norbertijnse geschiedenis en de norbertijner abdijen waar ook ter wereld, die hart en ziel legde in de jaarlijkse bedevaart naar Scherpenheuvel (waarvoor hij vorig jaar de Gouden Medaille van verdienste in ontvangst mocht nemen), die een nieuwe dimensie heeft gegeven aan de verering van Peerke Donders (inclusief creditcard-achtige, veeltalige devotieprentjes en glossy magazines) en die tussendoor tijd vond voor het samenstellen van allerlei publicaties. Maar de mooiste trofee op zijn palmares is ongetwijfeld het feit dat hij op 9 januari van dit jaar werd uitgeroepen tot ‘Wijkburger 2011 Heikant-Quirijnstok’. In de afgelopen veertig jaar is Wim Manders namelijk helemaal vergroeid met Tilburg-Noord en zijn bijzondere bevolking. Hij is een stadsmens, een Heikanter met de Heikanters geworden, maar dan wel een die nog met grote warmte kan verhalen over zijn Dintherse geboortegrond en zijn jeugd op het platteland.

Bescheiden
Al deze verdiensten vallen echter in het niet bij die ene, die hem in Noord en ver daarbuiten zo geliefd heeft gemaakt. Wim Manders is gewoonweg een heel bijzondere man. Warm, bescheiden, meelevend, troostrijk. Een herder van de soort die Onze Lieve Heer voor ogen moet hebben gehad toen hij priesters in het leven riep, inclusief hun bourgondische aanvechtingen. Want die zijn aan Wim evenmin voorbijgegaan. Hij heeft zo zijn voorkeuren: liever vis dan vlees, liever witte wijn dan rode en na de maaltijd liever cognac dan een glas water. Zoals het hoort voor een tachtigjarige die dit jaar mag vieren dat hij 55 jaar geleden tot priester werd gewijd.

• De eerste pastoor van de Heikant: lees hier.
• De tweede pastoor van de Heikant: lees hier.
• De derde pastoor van de Heikant: lees hier
• De vierde pastoor van de Heikant: lees hier
• De vijfde pastoor van de Heikant: lees hier.
• De zesde pastoor van de Heikant: lees hier.

(Gepubliceerd in 'Mooi Meegenomen', februari 2012)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

vrijdag 27 januari 2012

Hoofdlijn 161: problemen ter oplossing

Over enkele weken komt het nieuwe nummer van dammagazine Hoofdlijn uit, met daarin - naast heel veel andere bijzonder boeiende artikelen - mijn probleemrubriek. Hieronder de problemen die ik in dat nummer ter oplossing aanbied en waarmee - het zij maar even gezegd in deze crisistijden - voor oplossers toch maar mooi een smak geld te verdienen valt. Reacties zijn welkom! Geïnteresseerd in een proefnummer van Hoofdlijn? Vraag dat dan hier aan.

problemen_hoofdlijn _161

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 18 januari 2012

"Doe eens normaal, man!"


... En toen, lieve kijkertjes, sprong er ineens een heel raar koekwousje op tafel, een ventje met een hoog opgespoten geblondeerd hamsterkapseltje, twee door krokodillentranen geïnfecteerde pruiloogjes, een zeer bescheiden peniskokertje en een héééél grote bek. Tsjongejonge, beste kijkertjes, wat had dat kereltje een grote bek! Zulke omvangrijke bekken zie je nog maar zelden tegenwoordig en zeker niet, lieve toeschouwertjes, in combinatie met zo'n stilistisch onverantwoord afgeplat achterhoofd. Hebben jullie trouwens waargenomen dat zijn lellen spontaan in de oorschelpen zijn gekropen? Buitengemeen omineus, waarde kijkertjes, want dat betekent niets meer en niets minder dan dat het autonome zenuwstelsel zich bij het onvermijdelijke heeft neergelegd en zich eindelijk tegen het ventje begint te keren. Hoe dan ook, beste mensjes, laten we een lang verhaal kort maken, uitgerekend dit oelewappertje riep: "Doe eens normaal, man!"...

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zaterdag 14 januari 2012

The Great Chess Movie

Meer dan tachtig minuten genieten van intriges op en naast het schaakbord. Hoofdrolspelers: Oost en West, kapitalisme en communisme, bobo's en ego's, Karpov en Kortsjnoj benevens een twintigtal andere topschakers onder wie Jan Timman. Om het maar eens in een notendop te zeggen: the good, the bad and the ugly. Met veel historische filmbeelden, een bijzonder raar mannetje met een veel te grote hoed op en gestoken in een armoedig trainingspak (zijn naam: Fernando Arrabal, kennelijk een fenomeen in Frankrijk en Spanje), met zo nu en dan hopeloos geneuzel en filosofietjes van de kouwe grond, maar ondanks dat alles: zeer de moeite waard. De documentaire dateert van 1982.







Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

zondag 8 januari 2012

Over zenuwslopende blitz en doping in de denksporten

Ook in denksporten worden dopingcontroles gehouden. Het lijkt potsierlijk en fenomenen als dammer Ton Sijbrands vinden het ook potsierlijk, maar ondertussen valt er wel iets voor te zeggen dat grootmeesters na afloop van een partij nog even een plastic potje dienen vol te piesen.

Met name blitzpartijen met een zeer beperkte bedenktijd voor beide spelers of partijen waarin de spelers in tijdnood geraakt zijn, vergen het uiterste van het concentratievermogen en het hart. De hartslag loopt in deze omstandigheden op naar waarden boven de 200. Een rustgevend middeltje, een bètablokker bijvoorbeeld, doet dan wonderen. Waar doping in fysieke sporten juist tot nog veel grotere krachtsinspanningen of duurprestaties moet leiden, daar dient het spul in de denksporten juist kalmte & rust te bewerkstellingen.

Zie ter illustratie onderstaande blitzpartij tussen de wereldtoppers Anand en Dreev en let op het begeleidend commentaar. Theo Koomen en Rik de Saedeleer hadden het niet kunnen verbeteren. Hoezo denksporten geen kijksporten?



Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

Voor de liefhebbers: de aanstaande probleemrubriek in het clubblad van HED

rubriekfebr2012

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

donderdag 29 december 2011

Adembenemende documentaire over Bobby Fischer


Enkele jaren geleden overleed Bobby Fischer (1943-2008). Op het desolate, schaakgekke en inmiddels hopeloos failliete IJsland, waar hij noodgedwongen - hij was werkelijk nergens meer welkom - zijn laatste troosteloze jaren heeft doorgebracht. Gisteren heb ik ademloos zitten kijken naar een anderhalf uur durende documentaire van de hand van Liz Garbus over zijn leven en zijn (politieke en schaaktechnische) betekenis: Bobby Fischer against the world. Oftewel de teloorgang van een genie.

In 1972 speelde Fischer in Reykjavik na een onstuimig verlopen 'voorspel' om het wereldkampioenschap tegen Boris Spasski. Wat in deze 'Match van de Eeuw' op het spel stond was eigenlijk veel méér dan een wereldtitel. Het ging om niets minder dan de vraag welke grootmacht zich in deze barre tijd, waarin de Koude Oorlog hevig woedde, superieur mocht noemen, ook en misschien wel vooral in intellectueel opzicht: de kapitalistische Verenigde Staten of het communistische Oostblok.

Fischer verloor de eerste partij door in een bloedeloos stellinkje pardoes een loper op de tocht te zetten, wat hem uiteraard de partij kostte. De volgende dag kwam hij voor de tweede partij simpelweg helemaal niet opdagen, omdat de organisatie - zo langzamerhand behoorlijk 'Fischer-beu' - volkomen terecht een paar idiote eisen van hem niet wenste in te willigen. Maar daarna veegde hij de vloer aan met Spasski - een toonbeeld van beschaving overigens - en zegevierde uiteindelijk met 12½-8½.
Vanaf dat moment hebben we niet veel meer van Fischer gehoord of gezien, althans niet op de 64 velden. Buiten de schaakarena daarentegen des te meer: zijn antisemitische uitspraken wekten overal afgrijzen, zijn bejubeling van de terroristische aanval op de Twin Towers was voor de hele wereld de druppel. Op dat moment was Fischer al volkomen verloederd. Zijn dood in 2008 was de dood van een verwilderde zwerver die helemaal in zijn eentje dacht te moeten vechten tegen de rest van de wereld. Bobby Fischer, 'genius & madman', was de eenzaamheid zelve.




Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl

woensdag 28 december 2011

Opschrijfboekje (III): drie dooie mormels

Laten we het eens hebben over wat aantekeningen van de laatste dagen in mijn opschrijfboekje. Over drie loederige mormels. Twee zijn er naar de gallemiezen, een is de dood.

Kim Jong-il
Eindelijk is het zover, Kim Jong-il, het monster dat miljoenen Noord-Koreanen de dood heeft ingejaagd, is nu zelf het haasje. Hartstikke dood, zo dood als een pier. Moge het aantal wormen en maaien dat zich straks smikkelend & smullend door zijn gemene oogjes naar buiten zal wroeten even groot zijn als het aantal onschuldigen dat hij op zijn geweten heeft. Laat gerechtigheid ons deel zijn.

Een volstrekte idioot was hij, een potsierlijke zot, een godvergeten schurk die zich een ongekend luxueus leven permitteerde terwijl zijn volk crepeerde. Op 19 december zette het weekblad Elsevier de tien meest hardnekkige – en dus op waarheid berustende – geruchten op een rijtje. We vissen er voor de lezer een paar uit.

Een jaar of tien geleden was Kim Jong-il niets en niemand minder dan de uitvinder van de hamburger, in het Noord-Koreaans heel poëtisch ‘Gogigyeopbbang’ geheten. Hij is geprezen en bewierookt om deze culinaire noviteit, de Noord-Koreanen raakten niet uitgepraat over de hemelse vondst van de Grote Leraar. Dat zij zelf doorlopend hun aan de hongerdood gestorven kinderen naar kleine, laatste rustplaatsjes moesten brengen, ach, dat deed er niet toe. Als het de de Vader des Vaderlands maar naar den vleze ging.
Kim was ook een ontzagwekkend golftalent. In 1994 kreeg hij voor het eerst in zijn leven een club in handen en werkte in zijn debuut als golfer de 18 holes meteen maar eventjes af in 38 under par, inclusief vijf ‘holes in one’ (of is het ‘hole in ones’?), een nog nimmer aanschouwde prestatie waarvan geperverteerde, kapitalistische Amerikanen als Tiger Woods niet eens durven te dromen.
Uiteraard werd Kim als heilige geboren. We citeren Elsevier:

“Op het moment van zijn geboorte schitterde een heldere ster aan de hemel, was het ineens lente en kwam er een regenboog tevoorschijn. Als heilige zou de leider ook niet hoeven poepen en plassen.”
Ondertussen hadden ze dit mormel natuurlijk gewoon in zijn wieg moeten smoren. Nu zitten ze daar - en wij hier - opgescheept met zijn zoon Kim Jong-un. Het ventje heeft zo te zien het IQ van een opdrogende HEMA-dweil. Ook hij zal wel niet hoeven te poepen of piesen. Het mormelschap straalt nu al van hem af. Het is wat met deze wereld.

Pius XII
Op 9 november 1958 overleed eindelijk Eugenio Pacelli, beter bekend als paus Pius XII (1939-1958). Zijn verscheiden kwam minstens 19 jaar te laat. Deze reactionair en antisemiet had namelijk nooit op de zetel van Petrus plaats mogen nemen. Als iemand immers in staat was geweest de holocaust een halt toe te roepen, dan was hij het. Hij was namelijk uitstekend op de hoogte van de onbeschrijfelijke moordpartijen zoals die zich in de concentratiekampen voordeden, maar hij sloot er jarenlang willens en wetens zijn ogen voor. Erger nog: tot zijn dood is zijn mond gesloten gebleven.

Uiteindelijk werd hij in 1958 ziek. Doodziek. Onze Lieve Heer stuurde in zijn goedheid ogenblikkelijk een charlatan en kwakzalver van de ergste soort op hem af, de oogarts Galeazzi-Lisi die Pius volkomen onkundig en met zeer bekwame spoed naar de andere kant wist te helpen. Toen hij de geest had gegeven, liet de oogarts een balsemtechniek van eigen makelij op hem los. J.J. Norwich schrijft in zijn monumentale boek De Pausen (waarover in een latere blog meer) wat er gebeurde toen hij in een open lijkkist in een gezapig tempo door Rome werd gereden:

“Deze techniek faalde echter op opmerkelijke wijze. Van tijd tot tijd hoorde men weerzinwekkende oprispingen aan de kist ontsnappen en tijdens de opbaring was de stank zo afgrijselijk dat een van de Zwitserse gardes flauwviel. Ook viel de neus van het lijk af. Het was tot de aanmerkelijke opluchting van alle betrokkenen dat het deksel uiteindelijk weer op de kist werd geschroefd.”
Wie volkomen ten onrechte sterft in de geur van heiligheid moet stinkend verder.

Magere Hein
En dan het derde mormel, Magere Hein. Angst voor dit heerschap is niet meer nodig. Wetenschappelijk onderzoek toont namelijk aan dat we hem zonder al te veel inspanningen te snel af kunnen zijn. Magere Hein gaat, zo is empirisch vastgesteld, uiterst moeizaam voortstrompelend door het leven. Krekwekdogt las het in Medisch Contact:

“De loopsnelheid van Magere Hein is ongeveer 3 kilometer per uur en met een tempo boven de 5 kilometer per uur kunnen ouderen hem voorblijven. Er is namelijk een verband tussen topsnelheid en mortaliteit bij ouderen."
Ongeveer 1700 mannen van 70 jaar en ouder moesten allemaal een looptest doen en werden daarna 6 jaar gevolgd. In die periode overleden 266 mannen. Onder hen was er geen een die in de looptest een snelheid van 5 kilometer per uur had weten te bereiken. De mannen die daarin wel slaagden hadden een veel grotere kans op overleving. Conclusie: Magere Hein is niet vooruit te branden. Het is maar dat u het weet. Gewoon flink blijven doorstappen.
(Bron: The Grim Reaper, geschreven door Fiona Stanaway e.a. in de kersteditie van het British Medical Journal.)

Reacties via onderstaande servicebalk of e-mailen naar krekwekdogt@hotmail.nl